zondag, maart 22, 2020

Verhaal 11 Februar '20 Vervolg Zuid Afrika en terug naar Nederland.


Februari begint op zaterdag met onze trouwdag en we maken een uitstap met ons vieren naar Noordhoek en wandelen over het enorme hagelwitte Longbeach, verblindend in de zon. Enorme rotsblokken zijn her en der verstrooid en het ijskoude water van de Atlantische Oceaan spoelt er omheen alsof het zich wil warmen aan het warme gesteente.




De tocht gaat verder naar Chapmans Peak, een indrukwekkende rotspunt die uitzicht geeft op de baai  en de bergen van Houtbay aan de overkant.





 Witte en grijze wolkenflarden zakken over de bergen als we naar Fishhoek rijden en zorgen voor een prachtig spel van donker en licht.



Een zondags uitstapje in Silvermine is prachtig. We wandelen een eind een bergpad op ondanks de hitte. De meeste zondagsgasten zoeken verkoeling in het meer. Als Spotty ( het hondje) door zijn pootjes dreigt te zakken zoeken we de beschutting op van een stuk bos.





Als Sander en Kristin aan het werk zijn vermaken we ons met klusjes doen en met uitstapjes in de buurt. Soms kunnen we gebruik maken van Kristins auto en zo niet dan gaan we met een Ubertaxi. Meestal zijn de chauffeurs uit het buitenland ( Kenia, Zimbabwe…) omdat ze in Zuid Afrika makkelijker aan werk komen. De taxi brengt ons naar Houtbay waar we eerst een vogelpark bezoeken: “ World of Birds ”. We zien vogels die we nog nooit gezien hadden zoals rode steltlopers      ( zo rood als felrode nagellak), witte ibissen, goudfazant, secretarisvogel, witteringbandkraai en emo’s  ( afstammend van de dino’s) . Een maribou maakt een valse landing en moet door de verzorger afgevoerd worden. Hij vraagt Frits te helpen met het vasthouden van de enorme snavel en zegt dat ik er een foto van moet maken. Maar het leukst zijn toch de kleine schattige aapjes in een grote wandelkooi waar we op een bankje of in het gras kunnen gaan zitten om ons te laten vereren met een bezoekje van die vermakelijke beestjes. De oppasser maakt foto’s en een filmpje. Ik mag ze helaas niet aaien en moet mijn moederlijke instinct onderdrukken als een babyaapje op schoot springt.




Ook Houtbay heeft een mooi strand omgeven door bergen, een vissershaven en een goed restaurant op het strand. Op de kade speelt een plaatselijke muziekgroep de sterren van de hemel. 


Op een dag stappen we bij Sander in de auto die omstreeks 6u naar zijn werk in Kaapstad vertrekt. Als hij om 7u op zijn werk is ontloopt hij de files. Hij zet ons af bij zijn kantoor en wij wandelen naar het supergezellige als oude koffiebranderij ingerichte restaurant dat zijn deuren om 7u al open heeft. Het is een koude bewolkte ochtend en de croissants met koffie smaken des te meer.


Er staat de hele dag een straffe wind en we waaien letterlijk van de stoep. De zon laat zich vandaag nauwelijks zien en dat is voor het eerst. De hele dag slenteren we door de stad, oud en nieuw hand in hand; langs Waterfront waar we de winkels mijden en liever struinen langs de kades waar heel wat chartercatamarans wachten op klanten; langs de gezellige marktjes vol Afrikaanse kunst waar ik wel de hele dag zou kunnen rondkijken; naar de wijk Bo Kaap met zijn vrolijk gekleurde huizen. Omdat een taxi vast zou komen te zitten in de files door de stad lopen we terug naar Sanders kantoor waar hij ons oppikt. De weg naar huis over de bergen langs een bochtige slingerende weg met uitzicht op de rotskust is prachtig. Elke dag op een steeds verschillend maar wel goed aangekondigd tijdstip valt de stroom een paar uren uit ( lowshadding) . Deze keer is het om 20u en Kristin steekt de kaarsen aan voor de gezelligheid. Soms maakt Sander een vuur buiten op de braaiplek en kunnen we nog lang bij het knapperend vuur op het terras zitten.








