zaterdag, oktober 09, 2021

Verhaal 9 September ’21 deel 3: Sander en Dar es Salaam.

 Bij thuiskomst van Zanzibar zitten Sander, Stijn en Lonneke al op ons te wachten om heerlijk te eten samen. De kinderen zijn dansend en springend naar bed gegaan en Ome Sander moet voorlezen. Niet alleen voor ons vieren heel bijzonder om Sander na zo’n lange tijd weer te zien, ook voor de kinderen is dit een feestje.

We genieten samen van het thuis zijn , van wandelen langs de rotskust, van een uitstap in Dar es Salaam onder begeleiding van twee gidsen naar de super drukke vismarkt, fruit- en groentemarkt  ( Kariakoo) en een botanische tuin. Zonder gidsen was het voor ons blanken nauwelijks te doen geweest de weg te vinden in de mierenhoop van mensen en spullen op de markt. We werden niet lastig gevallen, maar de gids overlegde steeds of we een foto mochten maken. Vele mensen willen dat niet, maar met een gids erbij lukt het meestal wel.

Wandelen langs de rotsen van Sea Cliff. en heerlijk eten bij ondergaande zon.





Struinen over de Vismarkt.

Het heeft net flink geregend. Diepe plassen met visafval worden met aftrekkers weggeveegd. Eén keer over mijn rechtervoet die vervolgens onder de schubben zit. Daar hebben Lonneke en Sander nog lang krom van gelegen!


De vissersboten schuiven het strand op en de vele wachtende mensen haasten zich om daar vis te kopen. Bij de boot is de vis het goedkoopst. Als hij op de markt ligt wordt hij duurder. Er is geen ijs om de vis te koelen tenzij hij op transport gaat. Er zijn heel veel soorten vis, van hele kleine visjes, tot blauwe met oranje stippen, tot zeesterren, tot grote roggen en tonijnen. De vis wordt in plastic emmers gedaan of op een betonplaat uitgestald. 





 Het zijn meestal de vrouwen die vis komen kopen en onderhandelen met de vissers. De vissers staan aan de ene kant van een betonnen tafel, de vrouwen aan de andere kant. Ze schreeuwen welke vis ze willen en hoeveel en noemen hun prijs. De vissers schreeuwen terug en onderhandelen met de vrouwen. Als ze het eens worden gooit de visser de vis over de tafel naar de vrouw en de vrouw gooit een zakje met geld naar de visser. Deal gesloten. De vis gaat vaak in een emmer op het hoofd mee naar huis.  



We kijken onze ogen uit hoe het er aan toe gaat, hoeveel mensen rondlopen en hoeveel vis hier gevangen wordt in relatief kleine open boten. Naast de vismarkt is een gedeelte waar koks en kokkinnen de vis bereiden voor de vissers. Nog een deurtje verder kunnen andere mensen een visje eten. Ze worden vooral op houtskoolvuur klaargemaakt, soms in olie gebakken.



Ogen op steeltjes bij de markt Kariakoo, bijna een dorp op zich met nauwe straatjes en gangetjes overladen met mensen, auto’s, brommers, fruit, groenten, bonen, kruiden, kleurige pasta, gekleurde baobabvruchten in blokjes ( hebben we maar niet geproefd met al die vliegen), pittige sauzen, kokosolieproducten, manden… Als ik de gids niet had moeten volgen was ik er langer blijven hangen

Geen doorkomen meer aan!




doperwten doppen in een razendsnel tempo.


Gekleurde stukjes Baobab



De Botanical Garden

Stelde niet veel voor in vergelijking met de Botanical Gardens in het Caribisch Gebied. Armoe troef. Niks onderhouden, raampjes stuk, in de Groene Kas waar de gids erg trots op was groeide slechts onkruid. Wel waren er verscheidene boomsoorten waaronder de Magnolia, de Elephantsear palm, de Teakboom, bomen met dikke luchtwortels die naar beneden groeien en verankeren in de grond en een kaarsrechte Mahonieboom.

olifantsoorpalm

geweldige groene kas

boom met luchtwortels

roze magnolia



teakboom

Op straat is elke seconde de moeite waard. Je zou willen dat niets je ontgaat maar dat is onmogelijk aangezien aan beide kanten van de weg zoveel gebeurt.

