donderdag, april 30, 2020

Verhaal 13 April, één jaar na mijn pensioen, alsof het gisteren was…


De lucht vult zich met de hoge piepgeluidjes van de alsmaar fladderende zwaluwen. Opeens zijn ze er in grote getale en vliegen ze af en aan naar de nesten die al onder de balkons hingen. Zijn het hun oude nesten? Ze zijn gemaakt van klei, vandaar dat ik ze niet met takjes in de weer zie. Met hun hooguit 15 cm lengte en een gewicht van een paar gram vangen ze in snel tempo mugjes uit de lucht en brengen dat naar hun nest. Het is nog lastig om een zwaluw langer dan 10 minuten te blijven volgen in de wirwar van zwarte vlekjes met een wit buikje. Wat ze ’s nachts op het dek droppen is minder leuk: het bijt in de verf.

April begint met regenachtig wisselvallig weer en dan valt er buiten moeilijk te klussen.


Frits plakt het vinyl van het plafond in de slaapkamer beter vast; hij maakt het lampje in de keuken steviger; hij vervangt een kraan van de wc die begint te lekken; hij repareert een scheurtje in het douchevloertje met een nieuw laagje glasmat en epoxie.
Ik heb het zonnescherm voor in de koepel omgenaaid. Mijn juf van groep 8 zou trots op me zijn als ze het zag.



Ik heb nog wat kleine verfklusjes binnen gedaan die toch een opvallend verschil maken. Helaas zie je dan steeds meer wat een beurt zou moeten krijgen. Het plankje als onderdeel van de voordeur  was zwart, passend bij de donkere deur maar met het nadeel dat we er vaak over struikelden in het donker. Ik heb hem nu wit gemaakt in de hoop dat hij beter opvalt en onze scheenbenen gespaard blijven.


Samen doen we een klus waar we al een hele tijd tegen aanhikken, maar uitstellen kan niet meer: het vinylplafond in de kajuit komt voor een groot deel los en zakt naar beneden. Eerdere pogingen van het eerste stuk liepen uit op een grote kliederpartij en frustratie omdat de lijm te dun was. In La Linea bij Gibraltar had ik al nieuwe lijm gehaald. Het moet er nu maar van komen. We dekken alles met plastic af, trekken het vinyl los en rollen het op, kussens weg, handschoenen aan. Frits strijkt met een dikke kwast het plafond voor om de lijm 10 minuten de tijd te geven plakkerig te worden als kauwgom die je tussen je tanden houdt en dan uitrekt. De lijm heeft de juiste dikte en kloddert niet. Dan komt het secure werk van het vinyl er strak inrollen. Ik rol het vinyl uit en Frits volgt me met een verfroller en drukt het aan. Het resultaat mag er zijn




Als het mooi weer is en niet te hard waait doen we buitenklussen. Frits heeft het lekkende keukenraam opnieuw gekit; hij heeft een roestende scepter van de reling losgemaakt en gerepareerd; hij heeft de luikjes boven de scoop ingevet om inwateren te voorkomen;
We zijn begonnen met verfklussen binnen en buiten. Dat vraagt heel wat voorwerk aan het behandelen van slecht houtwerk , plamuren en schuren tot alles strak en glad is. Hoe beter we kijken hoe meer  plekken we zien die bijgewerkt moeten worden. Dit zijn klussen die Frits voor zijn rekening neemt.





Ik houd me bezig met het poetsen van roestvrij staal zodat alles weer blinkt als een spiegeltje. Het doet me denken aan het koper poetsen vroeger thuis toen dat één van de klussen was voor de kinderen Van Landeghem: koperen kannen en ketels insmeren met een pasta en daarna met een schone doek flink oppoetsen. Met staal is het niet anders.




Mijn lievelingsobject: het zwemtrapje !

Er zijn natuurlijk ook rustige zonnige dagen tussendoor waarbij we genieten van lezen in de zon en af en toe een korte wandelgang naar de bakker of supermarkt. Ik word twee keer aangehouden door de Guardia als ik boodschappen ga doen. De eerste keer springen 2 Guardia’s uit de auto en omdat we  ‘s avonds naar een Finse politieserie kijken via Netflix, werkt dit op mijn lachspieren, alsof ik plotseling een schurk in een filmopname ben. Of ik mijn papieren van residencia kan laten zien? – “nee, want ik lig hier in de haven – o ja, waar dan – hier vlakbij -  waar ga je dan naar toe? – naar Mercadona ( supermarkt) – boodschappen doen zeker? – ja natuurlijk, het is zaterdag – ok, loop maar door.”
De tweed keer stopt de auto als hij mij ziet aan komen lopen. Hij rijdt zelfs een stukje achteruit terug. Het zelfde: “dag mevrouw, waar ga je naar toe? – naar de bakker – dan is het goed, loop maar door.” Ik gebruik een mooi geweven rugtas uit Marokko om boodschappen te doen i.p.v. een tas of karretje en blijkbaar denken ze dan dat ik ga wandelen en dat is nog steeds strikt verboden. Frits stak een keer de straat over en gooide een vuilniszak in de grote prullenbak net toen er een Guardia langs reed. Met een vermanende vinger wees hij Frits er op dat dat niet mocht. De vuilniszak moest verderop in de grote container. Bij een volgende keer zou hij een boete van 600 euro krijgen. Spanje heeft geld nodig ! Henk en Houkje lopen al 4 weken elke dag hun steiger achter het hek op en neer als conditie oefening. Plots worden ze afgestraft door vier Guardia’s. Het kan hen op een boete van 600 euro komen te staan.
We houden ons aan de regels van mondkapje op op straat en afstand houden. Zo maken we elk op onze eigen boot dagelijks een praatje met de buurman en om de paar dagen komt Houkje “stiekem” een kopje koffie op afstand drinken. 



