maandag, oktober 24, 2016

Verhaal 10 : Oversteek naar Marokko, Agadir 23 oktober '16


Woensdagochtend 19 oktober varen we de haven van Quinta do Lorde uit. De Annalena is ons net voor en we zien hen richting de Canarische Eilanden schuiven. Met de bemanning Gerard en Rommy die van hun pensioen genieten, hebben we leuke uurtjes kletsend doorgebracht bij de borrel en bij het samen eten.                                                                                                                                                 Dag 1 op de oceaan is zeer rustig. We varen langs de natuureilanden Islas Desertas in een oliegladde zee waarin wolken zich weerspiegelen als omfloerste uitgelopen witte vlekken. Er komt een rimpeling op de olie en de genua kan er bij. Rond 19u lost Madeira langzaam op in de horizon als een klontje witte kandijsuiker in een kopje thee. De Islas Desertas zitten gevangen in het laatste gelige zonlicht en wij drinken een kopje koffie op het voordek tot de zon verdwenen is en de lucht vuurrood kleurt. De nacht is kalm en vredig en de ¾ volle maan verlicht de nacht. De verdeling van het wachtlopen gaat vanzelf: Frits let op van 20u tot 01u en ik van 01 u tot 06u  en ik slaap dan weer tot 11u en blijf weer wakker tot 20u. Frits doet in de middag een paar hazenslaapjes. Hij werkt aan de trapjes die hij in de scoop gaat maken.

Dag2: als ik ‘s morgens wakker word neem ik een bad in de grote blauwe heldere oceaan. Alleen al van er naar te kijken word je schoon. Met nog de haaienvin van Alvor op mijn netvlies spring ik niet meer zo onbevangen in het water. Maar de gedachte dat een scherpe haaienbek niet rijmt met deze blauwe inktpot, is geruststellend. Frits haalt de snelheid uit de boot en ik laat me zakken aan het zwemtrapje en houd de onderste tree met twee handen goed vast. Ik ga een paar keer kopje onder voor het dolfijnengevoel en klauter weer aan boord. Het toppunt van zaligheid. Plots schuift een grote tanker op 5 mijl afstand voor ons langs. We zijn niet alleen , dus opletten! We zitten graag op het voordek bij dit rustige weer en kijken uit over dit grote golvende waterbed, proberen vogels te spotten maar er zijn er niet veel, net zo min als vissen. We hebben de hele dag 2 vislijnen uitstaan die een stuk visnet en een ontsnappende vis opleveren. Net als we ze binnen willen halen zit er beweging in beide lijnen. We halen 2 stevige prachtig blauw glinsterende bonito’s op. Ze hebben dieprood vlees en voelen heel stevig. Ze gaan de pan in en hun vlees wordt wit. Ze laten zich eten als 2 lekkere kipfiletjes met graten. Super lekker. Er komt iets meer wind en de deinende zee kartelt, hier en daar met een minuscuul wit kartelrandje van schuim. We kunnen wisselend zeilen, koers 128 graden en halve wind, en soms moet de motor bij. De nacht is net als gisteren rustig, met een stukje minder maan en veel sterrenbeelden die rond de poolster draaien. In het water groene vonkjes van fluorescerende beestjes. Ik sta op het bankje met mijn hoofd door het opengeritste tentdak zodat ik vrij uitzicht heb over de kalme verlichte zee, de maan en het sterrengeflonker. Met muziek van Sigor Ross in mijn oren word ik onverwacht emotioneel en denk aan de kinderen en Merijn. Mijn hart loopt als een glaasje zoete Madeira tot de rand toe vol. Ik zing een liedje voor hem:

“ In de maneschijn, in de maneschijn

Vaar ik met ons bootje en dat vind ik fijn.

Over de grote zee, over de lege zee

Daar zijn de sterren en hier ben ik,

Ik neem nog een cracker en een kopje Pickwick.

De nacht schiet op

Hij vliegt voorbij

En Frits wordt wakker, neemt het over van mij.

De nacht schiet op

Hij vliegt voorbij

En Frits wordt wakker, neemt het over van mij.”