Enkele typerende plaatjes:


eieren achterop de fiets




Arm of rijk of middenklasse, gelovig of niet, alles leeft zo te zien zonder problemen naast elkaar.

Bij de veerboot naar Zanzibar staan drie blikvangers van gebouwen. De twee hoogste zijn bankgebouwen en worden de Twintowers van Dar es Salaam genoemd.


Het laatste uitje voor Sander en Lonneke met gezin is een overtochtje naar Bongoyo eiland voor de kust. Er is niets dan wit zand, super blauw water en wat rieten parasolletjes bij een eettentje. Ik kan niet mee omdat ik een parasiet heb opgelopen waarschijnlijk via water of voedsel en ben daar 2 dagen nogal ziek van. Frits blijft solidair bij mij. Lonneke heeft me, kordaat als altijd, naar de Nederlandse arts in het ziekenhuisje gebracht voor onderzoek. Binnen een half uur was de oorzaak bekend via labonderzoek en kreeg ik een flinke portie pillen mee zodat terugvliegen naar Nederland twee dagen later zou moeten lukken. Ondanks dat het ook nog in mijn rug schoot zijn we goed thuisgekomen.


Ons laatste uitstapje in Dar es Salaam is een bezoek aan de schilderijenmarkt Tingatinga. Frits en ik zoeken een schilderij dat bij Lonneke op de logeerkamer mag hangen en natuurlijk gaan er ook een paar mee naar huis. Ze worden van het frame afgehaald en opgerold. Frits neemt de losse framelatjes mee in de koffer om thuis het frame opnieuw in elkaar te zetten.


Met de nachtvlucht van 27 op 28 september vliegen we naar Schiphol waar we om 8u landen, geen dag verloren! Met alle bagage willen we niet zeulen in de trein. Rond de middag zet de taxi ons af voor de deur. De deur valt in het slot, een prachtig hoofdstuk is afgesloten.






Verhaal 9 September deel 2: Zanzibar

 Na onze prachtige Safari bereikt ons het droevige nieuws dat Frits zijn zus Adrie is overleden na één jaar ziek geweest te zijn. Op hetzelfde moment horen we dat Sander geboekt heeft om een week naar Tanzania te komen om ons, Lonneke, Stijn en de kinderen na twee jaar weer te zien. Op de dag van de rouwdienst gooit Frits witte magnolia’s in de Indische Oceaan ter nagedachtenis aan zijn zus. Met ons vieren kunnen we de rouwdienst een dag later volgen op de laptop omdat Adrie’s partner Harry ons het bestand heeft gemaild. Op die manier beleven we toch het verlies en het verdriet samen en vinden we troost bij elkaar.

Toen wij nog op safari waren heeft Lonneke een korte vakantie geregeld aan de zuidoostkust van het grote eiland Zanzibar voor de kust van Tanzania. De volgeladen Catamaran veerboot stuift in anderhalf uur naar Zanzibar. De gangpaden liggen vol bagage en slapende mensen. Bij aankomst worden containers gelost van een groot schip. Dan is het nog anderhalf uur rijden door kleine dorpen met fruitstalletjes aan de kant van de weg voordat we bij de besproken Lodges aankomen. Wij rijden met z’n allen in een georganiseerd busje. De plaatselijke mensen gebruiken de motor of de dala dala als vervoersmiddel, een soort huifkaridee met alle bagage op het dak vast gebonden.








