vrijdag, september 20, 2019

Verhaal 5: Van Alvor naar Tanger


Wat hebben we een leuke tijd gehad met Lonneke, Stijn, Merijn en Julius. De eerste dagen moest iedereen even wennen aan de drukte op een toch beperkte ruimte met twee energieke jongetjes die wilden voetballen in de kuip. Julius schopte bijna de bal over  “Dynette” en Merijn maakte toch een smak van het bankje af! We lieten een kinderstoel aanrukken door Gilda voor Julius om de maaltijden onder controle te houden en we brachten zoveel mogelijk tijd door voor anker bij de zandbanken van Alvor waar de kinderen naar hartenlust  met emmer en schepje in de weer waren en niet te vergeten met het bootje van Coos en Martine dat nog van hun kinderen geweest is. Merijn heeft het bijna niet meer los gelaten. Ze hadden totaal geen watervrees en renden ook onbevreesd de branding in op het strand bij Portimaõ. Het tochtje van Alvor naar Portimaõ zat Julius koninklijk  in zijn knalroze kinderstoel over de zee te kijken terwijl Merijn met mij op het voordek zat en honderduit babbelde kijkend naar de spectaculaire rotskusten. Later stuurde hij met opa de haven in. We bleven een paar dagen in de haven van Portimaõ met zijn mooie stranden en stuurden Lonneke en Stijn zoveel mogelijk op pad met z’n tweetjes. Voor opa en oma geen straf om op te passen. Weer terug in Alvor mochten we de kajak en de supplank van Coos lenen. We hebben er veel plezier van gehad.



Wat is het dan ontzettend stil en niet leuk als ze weer vertrokken zijn. Wat missen we Merijn zijn stemmetje elke ochtend: “Opaaaa. Ik ben wakker !”. Dan mocht hij bij ons op het grote bed kletsen, met zaklampjes spelen en met ons rollebollen. Julius zat dan allang in zijn mooie stoel een banaan te verorberen. Gelukkig hebben we elkaar nog.


We waren naar het stadje Lagos gevaren ongeveer  een half uurtje naar het westen. Met de kinderen gingen we nog even voetballen. Julius verzwikte zijn voetje dat in het zachte zand was weggezakt toen hij de bal wou pakken. Hij gilde het uit en wou er niet op staan. Wat nu? En dan is een vangnet toch wel heel handig. Frits was op de boot gebleven. Wij belden Frits; Frits belde Gilda; Gilda belde haar boottaxichauffeur Carlos die met hun speedboot mensen naar Lagos brengt en weer ophaalt; Carlos kwam binnen 10 minuten en nam Lonneke, Julius en mij mee terug  in de speedboot naar Alvor met hoge snelheid . Julius was uitgeput en sliep de hele tocht; In Alvor stond Ugu klaar, hun werknemer die de tickets verkoopt voor Alvorsailing; Ugu bracht ons in zijn auto naar het privéziekenhuis van Alvor. Hij zei tegen de ambulancechauffeur die voor de ingang stond dat we een baby hadden die met spoed naar binnen moest. De ambulance maakte plaats en wij konden voor de deur uitstappen. Daarna duurde het uren voor we alles achter de rug hadden van wachten, inschrijven, naambandje maken, foto’s maken, dokters spreken, weer foto’s maken… Telkens als Julius moest staan leek hij een kleine flamingo met één opgetrokken pootje. Ondertussen waren Frits, Stijn en Merijn weer naar Alvor gevaren. Stijn kwam ons in de bloedhitte tegemoet om een lunch te brengen. Het ziekenhuis had alleen chocola en koekjes. Onbegrijpelijk. Het is klaar. De dokter heeft een minuscuul scheurtje in een voetbeentje gezien, Het moet vanzelf goed komen; we belden Carlos die ons in zijn auto ophaalde, op de rotonde parkeerde zodat Stijn naar de apotheek kon en die ons netjes weer bij de steiger afzette. Er zat maar één ding op om dit allemaal te verwerken: we gingen ijs eten! En Merijn koos in een winkeltje 4 kleine autootjes waarvan hij eentje heel lief aan Julius gaf

Terug in Nederland blijft Julius last houden. Er worden weer foto’s gemaakt. Deze dokter zegt dat het scheurtje in het scheenbeen zit. Tsjaaa! Gelukkig gaat het nu de goede kant op.
We zijn nog een aantal dagen zoet met het opruimen van de boot en vooral met het zandvrij maken ervan, met het inslaan van water, met boodschappen aanvullen, met bergen beddengoed en handdoeken wassen en…met het uit eten gaan met Gilda en Vitor. Ze bieden ons nog een tripje aan naar Lagos met de speedboot maar dan wordt het toch echt tijd om afscheid van hen en Alvor te nemen. Marie en Les , de buren van de Engelse catamaran doen ons uitgeleide onder scheepsgetoeter.
Lagos.





