zondag, april 23, 2017

Verhaal 26 : Nieuwe Motor, Nieuwe Boot. 23 april ’17


Fotoverslag.

Woensdag 19 april gaat Salon op de wal.
 Dat we op 1 motor door dit gat zijn gekomen!
Het onderwaterschip kan wel een beurtje gebruiken, al valt de aangroei  ons nog mee na 2 jaar in het water te dobberen.
Angel van de haven spuit Salon grondig schoon.
Er waren eens 2 potten. Zegt de ene pot tegen de andere: “Ben jij Spic?”; “Nee” zegt de andere pot: “Ik ben Span.”   Frits plaatst nieuwe WC afsluitkranen; na 24 jaar zijn de oude verroest en lekken ze. Ik zorg voor de potten.
Op 20 april krijgt Frits zijn mooiste en zwaarste cadeau ooit. Staat nog wel in de auto, dus er mee spelen kan nog even niet.
Angel komt te hulp met de vorkheftruck om het 105 kg zware cadeau op de boot te hijsen.
Nog even een scepter aan de kant en dan…
staat de motor in de kuip. Past het of moet er een stuk van de deuropening afgezaagd worden?
Misschien handiger om een onderdeel van de motor te slopen vindt Marc.
Zo, hij is het trapje goed af gekomen. Met zijn drieën is het nog lollig ook.
Frits begeleidt buiten de takel die aan de giek hangt om Marc en Bennie binnen te helpen de motor op zijn plek te krijgen in de motorruimte.
Blinkend en wel zit een paar uur later Koning Motor op zijn troon in zijn prachtige paleisje. En hij dóet het ook nog!
Ik verf het  hele onderwaterschip twee keer, 8x 12 meter. De eerste dag voel ik me gesloopt. De tweede dag daarentegen is appeltje, eitje. Behalve dan dat zich door de vreselijke verfluchten, de herrie van schaafmachines en hogedrukreiniger bij de buren, migraine zich opdringt waardoor ik het de derde dag moet laten afweten.
Frits heeft het rubber manchet voor de nieuwe motor vervangen, sloopt de schroeven en vervangt de zinkanodes.
Ik schuur de lelijk geworden schroefbladen, vier stuks, tot ze weer blinken als bijna nieuw.
Het resultaat is een selfie waard.
Zaterdag 22 april is de klus geklaard. Frits heeft alle beschadigingen aan de witte verf gerepareerd en geverfd. En net als de verf stofdroog is slaat het heerlijke windstille zomerse weer om. Het wordt bewolkt en de wind loeit een paar uren. Goed getimed.
Als ’s avonds de kraanmachinist de kraan alvast over ons heen rijdt is het weer opgeklaard. Morgen het water in. We zijn er klaar voor.
 
Zondag 23 april nog even de laatste likjes verf op de plaatsen waar de steunpalen gestaan hebben
10u30: Van ons mag hij wel gaan rijden.
Een dik half uur later ligt Salon te blinken in de zon. We hebben nog twee dagen de tijd om ons voor te bereiden op de oversteek naar Porto Santo of als de wind gunstig blijft door naar de Algarve: proefvaren met de nieuwe motor, de was doen, vele boodschappen halen, water en diesel tanken, nog één keer uit eten om van alles te vieren en vroeg naar bed...
 
 




 
 



 

dinsdag, april 18, 2017

Verhaal 25: Van Noord naar Zuid Tenerife 18 april ‘17


We verblijven 16 dagen in de haven van Garachico en blijven de enige bemande zeilboot. De hele steiger is voor ons alleen. Als er al eens iemand over de steiger loopt in het weekend, dan voelt dat alsof diegene ongevraagd door onze tuin loopt. In de rest van het haventerrein is wel bedrijvigheid. Je zou het bijna een “joggings-, ontmoetings-, wandel-, speelplek”  kunnen noemen. Van 8u ’s morgens tot 8u ’s avonds lopen mannen en vrouwen alleen , zij aan zij of achter elkaar aan  in kordate stevige pas het hele haventerrein  alsmaar op en neer, sommigen nietsziend de blik strak naar voren gericht, anderen druk kletsend. Het is voor alle leeftijden. Elke dag loopt een oude man moeizaam met 2 stokken een paar rondjes en rust af en toe op één van de vele bankjes. Na schooltijd tot het donker wordt komen ouders met kinderen om hen te laten fietsen, steppen, rolschaatsen, skaten, voetballen, met bestuurbare auto’s oefenen… Dat  ze deze plek uitkiezen ligt voor de hand: rondom de haven , van Europees geld aangelegd, ligt een enorm  buiten proporties groot oppervlak aan strak en vlak beton. Het wordt elke dag nog net niet gestofzuigd, maar wel aangeveegd. Je kunt er van de vloer eten bij wijze van spreken. Dit is de enige plek in de wijde omgeving die niet bergachtig is en dus perfect voor dit soort activiteiten. De omgekeerde wereld: wij zoeken de bergen op om te hiken; zij zoeken de vlakte om te joggen, fietsen, skaten…





Heel gezellig dat David en Marleen die we uit Las Palmas kennen op visite komen vanuit  San Miguel.