Dag 3:  de wind is lief en duwt zachtjes Salon in de zij. We kunnen nu echt zeilen met 5 á 7 knopen bij halve wind uit het ZW. Voor ons gevoel “vliegen” we na twee bijna windloze dagen. Er komen vliegende vissen als kleine vogeltjes over het water scheren en we krijgen bezoek van een heel lief klein vogeltje. Hij is bovenop grijs maar zijn buikje is crèmekleurig en op zijn keeltje zit een grijze vlek. Zijn lang staartje wipt op en neer als hij op de giek gaat zitten en beschutting zoekt in het grootzeil. Hij kwettert als de musjes zomers in onze heg. Hij draait rondjes alsof hij twijfelt wat te doen: wegvliegen of blijven? Hij kiest de vrijheid. Het is erg warm maar de zon wordt af en toe gefilterd door een dun uitgewaaierde vliegtuigstreep of door een sluierwolk. Het is 3500 meter diep maar we zijn net een ondiepte van 77 meter voorbij gevaren. Dat moet een enorme berg onder water zijn. Het is nu echt halve maan en we komen duidelijk dichter bij land. Meer schepen en zelfs twee zeiljachten. Ik sta weer op mijn positie op het bankje deze keer met toepasselijke muziek “Over the horizon.” Het is muziek in de sfeer van The Titanic en ik voel me net Kate Winslet met mijn haar en sjaal wapperend in de wind. Met dat verschil dat ik niet voor op de boeg kan staan met de armen wijd en dat Frits er niet is om zijn armen om mij heen te slaan, maar toch…

Dag 4: de hele nacht heeft het doorgewaaid en ook overdag waait het windkracht 4 en kunnen we goed opschieten. We zien grote stormvogels die meestal solitair vliegen. We zien Jan van Genten die socialer zijn. Met z’n vieren achter elkaar scheren ze als een wit locomotiefje en wagonnetjes vlak boven water. Nog 30 mijl te gaan. En net nu draait eerst de wind tegen om er daarna de brui aan te geven. Dat is nou jammer, nu halen we het niet bij daglicht en dat zou nog een nacht op zee dobberen betekenen. Het wordt drukker met vissersboten, dus dat zien we niet zitten. Beide motoren gaan aan: als we 7 knoop blijven varen de komende 5 uur dan zijn we net voor zonsondergang bij Agadir. En zo geschiedde. De zon zakt weg als we goed en wel in een box in de haven liggen. Wat een timing. Een jongen helpt aanleggen en nog geen kwartier later komt een douanebeambte papieren invullen en nog even later komt een politieman hetzelfde doen. Hij neemt onze paspoorten mee voor een stempel. De volgende morgen kunnen we de paspoorten weer ophalen en zijn we vrij om rond te lopen. We waren toch niet meer van plan een stapke in de wereld te zetten, eerder een stapke in bed wegdoezelend op Arabische klanken en met de zegen van “God, Land en Koning” zoals het opschrift luidt, in het Arabisch geschreven op de berg waar we op uit kijken.
Madeira verdwijnt langzaam als een klontje witte kandijsuiker in een kopje thee...

 
Islas Desertas in een oliegladde zee waarin wolken zich weerspiegelen als omfloerste uitgelopen witte vlekken...
 
Koffie op het voordek terwijl de lucht vuurrood kleurt.
 
 
Toch nog 2 bonito's aan de haak
 
 
Samen nog snel een Marokkaans vlaggetje in elkaar genaaid.
 
 
De haven van Agadir nu echt vlakbij. Het rode bootje zijn wij.
 
 
Met de zegen van "God, Land en Koning" gaan wij lekker slapen...
 
Goedemorgen Agadir...
 
 
 
 
 
 
 