De lodges staan in het zand en het is maar 20 meter lopen naar het strand. De kokosnootpalmen, de hangmatten, het witte verblindende strand, het blauwe warme zeewater doen heel tropisch en idyllisch aan. Een echt Bounty-eiland. Het is overdag bloedheet, de zuidoost passaat is dan meer dan welkom. Zodra de zon weg is en de harde wind blijft doorwaaien voelt het fris. Prachtig is de heldere volle maan en de planeten en de vele sterren die schitteren in de nacht.

 




Het verschil met de weg er naar toe en de huizen bij de toegangsweg tot het paradijsje kan niet groter. Dat veroorzaakt ook wel een bepaalde gêne.




Het is vooral voor Lonneke en Stijn en de kinderen de optimale vakantie na de moeilijke opstartmaanden in Tanzania. Zee, zon, strand, zwemmen, wandelen, relaxen, lekker eten…

De kinderen kunnen de hele dag zich vermaken met zand en water. Wat willen we nog meer. Het zijn gelukkig waterratten.




De uitleggerkano's en duikers met harpoenen komen het strand op . Vis wordt vaak ter plekke verkocht. De duikers hebben het op enorme octopussen voorzien. Op het strand worden ze gewogen en waarschijnlijk naar restaurants gebracht.


Op het strand zijn activiteiten voor de weinige toeristen. Frits en Stijn gaan een uurtje meezeilen met een uitleggerkano, gemaakt van een uitgeholde mangoboom met twee drijvers en een latijnzeil.


Een half uurtje leren om gevoel bij een kite vlieger te krijgen zit er ook nog in. Ook ik mag het even proberen met hulp van de jongen die mijn handen stuurt. Dat valt nog niet mee om de kite in de lucht te houden. De langslopende koeien kijken een beetje meewarig maar gaan er niet van door.



Lonneke en Stijn gaan een dag samen naar de hoofdstad van Zanzibar, Stone Town. De stad heeft haar naam te danken aan het feit dat hier de meeste gebouwen staan die van steen zijn gebouwd, een uitzondering in Afrika ten tijde van de bouw van de stad.. Vaak werd voor de stenen ook zeezand gebruikt. Her en der zijn nog fossielen in de muren te vinden.


Frits en ik gaan de volgende dag samen naar Stone Town terwijl de anderen de veerboot naar Dar es Salaam nemen. Wij blijven twee dagen in Stone Town en hebben een gids geregeld die ons uren door de stad zal leiden en ons vele verhalen zal vertellen. Ogen te kort, oren te klein.

Zanzibar is een smeltkroes van volkeren. Het overgrote deel van de bevolking is moslim. Door de eeuwen heen is het eiland met van oorsprong Afrikaanse  bevolking overheerst door Arabieren

( eerste moskee van 1107 nog steeds in gebruik), Portugezen ( ontdekkingsreiziger Vasco Da Gama en verdreven door de sultan van Oman in 1652 ), door Duitsers en Engelsen. Op de plek waar de Arabieren de Portugese kathedraal met de grond gelijk hebben gemaakt  ( 1700) staat nu nog een fort, te bezichtigen voor toeristen. Het is niet veel meer dan een met dikke muren ommuurd grasveld met op elke hoek een stevige toren. Op het grasveld toeristenkraampjes waar vrouwen vaak tevergeefs toeristen lokken. Het is leuker om in al die kleine straatjes rond te neuzen. Eerder werd het fort gebruikt als gevangenis en als opslagmagazijnen voor de in aanbouw zijnde Bububu spoorlijn. Buiten het fort is nog een overblijfsel van een openlucht theater te zien.




De sultan liet duizend kruidnagelbomen planten en maakte in de 17de eeuw van Zanzibar het belangrijkste handelscentrum van de Afrikaanse oostkust. In afgeladen open dhows       ( typische open schepen onder zeil ) werden specerijen, ivoor en andere handelswaren verhandeld en aan land gebracht in Stone Town. Daarbij kwamen vele mensen om het leven door de brandende zon en door stormen. We mogen een kijkje nemen tot bij de kade waar op dat moment de dhows gelost worden bij laag water. Een man van de straat gidste ons door de loodsen heen tegen betaling van nog geen 2 euro en vertelde ons uitgebreid het verhaal van deze schepen.