Een wandeling naar de overkant  van Garachico levert mooie plaatjes op.

Na een periode van veel grijsheid  breekt eindelijk de zon door de wolken en het blijft dagenlang zonnig en nagenoeg windstil met omfloerste zonsondergangen.
 
Frits heeft de motorruimte helemaal opgeknapt en opnieuw blinkend wit geverfd. Laat Koning Motor maar komen, zijn paleisje is er klaar voor!

 
Met de bus maken we uitstapjes naar plaatsen  in de buurt. Buenavista bij de noordwestpunt van Tenerife doet zijn naam eer aan. Vanuit het dorp is het uitzicht op de bergen inderdaad prachtig. We moeten wel een heel eind lopen om vrij uitzicht te hebben zonder de grijze muren die de bananenplantages ommuren. Het slaperige dorp is rustgevend: een wandelweg langs de huisjes van een golfterrein waar meer hagedissen dan mensen verblijven, een picknicktafel onder oude bomen, een plein waar een vader geamuseerd met zijn talentvolle zoontje voetbalt, een dorpsplein met terrasjes in het aanzicht van een wit gepleisterde kerk waar oude mannetjes de dingen van de dag aan elkaar vertellen, een enkel  propperig supermarktje  waar wel alles te krijgen is, uitzicht over bergen en zee…
 
 
 
 

Puerta de La Cruz , een uur met de bus richting oosten, is een grotere plaats en een leuke mix van rust en bedrijvigheid. De wandeling langs de zee is spectaculair met het hoog opspattend water tegen rotsen en kademuren. Er is een zandstrand van fijn grijs lavazand en palmbomen. Zou het zand spierwit zijn geweest dan had ik me in het Caribisch Gebied gewaand op het strand van Tobago. Toch kiezen veel  mensen er voor om te zonnebaden op de stenen van de kademuur vlakbij het oude centrum en te zwemmen in de havenkom waar de golven het effect van een golfslagbad veroorzaken. Jammer dat ik geen handdoek bij me had.                                                                               Het oude centrum is heel gezellig met kleine straatjes, gekleurde huisjes, gezellige pleintjes en terrasjes, winkeltjes met snuisterijen. Het houdt het midden tussen het slaperige Buenavista en het  te toeristische Los Christianos en omgeving.





En dan is daar 13 april en wordt Frits 67. Eindelijk worden de hikestokken die ik al op La Palma heb gekocht als cadeau,  officieel ingewijd. We volgen vanuit het dorp Garachico  3 km een stenig wandelpad dat zigzaggend 500m klimt door stukken dennenbos en steeds met prachtig uitzicht over Garachico, de rots in zee en de haven, We eindigen in een piepklein dorp San Juan, een paar straten, een kerkje en twee bars. We hebben geen tijd om er rond te kijken omdat we nog maar 6 minuten hebben om op adem te komen voordat de bus  ons naar het stadje Icod brengt waar we overstappen op de bus naar Garachico  terug. We hebben wel een etentje en koud biertje verdiend!



Op Goede Vrijdag varen we bij windstil weer op 1 motor zonder probleem de haven van Garachico uit. De spanning valt weg en met de fok op glijden we zachtjes over de lichte deining.
 
 
Stille blauwe ochtend,
Transparant witte vegen in de lucht.
Salon vaart de haven van Garachico uit,                        
Zacht deinend op de kalme zee.
Staand op het bankje,
Hoofd in de verkoelende wind.
Zon nestelt zich in mijn nek,
Baant zich over mijn rug
Een weg naar beneden.
Vroege warmte,
Voorbode van een zinderende dag.
Majestueus glijden de bergen van Tenerife voorbij,
Gevangen tussen de vage tekeningen van El Teide en La Gomera.
Hoe heerlijk en prachtig is het land,
Hoe vredig en vrij de zee.
Blij gevoel,
Al weet ik dat weldra heimwee zal knagen.
 