Ik heb trouwens ook handig gebruik gemaakt van de vele politie die hier rond rijdt en ze wat te doen gegeven: onze eigen politieaflevering voor de deur. Al weken woont hier een “compleet gestoorde man” in een flat hier tegenover. Vanaf de tweede verdieping staat op hij op zijn balkon luidkeels te schreeuwen, onzin uit te kramen en heel hard en vals te zingen.  Hij doet het steeds harder, irritanter en langduriger, soms uren lang tot 24u. Iedereen wordt er gek van maar niemand doet wat. Hij zou zich er zich toch niets van aantrekken. Ik kon het niet langer aanhoren en begon zelf gek te worden. Ik heb een politieauto aangehouden vroeg in de avond toen die man al uren de hele buurt in zijn macht had. De politie stopte, luisterde en kon niet ontkennen dat het bijzonder irritant was. De man in kwestie had niet door dat er politie gestopt was en ging verder met zijn voorstelling. Nu pas kwamen Spaanse buren op hun balkon de politie er van overtuigen dat het verschrikkelijk was en dat ze er iets aan moesten doen. De politie probeerde op de man in te praten maar hij werd steeds gekker, had lak aan de agenten, stak middenvinger op, schold ze uit en gooide een glas voor hun voeten kapot. En dat was de druppel waarop de agenten hadden gewacht. Er werd versterking opgeroepen in de vorm van nog twee wagens en een ambulance. Ze moeten zijn appartement binnengegaan zijn. Het laatste wat we zagen waren handboeien, de deur die dicht was en er volgden vier dagen van grote zalige stilte. Inmiddels is hij er weer en lijkt het vooralsnog  goed te gaan. Twee weken later gaat het weer mis tot 24u ’s nachts. Plots zijn er blauwe zwaailichten en moeten Spanjaarden zelf aan de bel hebben getrokken. En weer is hij meegenomen.

Lonneke’s verjaardag is een mooie dag en we vieren het met één van haar lievelingsgebakjes: pastel de nata, Portugees bladerdeegkuipje gevuld met heerlijke vanilleroom.


Pasen is hier een herfstige regendag, terwijl het voor de verandering bij jullie in NL prachtig weer is. Gelukkig maar, vooral voor al die kindjes die paaseitjes in de tuin kunnen zoeken.




Ook  tweede Paasdag, hier trouwens een gewone werkdag, is nat. Maar alsof het zo heeft moeten zijn op deze belangrijke dag in april schijnt de zon als de koffie is gezet ,de taart klaar staat en Houkje als eerste visite aan boord stapt. De slinger met wijze spreuken heb ik in de kajuit opgehangen; wijze woorden voor een wijs man van een respectabele leeftijd van 70 jaar. Het is heel gezellig en we houden rekening met voldoende afstand, niet zo moeilijk in de grote kuip. Als Houkje weg gaat, komt Paula. Het leek handiger niet samen te komen. Weer heel gezellig en voor de tweede keer taart. Frits blaast voorzichtig de kaarsjes uit. Taart, slinger, visite, cadeautjes, geskypt met de kinderen, familie, vrienden, vele telefoontjes en appjes…..dan ben je toch écht jarig.






Er is na Pasen iets meer bedrijvigheid in Almerimar: bouwvakkers mogen weer aan het werk. Tegenover ons is een tegelzetter begonnen in het pand. We hoorden dat er een Bistro in gevestigd wordt. De tandarts werkt weer en gereedschapswinkels zijn een paar uur per dag open.


Terwijl het in Nederland lente is, de zon volop schijnt, de koolzaadvelden in bloei staan, de mensen er op de fiets op uit gaan in korte broek, is het weer in Almerimar zeer wisselvallig. Regelmatig regen, zelfs onweer met felle bliksemschichten, met zon afgewisseld, harde tot zeer harde wind waardoor we op het dek niet veel kunnen uitvoeren. Ondanks dat gaat Frits stug door met schuren - zijn haar krijgt dezelfde kleur als het witte schuurstof -  en  ik met roestvrij staal poetsen.









Frits verft een deel van het kajuitdak maar het gaat onvoorspeld regenen. We bouwen met een stuk plastic, vuilniszakken en een tentflap een overkapping over de geverfde kajuit om schade te voorkomen. Het werkt maar er waait wel stof in de verf.







Tijdens de afwas klinkt het lied van Ede Staal ons hier in Spanje vreemd maar  heel toepasselijk in de oren:
“t Zel weer veujoar worden,
t Zel weer veujoar worden.
Ik roek t aan de lucht,
En d'eerste holtdoef vlugt.
De winter was laang,
En ik was baang,
Dat t nooit weer veujoar worden zol.
Mor t komt aaltied wel goud.”