dinsdag, oktober 18, 2016

Verhaal 9: Madeira 18 oktober '16


Heerlijke zomerse dagen in de baai Baía d’Abra lijken al weer iets uit lang vervlogen tijden. Onbekommerd zwemmen, snorkelen, wandelen onder een staalblauwe hemel stonden elke dag op het menu. De migraine laat me met rust. Omdat slechter weer wordt voorspeld met een harde ZW wind recht de baai in, zijn we genoodzaakt tijdig een veilige plek te zoeken. Om het hoekje van de baai is een jachthaven, Quinta do Lorde, waar ze een plek voor ons vrij houden. We worden op zee al opgevangen door een rubberboot en geëscorteerd naar een plek waar 2 vriendelijke jongens klaar staan om landvasten aan te nemen. Met nog drie dagen goede weersverwachtingen in het verschiet huren we drie dagen een autootje en maken we mooie uitstappen over het hele eiland. Migraine laat zich niet foppen. Gelukkig is het met pillen slikken controleerbaar, alleen voelt mijn hoofd als een pak watten. Hoger in de bergen in een dik pak wattenwolken valt dat gelukkig toch niet zo op; een met de wolken. De Noord- en de Noordoostkant van het eiland zijn qua bergen en rotsformaties tot in zee van een ontzettend ruige schoonheid. Donkere scherpe pieken prikken door de wattenwolken. Slierten mist en motregen dwarrelen als een sluiergordijn naar beneden. Plots breekt de zon door een gat in de sluier en doet de hellingen groen oplichten. Midden over het eiland komen we in de bergen in dichtere mist terecht en botsen we bijna op een grote bruine stier met donzige witte kop die midden op de weg staat te herkauwen en ons vredig  door de autoruit aanstaart. Hij gaat geen stap opzij. Dan blijken kilometers lang her en der koeien of stieren verspreid door de bermen te kuieren of  plat uitgestrekt te luieren midden op de weg. Ze gaan onverstoorbaar verder met hun siësta.  De begroeiing varieert van onbestemd groen tot geurige dennenbossen, hoge kaarsrechte bomen, bananenplantages en vele soorten bloemen waarvan de meest voorkomende de witte en paarse agapanthus is. Over het hele eiland zijn de bermen er mee afgezet. De verdroogde uitgebloeide  bloemenschermen kondigen duidelijk aan dat ook hier de herfst zijn intrede doet. De zuidkant van het eiland oogt liefelijker maar ook daar enorme bergen en kloven met kleine witte dorpjes, rode daken en heeeel veel tunnels. Driekwart van de tijd rijden we door donkere tunnels van soms een paar kilometer lang. Geen wonder dat Frits geen zin meer heeft om de grotten in het noorden bij Sao Vicente te gaan bezoeken. “Ik zit de hele tijd al in een grot.” is zijn commentaar. We willen wel de botanische tuin bij de hoofdstad Funchal een bezoekje gunnen. Toen we het eerst niet konden vinden maakten we de grap dat hij misschien wel afgebrand was bij de grote brand van afgelopen augustus. Foei, dit is geen grap: de tuin is écht afgebrand. Er staan nog drie totaal zwart geblakerde hoge bomen overeind, hun takken hulpeloos reikend naar de blauwe lucht. Al de orchideeën zijn in vlammen opgegaan. De buurman vindt het misschien sneu voor ons. Hij neemt ons mee voor een kleine rondleiding met opgewonden uitleg waar het allemaal heeft gebrand en hoe erg het geweest is. Dramatisch. Het vuur verspreidde zich van uit de bergen heel snel door de harde wind en kwam tot vlakbij het centrum van Funchal. Een hele kloof is zwart geblakerd, 157 huizen verwoest en bij wonder maar drie oudere mensen die het niet hebben overleefd omdat ze nog sliepen. In de bergen hadden we al veel restanten van de brand gezien in de vorm van verkoolde planten, zwarte grond en stukken stam rechtopstaand als kleine soldaatjes die de wacht houden. Nieuw groen perst zich hier en daar al weer naar boven. In totaal is 22% van het eiland verwoest.

Exact volgens de voorspelling komt het zware weer opzetten. In de nacht van zaterdag 15 oktober begint bij volle maan de wind te loeien, het regent hard en de deining van zee begint de haven in te rollen. Frits heeft de boot met heel veel lijnen vastgeknoopt aan de steigers. In mijn halfslaap ( van echt slapen is geen sprake) droom ik dat de boot een grote spin is. Een grote snavel rukt voortdurend aan het web en de spin danst op en neer. Ze probeert uit alle macht de touwtjes van haar web in handen te houden. Alles geeft mee dus er kan niks gebeuren. In het echt lijkt Salon inderdaad wel op een spin in een groot spinnenweb van touwen. Zondag gaat het echt woest te keer, vooral buiten op zee. Hoge golven rollen naar de kust en breken met metershoog opspattend schuim tegen de rotsen, de kademuur en de markering bij de ingang van de haven. Woeste golven gooien de keien van het strand meters verderop. De lucht is zwaar dreigend en verhoogt de sfeer. Wat niet in het plaatje past is de temperatuur. Het blijft 25 graden en dus zie ik af van de warme chocolademelk. Het is niet echt comfortabel met het getrek aan de lijnen, de boot die voortdurend heen en weer schiet zodat mijn slechte gevoel voor evenwicht maar weer eens blijkt, het lawaai van knarsende touwen, klapperende lijnen tegen de mast, gierend gehuil van de wind….en toch liggen we er, vergeleken met monohulls aan het eind van de steiger,  “rustig” bij. Die gaan pas echt te keer. Bij de aanblik word ik al zeeziek. Door het bos van zwiepende masten kijk ik naar de vuurtoren. Dat is raar: even lijkt het alsof de masten stil staan  en het de vuurtoren is die beweegt.  Word ik soms gek van al dat geknars, gepiep, gekraak, geloei, geschud?