De hele zalige “Goede “  dag is er weinig wind en kabbelen we met 3 tot 4 knoopjes rustig verder. We hebben tijd. Alleen als de snelheid naar 2 knoop zakt gaat de motor bij. Tot Los Gigantes is de kust  prachtig in al zijn ruigheid en donkere bergkloven. Daarna volgt een aaneenschakeling van flats, appartementen, hotels en plastic kassen.
Als de zon om 19u verdwijnt achter sluierbewolking varen we langs de zuidelijke vuurtoren. Nog slechts 7 mijl te gaan naar de ankerplek bij de rode rots, waar we al een paar keer eerder ankerden. Onvoorspelbaar als altijd trekt juist nu de wind flink aan pal tegen. We moeten eerst een heel eind weer de zee opvaren, Tenerife voorbij, om dan overstag te gaan naar de rots . Het is inmiddels donker geworden, de wind loeit en we halen de rots niet in één  keer. Bovendien krijgt motor 2 kuren. Het toerental zakt even terug en een alarmlampje gaat branden. Wordt dit gewoonte? Als het anker valt,  in het licht van de enorm felle oranje lampen van de landingsbaan vlakbij, is het bijna 23 uur. Voor de derde keer liggen we bij het kleine gele huisje op het strand waar we met Piet en Geertje waren.  De deining draait om de rots, de wind is stevig en Salon schommelt heen en weer zodat ik me tijdens het koken schrap moet zetten. Niet voorspeld, het zou heel rustig weer zijn. Zo kunnen we op 1 motor niet veilig de haven in varen en dus brengen we de paasdagen door voor anker bij de Rode Rots  en kijken naar de mensen op het strand, luisteren naar het orgelconcert van Hayden en ontbijten met stokbrood uit de oven met een stuk chocola bij gebrek aan paaseitjes. De temperatuur stijgt naar 34 graden in de kuip en  een warme Saharawind uit Marokko blaast onze kant op en neemt geel zand met zich mee. Een paar keer plonzen in zee brengt verkoeling. De achtersteven wordt een meter uit het water gelift en valt met een dreun weer op het wateroppervlak. Ik moet opletten dat ik er niet onder kom in dit reuze golfslagbad. Bij zonsondergang zakt de zon als een glinsterende gouden bal achter een afgetopte berg. In de gele avondlucht had het ook wel de volle maan kunnen zijn. Ik hoor de stormvogels met hun rare kreten naar huis vliegen. Het klinkt als : “au au au wèèèh” omdat ze van zee weer naar hun nesten op de rotsen moeten. Of vergis ik mij en zeggen ze: “gauw gauw gauw, jochei ” omdat ze eindelijk naar huis kunnen nu het donker wordt. Wie zal het zeggen? De wind valt stil en de oranje lampen van de landingsbaan weerspiegelen in het nu nadeinende gladde water, glinsterend in de sfeervolle avondschemering.

 
Inmiddels liggen we veilig en wel in de haven van San Miguel, nu voor de derde keer. Woensdag 19 april gaat de boot op de wal zodat we het motorgebeuren kunnen voorbereiden en we ondertussen het onderwaterschip een nieuwe laag verf kunnen geven. Werk aan de winkel.
 
 
 
 

dinsdag, april 04, 2017

Verhaal 24: Terug naar La Gomera en Tenerife 4 april ‘17


25 maart: De laatste dagen op Tenerife, nadat we Gea, Reinie, Koen en Lia nog hebben opgezocht in hun mooie vakantieverblijf,   zijn somber, koud en erg winderig. Tussen de bebouwing valt dat minder op maar in de haven bezorgt het ons een “Borkumgevoel”. Als de wind uitgeloeid is varen we terug naar La Gomera. Boven het eiland Tenerife hangt van kop tot staart een dikke witgrijze rol wolken als een pak vette watten uit het medicijnkastje, donkere schaduwen werpend op de heuvels aan de westkant. Alleen een strook kust blijft wolkeloos en de hotels en appartementen blinken in het zonlicht. Als Piet en Geertje, Gea en Reinie of Koen en Lia hier nog zouden zijn, dan zouden ze nu nippen aan een kopje koffie op het warme balkon en zich daarna  mengen in korte broek  en op slippers tussen drentelende toeristen langs de boulevard met snuisterwinkeltjes en neerstrijken op een gezellig terras onder het genot van een uit de kluiten gewassen glas ijskoud bier of rijk gevulde sangria. Maar… ze zijn er niet meer!


We varen onder de grijsheid uit. Op zee schijnt de zon. Heerlijk. Alsof ik een verloren schat heb weer gevonden. De wind komt pal achter in maar de golven rollen er precies tegenin. Rare deining , rare golven als een kind dat wil spelen maar nog niet goed weet wat hij zal kiezen. Soms valt de wind weg, soms is hij tegen en moet de motor aan. Een grote grijze vogel vliegt heel lang met ons mee en scheert rakelings over het water, zijn vleugeltoppen net droog houdend.