Het ziet er naar uit dat Ede gelijk heeft en dat terwijl de kinderen nu eindelijk weer naar buiten mogen na zeven weken huisarrest. En 4 mei mag er weer beperkt gewandeld worden.













dinsdag, maart 31, 2020

Verhaal 12 Een gedenkwaardige maand maart 2020



De maand van de lente is begonnen. We beginnen maart met een reünie van het “oude team”  van de voormalige school in de vesting Bourtange. Het ligt inmiddels al heel ver achter ons dat de school gesloten werd maar de leerkrachten van toen en hun partners proberen nog elk jaar minimaal 1 keer voltallig samen te komen. Met een groep van 11 mensen lunchen we heerlijk in  “Het Kroegje” op het marktplein. We maken een wandeling door de vesting terwijl de gure wind ons om de oren snijdt. We bezoeken de oude school die nu ingericht is als museum en we proberen nog iets terug te vinden van de tijd van toen. We zien elkaar niet vaak als groep en het is dan ook bijzonder dat het iedere keer zo klikt en als vanzelf gaat. Met dank aan de snelle organisatoren!

Uitgezwaaid door Piet en Geertje op het perron in Emmen zet de trein zich langzaam in beweging. We zwaaien zo lang we kunnen en door het raam heen kan ik de wederzijdse brok in onze keel voelen. We zullen elkaar een hele tijd niet meer zien, toen nog niet vermoedend dat het wel eens heel lang kon gaan duren. Er is al een tijd onrust over het Coronavirus en de spanning begint enigszins te stijgen. Zullen er nog vluchten gaan op 9 maart? We genieten in elk geval nog een aantal dagen van Lonneke en Stijn en de kindjes.

Op 9 maart staat om 3u50 in het nachtelijke donker een taxi klaar die ons naar het vliegveld in Eindhoven brengt. Om 7 u hangen we boven de witte wolken en zie ik door het kleine raampje de zon fris en fruitig ontwaken. 



We landen eerder dan gedacht al om 9u15 in Malaga en halen de auto die we geregeld hadden. Het plan om bij mijn ouders langs te gaan om de 90ste verjaardag van mijn vader te vieren gaat helaas niet door. Frits en ik hebben al een tijdje last van keelpijn en met het oog op dat onzekere Corona gedoe willen we geen risico’s nemen. Ik heb het er wel moeilijk mee: zo dichtbij en er niet heen kunnen. We pauzeren op het strandje van mijn jeugd, vlakbij hun appartement om op zijn (hun) gezondheid een biertje met tapa te nemen en hen telefonisch te feliciteren.
Als we in de namiddag op de boot terug zijn in Almerimar treffen we alles goed aan. Onze vrienden en buurman  hebben er  tijdens onze afwezigheid van 2½ maand goed op gepast. Veel dank daarvoor. Het grote schoonmaken binnen en buiten, uitpakken, boodschappen halen kan beginnen.
Direct die dag er na hervatten we onze gewoonte om samen jeu de boules te spelen en het is mijn kookbeurt, vind ik na al die tijd. Het is als vanouds supergezellig maar toen nog niets vermoedend, de laatste keer voorlopig.
De eerste week dat we terug zijn is het prachtig lenteweer met hoge temperaturen. Ik kan het niet laten om in zee te gaan. Het water kabbelt rustig, er is geen branding, geen stroming en het water is niet kouder dan in Fishhoek, dus waarom niet? Het is nog koud maar heerlijk, het begin van de nieuwe zomer die al trappelt van ongeduld. Net als ik uit het water ga voel ik op de vloedlijn een scherp stekende en brandende pijn onder mijn voet. Het is me wel duidelijk dat ik niet op een schelp heb getrapt of zo iets. Binnen een paar seconden wordt de pijn heviger en kan ik bijna niet meer lopen. Ik strompel de 5 minuten naar de boot terug en zet de tuinslang met koud water er op. Later lees ik dat het heet water had moeten zijn. Ik smeer er kwallenbeetzalf op en neem een paracetamol tegen de pijn. Via de app kan Geertje me vertellen dat ik gestoken ben door een Pietermanvisje. Het is een akelig klein visje met giftige stekeltjes dat zich bij de vloedlijn onder het zand begraaft. Ik had pech dat ik er net op was gaan staan en geluk dat ik niet gestoken ben door de grote Pieterman want  een prik daarvan kan je in shock doen raken en in het ziekenhuis doen belanden.
Op zaterdag 14 maart rijden we achter Wouter en Paula naar Malaga omdat ze hun auto gaan inleveren en dan met ons mee terug kunnen. We gaan vroeg op pad en zijn rond het middaguur in Almuñecar om op hetzelfde strand van mijn jeugd van een biertje met tapa te genieten en van de heerlijk belegde broodjes van Paula. Op dat moment zijn de stranden daar al afgesloten met linten. Het restaurant met tafeltjes op het strand is nog open en we proosten op misschien wel ons laatste terrasje. Hoe waar en hoe snel kan het gaan: een paar uur later moeten de bars en restaurants hun deuren sluiten.
Het hamsteren in de supermarkt is begonnen. Karren vol gaan de deur uit. We slaan zelf ook een voorraad in, vooral met zware en houdbare producten, wel zo handig nu we de auto nog hebben. De rekken raken leger en elke dag zijn vlees, groente en fruit en eieren uitverkocht. Na een week stabiliseert het en is er elke dag verse aanvoer van alles.