Onder de heerschappij van de sultan van Oman bloeide de slavenhandel op. Slaven werden op de slavenmarkt bij opbod verkocht. Officieel werd de slavenhandel afgeschaft in 1873 na de ondertekening van de toenmalige sultan en de Britten. Echter in het geheim ging de slavenhandel ondergronds door in grotten waarvan we een paar bezichtigd hebben. Afschuwelijk om te beseffen dat in een hele kleine ruimte 50 mannen op elkaar gepakt zaten zonder voorzieningen of frisse lucht en in een andere grot 70 vrouwen en kinderen onder dezelfde erbarmelijke omstandigheden geketend en wachtend op hun lot. Bij de kathedraal staat ter nagedachtenis het slavenmonument.



In 1962 werd Tanzania, toen nog Tanganyika geheten, een onafhankelijke republiek met Julius Nyerere als president. In 1964 schaarde Zanzibar zich bij de republiek en veranderde de naam Tanganyika in Tanzania. Zanzibar is wel een onafhankelijk eiland met als grootste inkomstenbron kruidnagel en kokosnoten. Zanzibar ruikt naar kruidnagel vanwege de vele kruidnagelplantages.

De invloed van de Arabieren is nog te merken aan de vele mooie deuren waar Zanzibar om bekend staat. Een deur met rechte bovenkant stamt van de Arabieren, een deur met gebogen bovenkant van de Indiërs. Als een huis wordt gebouwd, begint men met de deur en dan volgt de rest.




Op de restaurants en hotels na ziet Stone Town er armoedig en grauw uit. Er is geen geld om gebouwen op te knappen of een likje verf te geven. De kleur moet komen van de vrouwen in hun prachtige gekleurde jurken en sjaals, alle combinaties veroorloofd. Het leukste is een praatje met hen te maken en ets bij hen te kopen.




We bezoeken de muziekschool en de jongen speelt voor ons op zijn instrument waarvan ik de naam niet weet, maar het is Egyptische muziek vertelt hij.


Een dakterras van een restaurant biedt ons een prachtig uitzicht vindt de gids. Daar zijn de meningen over verdeeld.

Dan liever het dakterras bij de muziekschool.



Natuurlijk mag de markt niet ontbreken vindt ook de gids. Groenten, fruit, vlees, specerijen, brood… in overvloed. Ik maak af en toe dankbaar gebruik van mijn mondkapje. Het houdt niet alleen coronavirussen tegen maar ook kwalijke geuren.






 

In de kleine straatjes is zo veel te zien: vele schildersateliers waar we een kijkje mogen nemen terwijl de kunstenaar aan het werk is ( laat ik me geen twee keer zeggen) , horlogemakers op de hoek van de straat, lampenkapwevers met sisaltouw of riet, naaiers achter de naaimachine, houtsnijwinkeltjes met maskers en andere snuisterijen zoals zoutvaatjes gemaakt van runderbot ( bij de douane op Schiphol werd getwijfeld of het niet van ivoor gemaakt is. Dan was het strafbaar. Na lang wachten vertelt de expert van Schiphol dat het gemaakt is van runderbot en fffjiew, het mag weer in de koffer mee naar huis. Naar mij wou de douanebeambte niet luisteren. Ik had bijna gezegd op de manier zoals Merijn en Julius dat zo mooi mógen zeggen: “Ik zéi het toch!!!”  ) 








Nog wat impressies van het straatbeeld en de kust sluiten het hoofdstuk Zanzibar af. Tijd om naar Dar es Salaam te gaan waar Sander inmiddels is aangekomen.