De dag na Kristins verjaardag, met de hele familie gevierd met een etentje, vertrekken we met Sander in zijn Jeep voor een 6daagse vakantie met ons drieën. Kristin kan geen vrij krijgen van haar werk. Zoals Sander, onze reisleider, het prefereert stappen we stipt om 7u bepakt en bezakt in de auto om ergens onderweg te ontbijten. Frits is even beduusd omdat hij zonder koffie de deur uit moet maar het is zó grappig dat Sander precies dezelfde reisregels hanteert als Frits vroeger: eerst weg en dan later koffie met ontbijt onderweg. Er valt niet tegen te sputteren. Via Muizenberg rijden we het binnenland in door groene bergen bezaaid met rotsblokken en aan de voet wijnstokken met hun frisgroene blad. We volgen de weg naar Paarl en Worchester en het uitstellen van het ontbijt was zeer de moeite waard. Met uitzicht op de bergen genieten we van een croissant die gebakken is in een ei-kaneelbeslag op een bedje van Granny Smith appel in honing en afgewerkt met knapperig gebakken bacon. Een ware smaaksensatie.                                                              “Kom jongens, we gaan weer !” horen we Sander meerdere keren zeggen vandaag. Het is intensief rijden op deze tolweg met maar 1 rijstrook voor beide richtingen. Gelukkig is Sander al lang gewend aan het links rijden. Ik ben blij als we een afslag nemen en door semi-woestijngebied, de Grote Karoo, rijden. De druiven zijn verdwenen, de bergen kaler en de weg stoffig.





Via het stadje Prince Albert met een verblindend wit kerkje, rijden we over een ongeasfalteerde weg vol kuilen en stenen op de spectaculaire Swartbergpas af.

Regelmatig stoppen we voor fotosessies om de rotsformaties, de kloven, de vergezichten vast te leggen vanaf een hoogte van 1300 meter.




Aangekomen in onze gereserveerde lodge is er nog tijd om de struisvogelfarm te bezoeken en om te verkoelen in het zwembad voordat de kok een heerlijke bobotie ( Afrikaans gerecht van rijst met gehakt, sperziebonen, rozijnen, ui, knoflook, kerrie, koriander, gember en kaneel) klaarmaakt met pompoenballetjes in caramel. Watertanden. 


Na een ontbijt van een enorm uitgebreid lopend buffet doen we nog wat boodschappen in Oudtshoorn en vervolgen onze weg naar Addo Elephant Park via De Rust, Willowsmore, Steytlerville en Baroe.



We volgen een eindeloos lange smalle weg in een vallei tussen bergketens en heuvels die steeds groener worden. In the middle of nowhere staat een cowboy-achtige uitspanning. Het is er donker en het lijkt verlaten totdat een “cowboy” in de deuropening verschijnt en we zelfs tot onze stomme verbazing tosti’s kunnen bestellen en tot verrassing van onze rammelende magen horen er zelfgemaakte frietjes in de schil bij. Is het direct duidelijk waarom het zo lang moest duren. Regelmatig passeren we een township. Sommige townships hebben stenen huizen voorzien van water en electriciteit, anderen treffen het slechter en wonen in golfplaten hutten tussen de rommel.





In de namiddag bij het uitgestrekte park aangekomen zoeken we het tentenkampje waar we twee tenten hebben besproken. De tenten zijn voorzien van 2 bedden, 2 bordjes, 2 messen en vorken, 2 bekers en een zwak lampje. De buitenkeuken is een eindje verderop bij de douches die we delen met andere gasten. De 5 tenten zijn omheind en na 18u gaat het hek dicht. Bij de tent is een braai om eigen boodschappen te braaien . In de omheining zitten kijkgaten omdat vlak er achter een drinkplaats is waar olifanten hun dorst kunnen lessen. Niets te zien, dus we koken een potje, maken koffie als de zon onder gaat en installeren ons bij het gemaakte vuur. Totdat ik twee glampinggasten elkaar hoor vertellen dat er een grote olifant bij de omheining staat. Met de koffie in de hand spurten we het paadje af en…daar staat iets van ons vandaan een enorme olifant in het avondrood. We houden onze adem in als hij tot vlakbij schuifelt en we gaan er uit ontzag van fluisteren. De koffie wordt koud. Eén olifant en het kan al niet meer stuk! In de tent luisteren we naar nachtelijke geluiden van vogels en hyena’s. Maar de volle maan en sterrenbeeld Orion waken over ons.



Om 5u45 ’s morgens wil grapjas Sander ons doen geloven dat er beesten op onze tent zitten door er op het dak te roffelen.  We waren net zelf ook opgestaan om naar de drinkplaats te gaan en hem kennende  trappen we er niet. Grappige niet schuwe hoenders en een klein muisje nemen deel aan ons ontbijt bij de tent. Na het ontbijt staat diezelfde eenzame olifant bij het hek.




 Via een uitgebreid parcours rijden we door Addo Park en zien everzwijnen, buffalo’s, zebra’s, struisvogels, kudu’s , een leeuw en leeuwin , een hongerige schildpad en de eenzame olifant aan de wandel.