Maandag 16 maart is lockdown overal in Spanje een voldongen feit. Alle bars en restaurants gaan dicht. Alleen winkels met levensmiddelen, de apotheek en de wasserette blijven open. Om het kwartier rijdt een auto van de Guardia Civil langs onze boot , de tijd die hij nodig heeft om een rondje haven te rijden. De Guardia is streng: het is verboden om zonder doel op straat te zijn. Toen Frits vanaf de boeg een praatje maakte met de buurman die een paar meter verderop op de kade stond, werden ze allebei naar binnen gestuurd. Boodschappen en de hond uitlaten is toegestaan maar dan over een beperkte afstand. We worden er een beetje schichtig van omdat boetes aardig kunnen oplopen. Eerst goed de omgeving “scannen” of we een politieauto zien en bij “kust veilig” van de boot afstappen. Frits werd aangesproken omdat hij bij het elektriciteitskastje op de kade  voor de boot stond. Wat hij daar deed en waarom hij niet op de boot was. Frits sprak in zijn beste Spaans : “Problemas con la electricidad. Buscar problema”  en toen reden ze verder. Op straat en in de winkel moet je anderhalve tot twee meter afstand houden en in een auto mag alleen de bestuurder zitten; de Guarda zit in het begin altijd met z’n tweeën in de auto dicht naast elkaar zonder mondkapje. De laatste week zit er nog maar één Guardia in de auto mét mondkapje. Zou de ander in quarantaine zijn???  In de supermarkt zijn handschoentjes verplicht. Ze hangen bij de ingang en er zijn doekjes voor ontsmettingsmiddel. Bijna iedereen heeft een mondkapje op, zo ook ik. Frits komt niet in de supermarkt en is alleen nog op de boot te vinden. Zijn enige wandelingetje is de afvalcontainer honderd meter verderop. Ik loop na het boodschappen doen via een omweg naar de boot terug zodat ik even tussen de appartementen vandaan ben en zicht heb op de bergen. Het voelt als een vogel, te lang gevangen in een te klein kooitje en nu plots ontsnapt door het deurtje, zijn longetjes volzuigend met de frisse lucht en met volle teugen genietend van het hernieuwde behangetje.

De tweede week van de lockdown slaat het veelbelovende lenteweer om in een weertype met een herfstig karakter. Het regent veel en het waait een paar dagen stormkracht. Het geeft me wel de gelegenheid aan het blog van januari en februari te werken, orde te scheppen in de foto’s en veel te lezen. Dat doen we beiden graag en veel. Na een paar dagen is duidelijk te zien hoe vanuit het westen de lucht opklaart. Het blauw duwt het grijs rechtlijnig naar het oosten terwijl wij nog de laatste regenbui uitzitten.


Inmiddels zijn ook de maatregelen in Nederland en Zuid Afrika verscherpt. Sander vertelde dat ook daar een Lockdown is voor drie weken. Wat zijn we ontzettend blij en dankbaar dat we vóór de hele toestand uitbrak nog een maand bij Sander en Kristin logeerden en met veel plezier en bewegingsvrijheid hebben kunnen reizen . Ook onze lange periode in Nederland en bij Lonneke thuis pakken ze ons niet meer af. Desalniettemin maak ik me nu des te meer zorgen.



Het is in het begin vreemd stil in de haven: al die terrassen dicht, geen geflaneer, stranden en speeltuinen gesloten, nauwelijks iemand op straat, geen kindergeluiden, slechts hondengeblaf en meeuwengekrijs. Als er nu al een geluid is dan komt dat extra hard binnen en het galmt tegen de appartementen aan de overkant. De stilte went. Wat niet went is de onzekerheid.

De auto die we gehuurd hebben moet binnen twee weken terug naar Malaga. Omdat we problemen voorzien leveren we de auto eerder in. Alleen Frits mag in de auto zitten en samen met Piet, die ook zijn auto moet inleveren , rijden ze elk met eigen auto naar Malaga. Piet heeft een taxibedrijf gevonden dat garandeert dat hij hen samen in een taxibusje terug kan rijden. Piet en Frits moeten dan elk op een andere bank in de taxi zitten. Gelukkig hebben ze geen controle onderweg gehad.
In de derde week van de lockdown worden de maatregelen nog meer verscherpt. De Guardia blijft rondjes rijden , de toiletgebouwen zijn gesloten en dus moeten we het toilet en de douche aan boord gebruiken. Gelukkig hebben we een douche en goede boilers voor warm water; gelukkig hebben we een catamaran met ruimte genoeg voor ons tweeën, een kuip die we als zonneterras gebruiken, een tent om beschut te kunnen zitten en heel veel boeken. Oudere mensen worden nu van de straat geweerd en moeten binnen blijven. Maar wanneer ben je “een ouder mens” ? Mijn ouders komen niet op straat maar hebben gelukkig ook een appartement met een ruim dakterras en mijn broer Erik doet boodschappen. De supermarkten bezorgen niet meer maar de slager en de bakker nog wel. Vele andere ouderen zullen er wel minder goed voorstaan ben ik bang. 