We vallen nog 2 keer droog zodat Frits nog wat reparaties kan doen aan de boeg waar toch weer een blaas onder de verf opbolt.


Op 9 september varen we de zee op. Er is geen wind en dus kunnen we net zo goed even stoppen  bij Portimaõ om te lunchen met  Addy. ( solozeiler uit eerder verhaal) Als het in de namiddag toch nog gaat waaien vertrekken we naar  Faro. Het is wennen. De golven zijn hoog, puntig , dwars en warrig. Het zeewater bruist tot op dekhoogte. Als ik tosti’s sta te maken ben ik net op tijd weer in de frisse lucht voordat het mis gaat. Buiten geen last. De zonsondergang is wonderschoon. Als het laatste rood uit de lucht is verdwenen, het laatste daglicht is verstorven, het maanlicht het overneemt, valt het anker bij Ilha Deserta, het verlaten eiland.


De volgende ochtend varen we om 7 uur met de meeuwen en de kleine vissersbootjes mee naar buiten. De zon staat te popelen om haar ladder te beklimmen. Haar warmte voelt weldadig nu de  thermometer maar 18 graden aangeeft en de wind fris is. De golven komen schuin achter in en bouwen op tot 2 meter, maar nu regelmatiger dan gisteren. We surfen er met hoge snelheid van af tot 14.7 knoop met gereefd grootzeil en genua. Portugal is verleden tijd, “Até logo Portugal “               ( tot later). We besluiten naar de ingang van de Rio Guadalquivir te varen. De golven bouwen op nu de zee nog maar 10 meter diep is. De rivier leidt naar Sevilla maar ook nu zien we er van af om daar naar toe te varen, net zoals 3 zomers geleden vanwege de warmte en de ondraaglijke kleine muggen. We varen wel de rivier een stukje op om een ankerplek te zoeken. Met de wind en golven achter inkomend surfen we naar binnen met hoge snelheid. Het grootzeil 2x gereefd en enkel een puntje fok remt nauwelijks af. Een rode vissersboot schommelt wild en surft aan stuurboord met ons mee en een tweede witte vissersboot wringt zich nog tussen ons in, dansend en wiegend op de golven. Frits stuurt veiligheidshalve net buiten de boeien maar heeft weinig speelruimte omdat aan stuurboord drie kanoërs verwoed vlak langs roeien om met ons mee van de golven af te surfen. Ik toeter tevergeefs op de scheepstoeter. Net als ik denk dat we ze gaan overvaren remmen ze af en laten ze ons voorgaan. Stressig momentje!






De volgende ochtend is er geen golf meer te zien totdat we weer op zee zijn en de wind toeneemt tot windkracht 6 met uitschieters naar 7 beaufort. 10 knoop met gereefde zeilen schiet wel lekker op om in de baai tegenover Cadiz te ankeren, naast Puerto Sherry. In het stadje Santa Maria is een grote Osborne Sherry bodega die er fantastisch uitziet. Er is een expositieruimte met op dat moment een expositie van  Costa Tur. Hele speciale aquarelschilderijen in eigen stijl. De wandeling van bijna een uur langs prachtig wit strand met palmbomen en langs heuvelachtige duinen begroeid met parasoldennen  is  zeker de moeite waard. Het stadje zelf is echt Spaans, geen toeristen, leuke pleintjes, vriendelijke mensen, heerlijke tapas.


 Aangezien het te hard waait om brood te halen moet ik zelf aan de slag. Het deeg had er zin in en raakte net niet het dak van de oven aan.


We gaan een dag in de haven liggen van Cadiz om gezellig de sfeer van de mooie oude stad te proeven. Helaas kwam de voorspelde regen uren eerder en hebben we vooral kroegjes gezien waar we gingen schuilen onder het genot van een biertje met tapa. Ook niet verkeerd. De zo aangename stad verandert in een mum van tijd. Toeristen sjokken met zure gezichten onder een plastic regencape, anderen springen een winkel in om te schuilen. De Spanjaarden blijven onverstoord onder een luifel of parasol van hun drankje genieten. In de smalle sfeervolle oude straten ontstaan dikke plassen en de keitjes worden spiegelend glad.  Alleen de bladeren van de eeuwenoude ficus zijn blij het stof van een hete zomer weg te kunnen spoelen. De draaimolen bij de prachtige kathedraal is verlaten al doen de paardjes nog zo hun best te blijven huppelen.