Twee nachten van slecht slapen en oordoppen zo diep in mijn oren gepropt dat ik ook nog  overdag het gevoel heb dat er iets in mijn oren zit,  en de rust én de zon keren broederlijk weer. Vliegtuigen vliegen weer regelmatig over en landen op de korte landingsbaan gedeeltelijk boven zee gebouwd. Onder de landingsbaan door loopt een snelweg en tussen de enorme peilers waarop de landingsbaan rust is een scheepswerf waar druk aan boten gewerkt wordt. Een maf gezicht. De enige wasmachine voor de hele haven ( niet meer gratis zoals op Porto Santo) draait overuren en overal wappert kleurig wasgoed in de oververmoeide uitgebluste wind.
Rondrit op Madeira.

Van een ruige schoonheid en overal bloemen...

 

Als soldaatjes die de wacht houden...
 
Uitgebloeide bloemenschermen kondigen aan dat ook hier de herfst zijn intrede doet...
 
                                     

Ze gaan onverstoorbaar verder met hun siësta...
                                        
                                         

Funchal, de hoofdstad van Madeira...


Salon danst als een spin in een web....
 
 
 
Wit schuimend water spat woest metershoog op...
 
 
 

 

dinsdag, oktober 11, 2016

Verhaal 8: Porto Santo en Madeira 11 oktober '16


 
Op Porto Santo ankeren we in de baai naast de jachthaven. We betalen een zeer klein bedrag en mogen in ruil daarvoor zo veel water tanken als we willen, gebruik maken van de douches en van de wasmachine. Er is de afgelopen jaren hard gewerkt om de haven en het douanekantoor een modernere aanblik te bieden.  Ook de weg langs de kust blinkt nog van het nieuwe asfalt. Helaas vinden we de Portugezen er veel te hard op rijden en blijven onze fietsen in de tas. We gaan liever een half uur veilig lopen naar het dorp dan 10 minuten onprettig fietsen. Het komt er wel op neer dat we een groot deel van de dag bezig zijn met jerrycans water halen in de bijboot, uren wachten op onze beurt  voor de enige wasmachine en steeds heen en weer om het deel dat klaar is op te hangen, minstens een uur per dag onderweg voor boodschappen…. De tijd die rest is Frits klusjes aan het doen terwijl ik mijn kleurtje op peil houd of aan mijn conditie werk met zwemmen en spieroefeningen op het voordek. Ik zag een jonge meid vlakbij hetzelfde doen, rekken en strekken van allerlei spiergroepen. Toen ik zag hoe soepel ze zich dubbelvouwde durfde ik zelf niet meer zo goed , in elk geval niet op het voordek, en hield het bij zwemmen. Geen straf: het water voelt fluwelig, is glashelder en intens blauw, niet te zout en niet te koud.

Frits wou naar de kapper in het dorp. Hij werd in een mooie kapsalon vakkundig, kordaat en snel gekortwiekt door een meisje. Naast haar was de eigenaar van de salon met aanstekelijk enthousiasme aan het werk. Hij leek wel een goochelaar zoals hij snel en bedreven in de weer was met kam, schaar en föhn. Hocus pocus en klaar was hij. De oudere dames in de kapsalon waren zeer gecharmeerd van hem zag ik wel. Hij liet hen stralen als koninginnen en maakte hen klaar alsof ze het  bal moesten gaan openen. Dat leek me ook wel wat en dus maakte ik een afspraak voor de volgende dag. Hij had het nog druk en ik moest nog een dik half uur wachten. Niet erg, we konden op het terras er naast koffie drinken en hij zou me komen halen als ik aan de beurt was. Ondanks dat ik het onder mijn schort Spaans benauwd kreeg en zweetdruppels begonnen te parelen, vond ik het zeer vermakelijk hoe hij enthousiast kamde, knipte, meezong met de radio, ondertussen met zijn personeel overlegde en grapjes maakte met klanten , rondjes om me heen danste om de rechter en linkerhelft op elkaar af te stemmen en supersnel föhnde als een goochelaar die een truc uitvoert. De goocheltrucs lukten. We kwamen beiden als halve struikzeerovers binnen en gingen naar buiten als netjes gesnoeide buxusbolletjes. Over de hele vloer lagen ” mijn prachtige blonde lokken” verspreid als stille getuige van zijn overgave. Hij vond het een eer dat we in zijn kapsalon waren geweest.