Er is een gedicht van Susan Blanco ( De taalrecycler):  “ Maar de lente wist het niet…”

Ik heb er een variant op geschreven:

Maart 2020
Het was maart 2020
De wereld werd opgeschrikt,
Het Coronavirus verspreidde zich in snel tempo en geen land leek er aan te ontkomen.
Maar de lente, zij wist het niet.
En de gele hoofdjes van de narcissen wiegden in de wind.
De krokussen piepten boven de nog koude aarde.

Het was maart 2020
Het jaar dat zo gelukkig was begonnen kreeg al snel een zware klap te verduren.
Landen als China, Italië, Spanje … en nog veel meer, probeerden het hoofd boven water te houden.
Ze deden de grenzen dicht: niemand er in, niemand er uit.
Vliegtuigen stonden aan de grond en vele mensen konden niet naar huis.
Maar de zwaluwen , zij wisten het niet.
Ze bouwden aan hun nestje onder de balkons van appartementen, een heerlijke zomer tegemoet.

Het was maart 2020
Er werden regels ingevoerd die gehandhaafd dienden te worden.
In de havens werden geen jachten meer toegelaten.
De stranden werden gesloten en met roodwitte linten afgezet.
Geen voetafdrukken meer in het kiezelstrand.
Geen pootje baden meer in zee.
Maar de vissen, zij wisten het niet.
Ze speelden dartel in het zoute water.
Het Pietermanvisje wachtte tevergeefs op een slachtoffer.

Het was maart 2020
De regels werden aangescherpt:
alleen toestemming om op straat te zijn voor boodschappen of de hond uitlaten.
Oudere mensen mochten zich niet meer laten zien.
De straten vielen stil, het verkeer mondjesmaat,
Kinderen bleven thuis van school, de baan voor jeu de boules lag er verlaten bij.
Sociale contacten verstomden en mensen waren afhankelijk van app en telefoon.
Maar de mussen, zij wisten het niet.
Ze speelden vrolijk tikkertje van boot naar boot.
Ze kwetterden hun opgewekte verhaal en zeker en vast was het de boodschap
Dat er betere tijden komen en we er moeten zijn voor elkaar.   

                                                                                                               
                                                                                                              Marleen



                     








zondag, maart 22, 2020

Verhaal 11 Februar '20 Vervolg Zuid Afrika en terug naar Nederland.


Februari begint op zaterdag met onze trouwdag en we maken een uitstap met ons vieren naar Noordhoek en wandelen over het enorme hagelwitte Longbeach, verblindend in de zon. Enorme rotsblokken zijn her en der verstrooid en het ijskoude water van de Atlantische Oceaan spoelt er omheen alsof het zich wil warmen aan het warme gesteente.




De tocht gaat verder naar Chapmans Peak, een indrukwekkende rotspunt die uitzicht geeft op de baai  en de bergen van Houtbay aan de overkant.





 Witte en grijze wolkenflarden zakken over de bergen als we naar Fishhoek rijden en zorgen voor een prachtig spel van donker en licht.



Een zondags uitstapje in Silvermine is prachtig. We wandelen een eind een bergpad op ondanks de hitte. De meeste zondagsgasten zoeken verkoeling in het meer. Als Spotty ( het hondje) door zijn pootjes dreigt te zakken zoeken we de beschutting op van een stuk bos.





Als Sander en Kristin aan het werk zijn vermaken we ons met klusjes doen en met uitstapjes in de buurt. Soms kunnen we gebruik maken van Kristins auto en zo niet dan gaan we met een Ubertaxi. Meestal zijn de chauffeurs uit het buitenland ( Kenia, Zimbabwe…) omdat ze in Zuid Afrika makkelijker aan werk komen. De taxi brengt ons naar Houtbay waar we eerst een vogelpark bezoeken: “ World of Birds ”. We zien vogels die we nog nooit gezien hadden zoals rode steltlopers      ( zo rood als felrode nagellak), witte ibissen, goudfazant, secretarisvogel, witteringbandkraai en emo’s  ( afstammend van de dino’s) . Een maribou maakt een valse landing en moet door de verzorger afgevoerd worden. Hij vraagt Frits te helpen met het vasthouden van de enorme snavel en zegt dat ik er een foto van moet maken. Maar het leukst zijn toch de kleine schattige aapjes in een grote wandelkooi waar we op een bankje of in het gras kunnen gaan zitten om ons te laten vereren met een bezoekje van die vermakelijke beestjes. De oppasser maakt foto’s en een filmpje. Ik mag ze helaas niet aaien en moet mijn moederlijke instinct onderdrukken als een babyaapje op schoot springt.




Ook Houtbay heeft een mooi strand omgeven door bergen, een vissershaven en een goed restaurant op het strand. Op de kade speelt een plaatselijke muziekgroep de sterren van de hemel. 


Op een dag stappen we bij Sander in de auto die omstreeks 6u naar zijn werk in Kaapstad vertrekt. Als hij om 7u op zijn werk is ontloopt hij de files. Hij zet ons af bij zijn kantoor en wij wandelen naar het supergezellige als oude koffiebranderij ingerichte restaurant dat zijn deuren om 7u al open heeft. Het is een koude bewolkte ochtend en de croissants met koffie smaken des te meer.