We vinden de haven van Cadiz niet een haven waar je vrolijk van wordt en we zoeken liever de mooie baai er tegenover weer op. Een Nederlands stel dat in de haven ligt, David en José- Anne, gaat mee en we hebben het heel gezellig samen met koffie drinken, lunchen en heel veel praten. Opvallend hoeveel raakvlakken je met andere mensen kan hebben en hoe snel het kan klikken. Zij blijven tot het eind van het jaar in Cadiz, wij blijven nog enkele dagen in de ontspannen baai liggen. Alleen in het weekend zijn oordoppen noodzakelijk vanwege de veel te harde discodreun.
Op 18 september willen we rond 7 u de baai uitvaren maar het is nog pikkedonker. Eerst koffie met ontbijt voordat een half uur later de lucht roze kleurt in het oosten. Langs een boeienrij varen we naar buiten om de verschillende ondieptes te ontwijken. We geven een groot cruiseschip maar liever voorrang.



Het plan was naar Tanger te varen maar er is zo weinig wind dat we besluiten de koers iets te verleggen en nog even in Spanje te blijven. Langs een wonderschoon stuk kliffengebied varen we naar Barbate. De kliffen doen aan Engeland denken maar dan is zijn de schakeringen van de kleuren crèmekleurig. Ze lijken gebeeldhouwd door een getalenteerde beeldhouwer die zijn fantasie de vrije loop heeft gelaten. Bovenop een deken van parasoldennen en een eenzame toren houdt de wacht.


De haven van Barbate is geen aanrader. We liggen aan een steiger waar het stinkt naar meeuwenuitwerpselen, waar de hele dag lawaai is van een klopboormachine die een gebouw een kopje kleiner maakt, waar het heel ver lopen is naar het stadje langs een saaie opgebroken weg, waar geen sfeer is behalve in een paar straatjes waar de mensen hun gevel en stoep versieren met fleurige bloempotten. Gelukkig is hier wel mooi strand.



Donderdag varen we op tijd de haven weer uit, weg van het lawaai en de zurige lucht van de meeuwen. De thermometer klimt al snel van 17 graden naar 23. De zee is bladstil, geen rimpeltje. Op de motor varen we kalm naar de overkant. Zoals voorspeld komt er rond de middag wind en kunnen de zeilen op en de motor uit. Spanje verdwijnt in grijze mistflarden. Aan de overkant is het lichter. De contouren van Marokko tekenen zich al snel af. Het is druk met grote schepen in de scheepvaartroute heen en weer tussen de Middellandse zee en de Atlantische Oceaan. Ook tientallen vissersboten dobberen met hun netten uit. We zien overal rijen aan elkaar geknoopte ballen die aangeven waar het net is. Goed uitkijken dus ( we zijn twee jaar geleden in een vissersnet gevaren bij Agadir en dat moet ons  maar niet weer overkomen). We hebben zelf ook een lijn uitgegooid, die met het plankje dat onder water trekt. Ik had folie aan de haakjes gedaan als blinkertje. En…beet. Een hele flinke makreel zoals we nog nooit gevangen hebben. Hij paste niet in de emmer. Ik wou hem verdoven met een slok rode wijn in zijn kieuwen (alvast marineren, haha ) bij gebrek aan sterke drank. Dan leggen ze direct het loodje, maar de wijn was niet sterk genoeg. Hij spartelde de hele kuip en onze kleren onder de rode wijn. Geen goed idee dus. Toch was hij snel versuft en heb ik hem op het voordek panklaar gemaakt. En hij was lekker.
Rond 16u worden we met veel egards ontvangen in de haven Tanja Marina Bay van Tanger. Twee jaar geleden lagen we nog bij de vissers aan een kademuur tussen de visingewanden van het slachtafval. De haven was toen nog net niet klaar. Nu is hier een grote marina in het zicht van de stad. We worden er door wel 10 mensen super vriendelijk ontvangen, elk met hun eigen rol. De landvasten worden aangenomen, de steigers worden aangeveegd. Elke steiger heeft zijn eigen mannetje dat de hele dag op en neer loopt om alles in de gaten te houden. Het gaat er hier efficiënter aan toe dan in havens van Cadiz en Barbate. De zonsondergang is veelbelovend.



Eens kijken wat de nieuwe dag in petto heeft.