Kon ik maar zo zweven,

Al was het maar voor even.

Ik zou er alles voor willen geven.

Van duizelend geluk zou ik beven.

Het moet heerlijk zijn om zo te kunnen zweven,

Even.
We varen de grijsheid van La Gomera in maar de wind is ons nu goed gezind en we kunnen prima zeilen. De zon schijnt wel op de bergen en af en toe maakt ze glinsterende vlekken op het water maar net niet waar wij ons bevinden. Ik voel me als onze kleinzoon: met graaiende vingertjes probeert hij het lepeltje op tafel te pakken om te eten, maar het ligt net buiten zijn bereik. Frustrerend. Maar de zon wil wel! Als het anker valt in een mooie baai waar we al eerder ankerden, laat hij zich toch zien als wil hij troost bieden. Precies op het goede moment onder het genot van een avocado en een flute cider.
Op het strand zitten drie hippies gehurkt naar zee te koekeloeren. Ze wonen in de grotten van de steile rotswand. Ze hebben de grot afgesloten met een kleed in de deuropening; wasgoed ligt te drogen op de rotsen, een kanobootje ligt op het strand en daarmee zie ik ze naar hun gele zeilbootje dat hier ook voor anker ligt,  roeien. Ze warmen zich aan de warme stenen op het keienstrand en vanuit een opblaasbootje zijn ze met vishengels in de weer. Ze zullen toch van iets moeten leven.  Je zou ze kunnen benijden om het kleine rustige wereldje, niet groter dan een grot en een strandje, waar ze zich voor langere tijd hebben teruggetrokken en zich waarschijnlijk heel gelukkig voelen. Soms zie ik mezelf als een “luxehippie”, zorgeloos teruggetrokken op de boot die ons wereldje is als we een paar dagen ankeren, afgezonderd van de rest van de wereld.

 
O zalige zondagochtend met Frits die me wakker maakt voor vers gezette geurende koffie, warme broodjes uit de oven en een zonovergoten kuip om 8u ’s morgens. Het voelt heerlijk om weer in zee te kunnen plonzen voor mijn ochtendbad, me tijdloos te verdiepen in een boek met een man die lekker op de boot  “aan het rommelen” is. Rolfok wordt beter opgerold, kraanlijn versteld, motorruimte schoongemaakt, weerberichten opgehaald. De twijfel knaagt enigszins: Marc en Carola en  een Nederlandse chartercatamaran zijn gisteren richting Madeira vertrokken. Hadden we dat ook moeten doen? Zij hebben haast, wij niet. We besluiten het volgende “weervenster” met  gunstige wind af te wachten .  Het is heerlijk rustig en zomers. Er is geen wind. Slechts een bries als een zachte zucht die onze gebruinde huid kust met vluchtige lippen. Op de achtergrond speelt een orkest rustgevende muziek van kabbelend water en kleine golfjes, trommelend tegen de rompen; van getinkel op het gele hippiebootje als de triangel in het muziekensemble.                                         Heerlijk weerzien met Coen en José ( van de ouderengroep op La Palma). Ze vertrekken binnenkort voor een tijdje naar Nederland.

Woensdag 29 maart besluiten we naar het noorden van Tenerife te varen om daar in een vrij nieuwe haven te gaan kijken. De kust van La Gomera is spectaculair mooi en ruig in het vroege zonlicht. Aan de overkant ligt Tenerife in nevels gehuld. Alleen de top van El Teide steekt vaag zijn kop er bovenuit en het lijkt alsof de top los in de lucht hangt.
 
 
In de acceleratiezone tussen La Gomera en Tenerife vliegt de windsnelheidsmeter omhoog naar 32 knopen wind. We varen aan de wind en stampen tegen de golven in. We moeten slagen maken om de vuurtoren in het noorden van Tenerife te passeren. De zon flikkert  fel in de rondingen van kleine golfjes als we weer in een windstilte belanden. De zee als een kerstboom met flikkerende lampjes. Geen dolfijnen deze keer maar de glanzende bolletjes van de Portugese kwalletjes, soms alleenstaand, soms in een gezinnetje. Ze lijken heel verleidelijk als een Belgische praline van pure chocola gevuld met slagroom en met een topping van in Grand Marnier gemarineerde sinaasappelschilletjes, gewikkeld in een knisperend doorzichtig papiertje  en afgewerkt met een subtiel roze randje. Maar ze zijn gevaarlijk als de slang die Eva wou verleiden.
We naderen de noordpunt van Tenerife. Een grote groep rustende stormvogels vliegt als één man op uit het water als we langs varen. De wind neemt toe tot 30 knopen. Met een knal breekt aan stuurboord een bout van de lopende bakstag die nu los slingert op de cadans van de zee. Aan bakboord stuift het water langs de romp. De zon weerkaatst haar regenboogkleuren in elk druppeltje zout water. Alsof  we langs een regenboog van kleine diamantjes varen, twinkelend in het zonlicht. Aan stuurboord spat zeewater hoog op en sproeit als een te grote douchekop alles nat. Voor de kust van Garachico ligt een enorme rots: “de rots van Garachico. “     
                                                                                          