Er staat de hele dag een straffe wind en we waaien letterlijk van de stoep. De zon laat zich vandaag nauwelijks zien en dat is voor het eerst. De hele dag slenteren we door de stad, oud en nieuw hand in hand; langs Waterfront waar we de winkels mijden en liever struinen langs de kades waar heel wat chartercatamarans wachten op klanten; langs de gezellige marktjes vol Afrikaanse kunst waar ik wel de hele dag zou kunnen rondkijken; naar de wijk Bo Kaap met zijn vrolijk gekleurde huizen. Omdat een taxi vast zou komen te zitten in de files door de stad lopen we terug naar Sanders kantoor waar hij ons oppikt. De weg naar huis over de bergen langs een bochtige slingerende weg met uitzicht op de rotskust is prachtig. Elke dag op een steeds verschillend maar wel goed aangekondigd tijdstip valt de stroom een paar uren uit ( lowshadding) . Deze keer is het om 20u en Kristin steekt de kaarsen aan voor de gezelligheid. Soms maakt Sander een vuur buiten op de braaiplek en kunnen we nog lang bij het knapperend vuur op het terras zitten.








De dag na Kristins verjaardag, met de hele familie gevierd met een etentje, vertrekken we met Sander in zijn Jeep voor een 6daagse vakantie met ons drieën. Kristin kan geen vrij krijgen van haar werk. Zoals Sander, onze reisleider, het prefereert stappen we stipt om 7u bepakt en bezakt in de auto om ergens onderweg te ontbijten. Frits is even beduusd omdat hij zonder koffie de deur uit moet maar het is zó grappig dat Sander precies dezelfde reisregels hanteert als Frits vroeger: eerst weg en dan later koffie met ontbijt onderweg. Er valt niet tegen te sputteren. Via Muizenberg rijden we het binnenland in door groene bergen bezaaid met rotsblokken en aan de voet wijnstokken met hun frisgroene blad. We volgen de weg naar Paarl en Worchester en het uitstellen van het ontbijt was zeer de moeite waard. Met uitzicht op de bergen genieten we van een croissant die gebakken is in een ei-kaneelbeslag op een bedje van Granny Smith appel in honing en afgewerkt met knapperig gebakken bacon. Een ware smaaksensatie.                                                              “Kom jongens, we gaan weer !” horen we Sander meerdere keren zeggen vandaag. Het is intensief rijden op deze tolweg met maar 1 rijstrook voor beide richtingen. Gelukkig is Sander al lang gewend aan het links rijden. Ik ben blij als we een afslag nemen en door semi-woestijngebied, de Grote Karoo, rijden. De druiven zijn verdwenen, de bergen kaler en de weg stoffig.





Via het stadje Prince Albert met een verblindend wit kerkje, rijden we over een ongeasfalteerde weg vol kuilen en stenen op de spectaculaire Swartbergpas af.

Regelmatig stoppen we voor fotosessies om de rotsformaties, de kloven, de vergezichten vast te leggen vanaf een hoogte van 1300 meter.




Aangekomen in onze gereserveerde lodge is er nog tijd om de struisvogelfarm te bezoeken en om te verkoelen in het zwembad voordat de kok een heerlijke bobotie ( Afrikaans gerecht van rijst met gehakt, sperziebonen, rozijnen, ui, knoflook, kerrie, koriander, gember en kaneel) klaarmaakt met pompoenballetjes in caramel. Watertanden. 


Na een ontbijt van een enorm uitgebreid lopend buffet doen we nog wat boodschappen in Oudtshoorn en vervolgen onze weg naar Addo Elephant Park via De Rust, Willowsmore, Steytlerville en Baroe.



We volgen een eindeloos lange smalle weg in een vallei tussen bergketens en heuvels die steeds groener worden. In the middle of nowhere staat een cowboy-achtige uitspanning. Het is er donker en het lijkt verlaten totdat een “cowboy” in de deuropening verschijnt en we zelfs tot onze stomme verbazing tosti’s kunnen bestellen en tot verrassing van onze rammelende magen horen er zelfgemaakte frietjes in de schil bij. Is het direct duidelijk waarom het zo lang moest duren. Regelmatig passeren we een township. Sommige townships hebben stenen huizen voorzien van water en electriciteit, anderen treffen het slechter en wonen in golfplaten hutten tussen de rommel.





In de namiddag bij het uitgestrekte park aangekomen zoeken we het tentenkampje waar we twee tenten hebben besproken. De tenten zijn voorzien van 2 bedden, 2 bordjes, 2 messen en vorken, 2 bekers en een zwak lampje. De buitenkeuken is een eindje verderop bij de douches die we delen met andere gasten. De 5 tenten zijn omheind en na 18u gaat het hek dicht. Bij de tent is een braai om eigen boodschappen te braaien . In de omheining zitten kijkgaten omdat vlak er achter een drinkplaats is waar olifanten hun dorst kunnen lessen. Niets te zien, dus we koken een potje, maken koffie als de zon onder gaat en installeren ons bij het gemaakte vuur. Totdat ik twee glampinggasten elkaar hoor vertellen dat er een grote olifant bij de omheining staat. Met de koffie in de hand spurten we het paadje af en…daar staat iets van ons vandaan een enorme olifant in het avondrood. We houden onze adem in als hij tot vlakbij schuifelt en we gaan er uit ontzag van fluisteren. De koffie wordt koud. Eén olifant en het kan al niet meer stuk! In de tent luisteren we naar nachtelijke geluiden van vogels en hyena’s. Maar de volle maan en sterrenbeeld Orion waken over ons.