We dreigen teleurgesteld te raken omdat we geen kudde olifanten met jonkies zien als er plots vanuit de begroeiing een grote groep olifanten de weg opstapt. Fantastisch. Reuzengrote vaders en moeders met baby’s. We kunnen nog net voor hen langs rijden als de rij zich sluit, de hele breedte van de weg innemend. Er kan geen auto meer langs. Wij hebben het volle genot. We rijden heel langzaam en de kudde volgt ons. Totdat wij stoppen en de kudde zich splitst om langs ons heen de struiken weer in te gaan. Ze passeren zo dicht bij dat ik door het open autoraam mijn hand maar had hoeven uit te steken om de taaie gerimpelde olifantenbillen te voelen. Vaderolifant is minder gecharmeerd en vindt ons “ to close ” . Hij zwiept zijn slurf richting open raampje en ik voel het net gegraasde gras in mijn gezicht. Ik heb geen zin in een olifantenpoot op de auto en gedecideerd roep ik tegen Frits die toevallig even stuurt : “Ja, rijden papa.”  Waarop Frits en Sander in een bulderende lach schieten maar voor de zekerheid toch opschuiven.





De tweede dag in het park rijden we naar onze cottage in het zuiden . Onderweg zien we door het hele park verspreid nog heel veel olifanten, sommige chocoladebruin. Bij het hoogste punt is een uitstapplaats op eigen risico. Uitkijken voor leeuwen wordt aangekondigd: ik lust ze rauw.


Vanaf Addo rijden we weer naar de kust via de Tuinroute. Bij Tsitsikama maken we een lange wandeling door een bos met hoge oude bomen. Het is er prachtig maar omdat alle boomwortels en boomstronken boven de grond lijken te liggen moeten we bij elke stap geconcentreerd kijken waar we onze voeten neerzetten. Vermoeiend. Er is een prachtige kloof met wandeltochten over een hangbrug maar daar hebben we geen tijd voor. Via Stormsviver gaat de reis verder naar PLettenbergbay waar Sander en ik bij het mooie witte strand een duik nemen. Omdat we nu in de Indische Oceaan zwemmen is het water relatief warm maar de stroming en sterke golven zijn er niet minder om. 


We rijden door naar Knysna en blijven er 2 nachten in een appartement van blanke bejaarde maar nog super fitte Zuid Afrikanen. Hun huis met huurappartementen ligt op de top van de berg en heeft een geweldig uitzicht over de baai beneden. We vermaken ons prima in Knysna en omgeving en volgen een wandelpad bij The Heads, het uiterste puntje met rotsige kust en een binnenbaai. Bij Kaap Agulhas scheiden de Atlantische en de Indische Oceaan van elkaar (Agulhas betekent “ naald ” in het Portugees) omdat bij dit punt de kompasnaald vaak afweek.




De plaatsjes waar we komen hebben gezellige marktpleintjes en het is altijd de moeite waard om er rond te snuisteren en een praatje te maken met de plaatselijke mensen in hun kraampje.


Dag  6 is aangebroken, de wekker gaat om 6u15 en zoals Sander wil stappen we om 7u in de auto uitgezwaaid door de eigenaar , de bergen in mist gehuld. We rijden naar Sedgefield voor een lekker ontbijt in een restaurant slechts door een duin gescheiden van het strand.



De zon lost de mist op en we rijden naar Wilderness waar we over een alweer prachtig strand wandelen.



We rijden naar de top van de berg waar een uitkijkpunt is:aan de ene kant kijken we uit over een helling met schapen en een boerderijtje, aan de andere kant over  “De kaart van Europa.” , een berg die de vorm heeft van Zuid Afrika.




Na een heerlijke lunch in Swellendam onder een dak van druivenbladeren rijden we verder voor een laatste stop in Betty’s Bay voordat we op huis aan gaan in Fishhoek. We willen de pinguins nog een bezoekje brengen, een waardige afsluiter van onze reis.


Het laatste stukje  naar Fishhoek terug is prachtig, via een slingerende weg door geweldig mooie bergen, naar een weg die bijna op het strand ligt.


Minder fraai maar des te meer ons wijzend op ons geluk en onze weelde zijn de gigantische townships onderweg. Of deze mensen water en stroom hebben is nog maar de vraag.




Op het kaartje zijn de plaatsen te zien waar we geweest zijn. Addo Elephant Park ligt iets noordelijker dan Port Elizabeth en Fishhoek ligt op het aanhangseltje onder Cape Town aan de kust van Fals Bay letterlijk “Valse Baai ” omdat kustvaarders zich vroeger vaak vergisten en dachten dat ze Cape Point hadden gerond maar in de baai terecht kwamen.


We zijn op tijd terug om Leon, vader van Kristin, zijn 60ste verjaardag te vieren met een groots familiefeest bij hem thuis. Sander, Frits en ik krijgen van een tante opdrachten om het feest te helpen aankleden. De tafels zijn prachtig gedekt, er is heerlijk eten in overvloed, er worden toespraken gehouden, gelachen, foto’s gemaakt met de jarige en we horen er helemaal bij. Dat voelt goed en bijzonder.