We herhaalden de bustour die we in 2010 samen met de Noorse vrienden hebben gemaakt. Porto Santo is een vulkanisch eiland en  heeft mooie uitkijkpunten over rotsen, stranden en zee. De eerst beschreven geschiedenis begint in 1418 als een Portugees schip door een storm uit koers raakt en op Porto Santo belandt. Portugese orders zijn het onbewoonde eiland in te nemen, de oorspronkelijke “dragontrees” te verwijderen en wijn- en suikerrietplantages aan te leggen, later verwoest door ingevoerde konijnen. De eerste gouverneur op Porto Santo is Perestrelo.  Columbus trouwt met zijn dochter en woont tijdelijk in het dorp. Zijn huisje is nu een museumpje. Er is behalve een oorspronkelijke dekenkist niet veel te zien. Wel boeiend waren opgedoken zilverstaven, muntstukken, lepels, gereedschap …uit het in 1724 bij Porto Santo vergane Nederlandse schip Slot ter Hooge.

Zaterdag 8 oktober verlaten we Porto Santo in het kielzog van een coaster die ’s nachts binnen kwam varen en ons met het lawaai van zijn schroef wakker maakte. Er staat een hele zachte NO wind en een groot deel van de 30 mijl naar Madeira kunnen we lekker rustig zeilen. Toch maakt een lange deining uit het NW ons een beetje weeïg. Twee dolfijnen zwaaien ons uit en schieten tussen de boegen heen en weer. De boegen duwen een witte snor van zout water omhoog. Een constante watermassage. Het moet heerlijk zijn om een boeg te zijn. Nooit spierpijn ! Drie stormvogels scheren sierlijk over het water: welkom op Madeira.

 We ankeren op één van mijn favoriete ankerplekken: Baía da Abra, een baai omringd door prachtig omhoog geduwd vulkaangesteente in vele lagen en fantastische kleuren variërend van grijs, geel, rood en 50 tinten bruin. In 2010 had ik drie dagen migraine toen we hier lagen. Ik heb me voorgenomen er nu dubbel van te genieten om de schade in te halen. Ik kan er geen genoeg van krijgen om naar  het kleurenspel en de rotsformaties te kijken, voortdurend veranderend al naar gelang de zon haar licht doet schijnen. Hier is verder niks en dus is het ’s nachts pikkedonker. Zodra de zon zich achter een rotspunt verstopt heeft en nog even een wolk streelt met haar gele gloed,  doet de halve maan haar lichtje aan.
We roeiden er naar het strand op een dag dat er geen branding was zodat de bijboot zonder kleerscheuren op het keienstrand kon landen. Kleine keitjes tot zeer grote keien maken het lopen lastig. Dit was het moeilijkste stuk van de prachtige wandeling die we maakten over de bergkammen met spectaculaire uitzichten over de ruige rotskust aan de achterzijde van de baai. Een aanrader voor elke wandelaar. Het pad is goed begaanbaar. Wij hebben het als enige op sandalen gelopen. Ik werd nerveus van al die zware stampende bergschoenen die me op de hielen zaten. Ik liet ze allemaal voorgaan om zo veel mogelijk in stilte van dit natuurschoon te genieten, zodat ik nog meer onder de indruk raakte.
Porto Santo




Baia d'Abra







 
 






maandag, oktober 03, 2016

Verhaal 7: Onderweg naar Porto Santo 3 oktober '16


Rio Guadiana, Faro, Culatra, Alvor

Oude en nieuwe voetstappen

Op zonovergoten wit zand,

Op glad gesleten zwarte en witte keitjes in oude straatjes met frivole balkonnetjes,

Tussen goudgeel gebrande heuvels, droog en dor.

Waarom daar dan niet blijven?

De lokroep van de oceaan, slechts een kleine 500 mijl te gaan.

Hoge golven met schuim in hun kraag,

Harde wind, een knoop in onze maag,

Als de golven zijn uitgespeeld

En de wind zich een beetje verveelt,

Nemen dolfijnen het spel  over

En buitelen met ons mee in de inktpotblauwe zee,

Nog 60 mijl te gaan.