Om 5u45 ’s morgens wil grapjas Sander ons doen geloven dat er beesten op onze tent zitten door er op het dak te roffelen.  We waren net zelf ook opgestaan om naar de drinkplaats te gaan en hem kennende  trappen we er niet. Grappige niet schuwe hoenders en een klein muisje nemen deel aan ons ontbijt bij de tent. Na het ontbijt staat diezelfde eenzame olifant bij het hek.




 Via een uitgebreid parcours rijden we door Addo Park en zien everzwijnen, buffalo’s, zebra’s, struisvogels, kudu’s , een leeuw en leeuwin , een hongerige schildpad en de eenzame olifant aan de wandel.







We dreigen teleurgesteld te raken omdat we geen kudde olifanten met jonkies zien als er plots vanuit de begroeiing een grote groep olifanten de weg opstapt. Fantastisch. Reuzengrote vaders en moeders met baby’s. We kunnen nog net voor hen langs rijden als de rij zich sluit, de hele breedte van de weg innemend. Er kan geen auto meer langs. Wij hebben het volle genot. We rijden heel langzaam en de kudde volgt ons. Totdat wij stoppen en de kudde zich splitst om langs ons heen de struiken weer in te gaan. Ze passeren zo dicht bij dat ik door het open autoraam mijn hand maar had hoeven uit te steken om de taaie gerimpelde olifantenbillen te voelen. Vaderolifant is minder gecharmeerd en vindt ons “ to close ” . Hij zwiept zijn slurf richting open raampje en ik voel het net gegraasde gras in mijn gezicht. Ik heb geen zin in een olifantenpoot op de auto en gedecideerd roep ik tegen Frits die toevallig even stuurt : “Ja, rijden papa.”  Waarop Frits en Sander in een bulderende lach schieten maar voor de zekerheid toch opschuiven.





De tweede dag in het park rijden we naar onze cottage in het zuiden . Onderweg zien we door het hele park verspreid nog heel veel olifanten, sommige chocoladebruin. Bij het hoogste punt is een uitstapplaats op eigen risico. Uitkijken voor leeuwen wordt aangekondigd: ik lust ze rauw.


Vanaf Addo rijden we weer naar de kust via de Tuinroute. Bij Tsitsikama maken we een lange wandeling door een bos met hoge oude bomen. Het is er prachtig maar omdat alle boomwortels en boomstronken boven de grond lijken te liggen moeten we bij elke stap geconcentreerd kijken waar we onze voeten neerzetten. Vermoeiend. Er is een prachtige kloof met wandeltochten over een hangbrug maar daar hebben we geen tijd voor. Via Stormsviver gaat de reis verder naar PLettenbergbay waar Sander en ik bij het mooie witte strand een duik nemen. Omdat we nu in de Indische Oceaan zwemmen is het water relatief warm maar de stroming en sterke golven zijn er niet minder om. 


We rijden door naar Knysna en blijven er 2 nachten in een appartement van blanke bejaarde maar nog super fitte Zuid Afrikanen. Hun huis met huurappartementen ligt op de top van de berg en heeft een geweldig uitzicht over de baai beneden. We vermaken ons prima in Knysna en omgeving en volgen een wandelpad bij The Heads, het uiterste puntje met rotsige kust en een binnenbaai. Bij Kaap Agulhas scheiden de Atlantische en de Indische Oceaan van elkaar (Agulhas betekent “ naald ” in het Portugees) omdat bij dit punt de kompasnaald vaak afweek.




De plaatsjes waar we komen hebben gezellige marktpleintjes en het is altijd de moeite waard om er rond te snuisteren en een praatje te maken met de plaatselijke mensen in hun kraampje.


Dag  6 is aangebroken, de wekker gaat om 6u15 en zoals Sander wil stappen we om 7u in de auto uitgezwaaid door de eigenaar , de bergen in mist gehuld. We rijden naar Sedgefield voor een lekker ontbijt in een restaurant slechts door een duin gescheiden van het strand.



De zon lost de mist op en we rijden naar Wilderness waar we over een alweer prachtig strand wandelen.



We rijden naar de top van de berg waar een uitkijkpunt is:aan de ene kant kijken we uit over een helling met schapen en een boerderijtje, aan de andere kant over  “De kaart van Europa.” , een berg die de vorm heeft van Zuid Afrika.




Na een heerlijke lunch in Swellendam onder een dak van druivenbladeren rijden we verder voor een laatste stop in Betty’s Bay voordat we op huis aan gaan in Fishhoek. We willen de pinguins nog een bezoekje brengen, een waardige afsluiter van onze reis.


Het laatste stukje  naar Fishhoek terug is prachtig, via een slingerende weg door geweldig mooie bergen, naar een weg die bijna op het strand ligt.


Minder fraai maar des te meer ons wijzend op ons geluk en onze weelde zijn de gigantische townships onderweg. Of deze mensen water en stroom hebben is nog maar de vraag.




Op het kaartje zijn de plaatsen te zien waar we geweest zijn. Addo Elephant Park ligt iets noordelijker dan Port Elizabeth en Fishhoek ligt op het aanhangseltje onder Cape Town aan de kust van Fals Bay letterlijk “Valse Baai ” omdat kustvaarders zich vroeger vaak vergisten en dachten dat ze Cape Point hadden gerond maar in de baai terecht kwamen.