Branding spat meters hoog  tegen de rots  en tegen de kustlijn. We moeten scherp varen en ondanks dat de beide motoren meehelpen en dat Frits met de hand stuurt, komen we maar moeilijk om de rots heen. We moeten vaak overstag en heel snel de schoten aantrekken. Maar het teamwork loopt gesmeerd. Totdat 1 mijl voor de haveningang de stuurboordmotor een ander geluid laat horen. Onze alarmbellen gaan rinkelen: Neeee, niet weer! Een paar seconden later geeft de motor er de brui aan. En als bij toverslag , om dit onheil te benadrukken, drijven donkere wolken van over de bergen naar zee. De branding bij de haveningang ziet er vervaarlijk uit. Ik bel de haven en ze verzekeren dat het geen probleem is om naar binnen te varen  en dat ze klaar zullen staan. Op 1 motor kunnen we niet manoeuvreren. Op de deining van een hoge golf spoelen we de smalle doorgang in tussen de pier en een rode boei. Vlak voorbij de rode boei breekt de golf. Het steekt dus heel nauw en het is best spannend. We worden inderdaad opgevangen, landvasten worden aangenomen en niet veel later liggen we keurig aangemeerd in een box.
 
We hebben een “Gran Tarajal” gevoel, van toen dezelfde motor in Gran Tarajal  op Fuerteventura stuk was gegaan vlak voor de haven en dat we 6 weken met de reparatie bezig zijn geweest. Een geluk bij een ongeluk: we hadden in San Miguel 2 weken geleden een telefoonnummer gekregen van een Nederlandse motormonteur voor je weet maar nooit...                                                              De volgende morgen staat hij om 8u op de steiger. Efficiënt ontmantelt  hij de motor en samen met Frits wordt de motor van de boot getakeld aan de giek. Dezelfde avond krijgen we het overlijdensbericht: “ Onverwacht en op te jonge leeftijd is hij van ons heen gegaan. We missen hem nu al.”. Het ziet er naar uit dat Davíd in Gran Tarajal geen goed werk geleverd heeft. Daar is nu niets meer aan te doen. Déze monteur zorgt voor de levering van een nieuwe motor, levertijd 3 weken. En dus ziet het er naar uit dat we ons hier een poosje zullen vermaken. De merels maken zich in elk geval nergens druk over. Zorgeloos zingen ze hun lentelied.                                                          
Het dorpje Garachico op loopafstand  is aandoenlijk en sfeervol met mooie oude kloosters, kerken, gebouwen, pleintjes. Tot het begin van de 18de eeuw was de haven van Garachico de hoofdhaven van Tenerife totdat een vulkaanuitbarsting  in 1706 het dorp en de haven vernietigde. Het dorp is herbouwd en de restanten van de lavastroom langs de kust worden gebruikt  als natuurlijk zwembad: zeewater stroomt in de kuilen tussen de gestolde lava. Soms wordt de toegang  afgesloten met politielinten als de branding metershoog er doorheen stroomt en opspat. Bij rustig weer mag je er zwemmen. Maar ook bij rustig weer zit de lucht vol zout en lijkt het alsof het miezert. De eerste dagen hier spuit het zeewater meters  hoog en komt als een stevige waterval  over de 10 meter hoge kademuur naar beneden gedonderd. Een maand geleden zijn door de kracht van het water stukken balustrade afgebroken
 
 

 
Nog nooit vertoond: we zijn nog de enige bemande boot in de haven. De paar andere jachten zijn of uitgevaren of voor onbepaalde tijd achtergelaten om huiswaarts te keren. Met de bus rijden we in dik 5 minuten naar een groter stadje , Icod de los Vinos, waar alles voorhanden is. In het oude stadsgedeelte  zullen we nog vele voetstappen laten liggen, zo sfeervol.

Het kan hier ook grijs en nog eens grijs zijn maar zelfs dan wentelt Garachico zich in een waas van  sfeer.