De zon gaat betoverend onder,

Maakt plaats voor sterrengeflonker in het zachte donker.

Nog 30 mijl te gaan.

Aan de horizon een vaag oranje licht,

Porto Santo komt in zicht.

 

Donderdag 29 september vertrekken we bij het krieken van de dag. Er is nauwelijks wind onder de kust. Portugal glijdt als een gele, hier en daar door groen onderbroken band met huisjes en dorpjes als witte legosteentjes,  aan ons voorbij. We varen West, de genua en het grootzeil moeten een paar keer naar de andere kant, de motor moet bij. Cabo Vicente voorbij trekt de wind aan, zo ook de golven en de deining. We zitten aan de rand van een windveld dat naar het Oosten toe voor zeer harde wind zorgt. Het waait veel harder dan voorspeld. De wind komt schuin achter in en we vliegen met 10 tot 12 knoop over  de golven. Er staat een hoge deining van een paar meter, de golven zijn warrig en breken af en toe en we zijn eigenlijk nog niet ingeslingerd na de rustige tochtjes onder de kust en op de rivier. Onze magen kunnen dit tempo niet volgen. Eigenlijk zeilt het prachtig met hoge snelheid van 10 tot 12 knoop ondanks dat het grootzeil drie keer gereefd is en de genua half is ingerold. Maar genieten is er nog niet echt bij. Er passeren een paar grote schepen in de scheepvaartroute, een stormvogeltje vliegt nieuwsgierig langs en dan zijn we alleen. We genieten wel weer van de prachtige heldere sterrenhemel en de melkweg weerspiegelt in de oceaan. We wisselen om de paar uur en voelen ons slap. We leggen 200 mijl af in 24 uur.

Dag twee worden de golven en de wind iets rustiger maar de warrige deining blijft. Zodra ik binnen iets moet doen , al is het maar een snel eitje bakken, gaat het mis. We komen er beiden niet echt overheen. Dat de golven hoog waren bewijzen de kleine inktvisjes die in beide gangboorden zijn aangespoeld. Als we ze vinden zijn ze al door de zon opgedroogd en laten ze een zwarte inktvlek achter op de witte verf. De hele dag en nacht blijft het doorwaaien en kunnen we 6 tot 8 knoop lopen. De volgende 160 mijl zijn afgetikt.

Dag 3 is de wind nagenoeg weg en de zee uitgeblust. De zon brandt al snel de grijze lucht aan flarden. Langzamerhand komen we weer wat aan eten toe.  We kunnen een deel van de dag nog 5 knoop zeilen maar later moeten we het op de motor doen. En dan, precies zoals we hadden gehoopt: een cadeautje. We horen het bekende geplons en we vliegen naar het voornet om niets van de dolfijnenshow te moeten missen. Het is zo bijzonder om van zo dichtbij die prachtige glanzende lijven te zien spelen en buitelen in dat glasheldere inktpotblauwe water. Zo dichtbij dat ik me bijna één van hen voel en mee zou willen zwemmen. Maar als er dan een grote zwarte vogel met witte vlek  op zijn vleugels, de Grote Jager,  sierlijk langs ons komt zweven, dan weet ik het niet meer. Zou ik een vogel of zou ik een dolfijn willen zijn? Dan maar een “dogel” of een “vofijn”.   We zijn over een onderwaterberg gevaren. De oceaan is 4000 tot 5000 meter diep en dan ineens is er een plek op de zeekaart die nog maar 86 meter diepte aangeeft. We hoeven ons met onze diepgang van 70 cm geen zorgen te maken. Precies na 3 volle dagen en nachten komen we in het laatste donker aan. De zon kleurt de lucht al rood boven de horizon en de bergen van Porto Santo steken scherp zwart af. De laatste 120 mijl zijn geslaagd.

Ik stuur de haven in, Frits laat het anker vallen…rust. Welkom op Porto Santo. Een goed begin van mijn 59ste jaar jong. ( Met crêpes die Fransen hadden gebakken. Op de achtersteven van hun boot een crêpes bakplaat waar de man uren stond te bakken en de vrouw langs jachten ging om ze te verkopen. De haren nog nat van het zwemmen smaakte dit ontbijt heerlijk. Dankjewel iedereen voor de lieve felicitaties. Ik kan weer een jaar vooruit.)
 

De Grote Jager; Geweldige luchten onderweg; Ilheu de Cima in het eerste ochtendgloren; Porto Santo ontwaakt; Crepes als verjaardagsontbijt.