We zijn op tijd terug om Leon, vader van Kristin, zijn 60ste verjaardag te vieren met een groots familiefeest bij hem thuis. Sander, Frits en ik krijgen van een tante opdrachten om het feest te helpen aankleden. De tafels zijn prachtig gedekt, er is heerlijk eten in overvloed, er worden toespraken gehouden, gelachen, foto’s gemaakt met de jarige en we horen er helemaal bij. Dat voelt goed en bijzonder.



Er volgen nog wat rustige dagen van wandelen in Fishhoek, bezoeken van het museumpje over het ontstaan van Fishhoek, zwemmen in het zwembad of in zee, bijhouden van het dagboek, uitstapje naar het strand van Kommetje en een lunch in Scarborough. Langs de weg naar Scarborough staan waarschuwingsbordjes dat er apen kunnen rondlopen. Inderdaad zitten er 2 grote exemplaren gemoedelijk op de afrastering. We stoppen ernaast, houden wel de ramen dicht deze keer en observeren. Ze maken geen aanstalten om in beweging te komen. Even verderop stoppen we om foto’s te maken van de prachtige baai als achter ons in rap tempo een grote aap komt aangerend. We springen snel in de auto. Sander zit nog maar net als de aap voorbij stuift, niet geïnteresseerd in ons maar wel in de prullenbak. Hij springt er bovenop en haalt alle plastic afvalbakjes er uit om ze leeg te likken of fijn te kauwen met zijn gevaarlijk uitziende gebit, weer uit te spugen en ze weg te laten waaien in de wind. Op de prullenbak staat dat er geen afval in gegooid mag worden. Waarom staan ze er dan??? Iemand uit een andere auto gooit een steen naar de aap en op een drafje rent hij de berg af richting een huis. Ik weet niet of ik daar zou willen wonen.



In het museum van Fish Hoek  is te zien dat 12 miljoen jaar geleden Fishhoek niet verbonden was met het vaste land maar op een eiland voor de kust lag. In 1920 hebben de Australische Victor Peers en zijn zoon Bertie een grot , meer een overkapping , ontdekt bij Fishhoek  waar ze heel veel vondsten hebben gedaan uit het Stenen Tijdperk waaruit blijkt dat er meer dan 10.000 jaar geleden mensen in Fishhoek hebben gewoond. Vader en zoon, vooral geïnteresseerd in planten en dieren, vonden per toeval stenen waarvan ze dachten dat het stenen gereedschappen waren, wat ook werd bevestigd door een archeoloog in opleiding. Toen kon nog niemand bevroeden dat vader en zoon een enorme ontdekking hadden gedaan. Twee jaar lang staken ze al hun tijd in opgravingen doen in de grot. Naast heel veel voorwerpen werden 9 skeletten gevonden waarvan de oudste , een man van ongeveer 30 jaar , de “Fishhoek Man “ wordt genoemd en gedateerd is op 12.000 jaar geleden. De correcte naam van de stam, waarvan deze skeletten voorouders zijn , is de  “San”. De grot die eerst  nog de “ Schildergat Cave ” is later omgedoopt tot  “Peers Cave”.
Even terzijde: zoon Bertie hield zich ook met slangen bezig en dat is hem fataal geworden door een slangenbeet in 1939. Vader Victor stierf een paar maanden later vanwege een slechte gezondheid.


Vader Victor Peers heeft meer dan 700 planten afgestaan aan de botanische tuinen van Kirstenbosch, een adembenemend mooi park aan de voet van de Tafelberg en aangelegd in Engelse stijl met vele soorten planten ( 12.000), bloemen, bomen en tuinbeelden. Het park is zo groot dat een dag er rondwandelen geen straf is. Helaas, of misschien ook wel niet, treffen we bij de berg zware bewolking die maar niet op wil lossen en die om de bergtoppen blijft hangen. Het geeft wel een bijzonder mysteriues sfeertje. Naast het feit dat het een mooi wandelpark is , is het ook een plek waar studie van planten gemaakt wordt, waar verwantschappen aangetoond worden en classificatiesystemen ontworpen worden.








In 1996 bracht Mandela een bezoek aan het park en haalde de woorden van een dichter aan waarmee hij uitdrukking gaf aan dit sterke  gevoel als hij op deze plek was:  “In the still air Music lies unheard, in the rough Mountains beuaty’s heights unseen.”
Ik vul de laatste bladzijden van het dagboek in de schaduw bij het zwembad. In de zon koken de stenen.


Een afscheidsetentje in Muizenberg en dan is het tijd om vaarwel te zeggen en een jaar te wachten om elkaar weer te zien. Het valt niet mee om afscheid van Sander en Kristin te nemen.


18 februari hangen we weer in de lucht en worden we een dag later door Stijn en de kinderen, die ons ontroerend in de armen vliegen, opgehaald uit Eindhoven.
Afgezien van het hele slechte weer hebben we nog een gezellige tijd in Nederland. Meestal zijn we bij Lonneke en Stijn en is het fijn om Merijn en Julius dichtbij te hebben.
Langzamerhand begin ik de zender van mijn gedachten op Spanje af te stellen. Hoe zou het op de boot zijn?  “Boot” lijkt een woord uit een ver verleden. Maandag  9 maart vliegen we in alle vroegte naar Malaga. Alles nog in orde…