Er volgen nog wat rustige dagen van wandelen in Fishhoek, bezoeken van het museumpje over het ontstaan van Fishhoek, zwemmen in het zwembad of in zee, bijhouden van het dagboek, uitstapje naar het strand van Kommetje en een lunch in Scarborough. Langs de weg naar Scarborough staan waarschuwingsbordjes dat er apen kunnen rondlopen. Inderdaad zitten er 2 grote exemplaren gemoedelijk op de afrastering. We stoppen ernaast, houden wel de ramen dicht deze keer en observeren. Ze maken geen aanstalten om in beweging te komen. Even verderop stoppen we om foto’s te maken van de prachtige baai als achter ons in rap tempo een grote aap komt aangerend. We springen snel in de auto. Sander zit nog maar net als de aap voorbij stuift, niet geïnteresseerd in ons maar wel in de prullenbak. Hij springt er bovenop en haalt alle plastic afvalbakjes er uit om ze leeg te likken of fijn te kauwen met zijn gevaarlijk uitziende gebit, weer uit te spugen en ze weg te laten waaien in de wind. Op de prullenbak staat dat er geen afval in gegooid mag worden. Waarom staan ze er dan??? Iemand uit een andere auto gooit een steen naar de aap en op een drafje rent hij de berg af richting een huis. Ik weet niet of ik daar zou willen wonen.



In het museum van Fish Hoek  is te zien dat 12 miljoen jaar geleden Fishhoek niet verbonden was met het vaste land maar op een eiland voor de kust lag. In 1920 hebben de Australische Victor Peers en zijn zoon Bertie een grot , meer een overkapping , ontdekt bij Fishhoek  waar ze heel veel vondsten hebben gedaan uit het Stenen Tijdperk waaruit blijkt dat er meer dan 10.000 jaar geleden mensen in Fishhoek hebben gewoond. Vader en zoon, vooral geïnteresseerd in planten en dieren, vonden per toeval stenen waarvan ze dachten dat het stenen gereedschappen waren, wat ook werd bevestigd door een archeoloog in opleiding. Toen kon nog niemand bevroeden dat vader en zoon een enorme ontdekking hadden gedaan. Twee jaar lang staken ze al hun tijd in opgravingen doen in de grot. Naast heel veel voorwerpen werden 9 skeletten gevonden waarvan de oudste , een man van ongeveer 30 jaar , de “Fishhoek Man “ wordt genoemd en gedateerd is op 12.000 jaar geleden. De correcte naam van de stam, waarvan deze skeletten voorouders zijn , is de  “San”. De grot die eerst  nog de “ Schildergat Cave ” is later omgedoopt tot  “Peers Cave”.
Even terzijde: zoon Bertie hield zich ook met slangen bezig en dat is hem fataal geworden door een slangenbeet in 1939. Vader Victor stierf een paar maanden later vanwege een slechte gezondheid.


Vader Victor Peers heeft meer dan 700 planten afgestaan aan de botanische tuinen van Kirstenbosch, een adembenemend mooi park aan de voet van de Tafelberg en aangelegd in Engelse stijl met vele soorten planten ( 12.000), bloemen, bomen en tuinbeelden. Het park is zo groot dat een dag er rondwandelen geen straf is. Helaas, of misschien ook wel niet, treffen we bij de berg zware bewolking die maar niet op wil lossen en die om de bergtoppen blijft hangen. Het geeft wel een bijzonder mysteriues sfeertje. Naast het feit dat het een mooi wandelpark is , is het ook een plek waar studie van planten gemaakt wordt, waar verwantschappen aangetoond worden en classificatiesystemen ontworpen worden.








In 1996 bracht Mandela een bezoek aan het park en haalde de woorden van een dichter aan waarmee hij uitdrukking gaf aan dit sterke  gevoel als hij op deze plek was:  “In the still air Music lies unheard, in the rough Mountains beuaty’s heights unseen.”
Ik vul de laatste bladzijden van het dagboek in de schaduw bij het zwembad. In de zon koken de stenen.


Een afscheidsetentje in Muizenberg en dan is het tijd om vaarwel te zeggen en een jaar te wachten om elkaar weer te zien. Het valt niet mee om afscheid van Sander en Kristin te nemen.


18 februari hangen we weer in de lucht en worden we een dag later door Stijn en de kinderen, die ons ontroerend in de armen vliegen, opgehaald uit Eindhoven.
Afgezien van het hele slechte weer hebben we nog een gezellige tijd in Nederland. Meestal zijn we bij Lonneke en Stijn en is het fijn om Merijn en Julius dichtbij te hebben.
Langzamerhand begin ik de zender van mijn gedachten op Spanje af te stellen. Hoe zou het op de boot zijn?  “Boot” lijkt een woord uit een ver verleden. Maandag  9 maart vliegen we in alle vroegte naar Malaga. Alles nog in orde…