woensdag, januari 04, 2023

Verhaal 12 December 2022 Het staartje van het jaar.

Op 1 december herdenken we mijn vader die een jaar geleden overleden is. Gilda heeft nog steeds een bak met geraniums van hem die nu weer gaan bloeien. De eerste dagen van december staan in het teken van de reis naar Tanzania voorbereiden. Salon moet goed vast liggen aan heel veel lijnen. Er staat regelmatig een hoge deining uit het zuiden die de haven inrolt. Het rukt en trekt aan de lijnen, de smalle vingerpieren wiebelen en met volle boodschappentassen wordt het bijna een circusact om aan boord te komen. Niet echt comfortabel. Frits staat in de scoop om de dop van het oliereservoir van de bijbootmotor er op te draaien. De oude olie had hij er uit gehaald en de dop in het water laten vallen. Nu draait hij een nieuwe dop er op. Even stevig aandraaien en …o jee, hij verliest zijn evenwicht, misschien ook wel door het schokken van de boot. Ik zie hem in slow motion over de zwemtrap in het water vallen. Ik schrik omdat ik weet dat het water al behoorlijk koud is en Frits daar nou niet bepaald gek op is. Hij komt snel weer boven en ik roep: “Je bril! Waar is je bril?” Die dwarrelt naar de modderige bodem 6 meter onder hem. Het heeft geen zin dat ik ga proberen hem op te duiken in dit donkere water. Vitor helpt ons uit de brand en weet een professionele duiker die de volgende ochtend kan komen. Het regent dat het giet maar dat deert de duiker niet. Hij peilt dat het 7 meter diep is en Frits wijst de plek waar hij gevallen is. Hij draagt een duikfles met zuurstof voor een half uur en garandeert dat hij de bril vindt. Met grote glasbolachtige luchtbellen verdwijnt hij onder water en zwemt in grote kringen rond die steeds kleiner worden. Een grote goudvis in een enorme kom. Het duurt lang en we denken al dat hij zo’n kleine bril in de modder nooit kan vinden. Na twintig lange minuten komt hij boven met zijn duikbril op zijn hoofd en met lege handen en zegt : “I could’nt find it.” Frits kijkt teleurgesteld naar de lege handen. Ik kijk naar de duiker zijn gezicht en denk: hij had toch geen bril op onder zijn duikbril? Pas als hij begint te lachen en naar de bril wijst zien we dat het Frits zijn bril is! Wat zal hij onder water al een lol gehad hebben. Hij gaf toe dat het moeilijk te vinden was. Op de bodem is de laatste jaren gras gaan groeien en daar zat hij tussen. Wij waren blij met Ivo die voor honderd euro deze klus geklaard heeft. Het scheelt toch een nieuwe dure bril aanschaffen.
De kuiptent haalt Frits er af zodat hij niet stuk kan waaien bij storm. Het meeste werk is nog het aanvragen via internet van onze visa, invullen en printen van formulieren met bewijs van covidvaccinaties. Laatste boodschappen om mee te nemen zoals KAAS. In Tanzania is kaas een luxeproduct, een goudklompje. Tussendoor hebben we heus wel tijd voor gezellige dingen. Josje en David koken voor ons en ook Annemiek en Steve sloven zich uit. Heerlijk.
Met het Duitse groepje eten we samen in de pizzeria in Ferragudo, een initiatief van Gini. Het is een piepklein restaurantje met misschien 5 tafeltjes. Onze groep van 8 past er niet in maar we kunnen boven eten. Het is een kale ongezellige ruimte met ongemakkelijke banken die vochtig aanvoelen. Alles is klammig omdat het heel veel geregend heeft. Het water gutst door de regenpijp in een plantenbak. Mijn tasje dat er tegenaan staat raakt doorweekt. Maar… de pizza’s smaken prima en het is gezellig met elkaar. Op 10 december is het eindelijk een droge dag na twee weken van veel regen afgewisseld met zon. Josje en David brengen ons aan het eind van de ochtend naar het busstation waar we de bus naar Lissabon nemen. Terwijl we staan te wachten belt het havenkantoor dat de doos uit Nederland is aangekomen. Dat is balen: de doos is twee weken onderweg geweest en komt een half uur na ons vertrek aan. Daar zaten allemaal spullen in voor de kinderen, voor Lonneke en mijn nieuwe orthopedische slippers. Dat vind ik nog het ergste. In september al begonnen om ze in Nederland te laten maken, ruim op tijd klaar en dan worden ze alsnog te laat bezorgd. De bus rijdt door mooi landschap en stopt na bijna 4 uur in Lissabon. Met een taxi zijn we meer dan ruim op tijd op het vliegveld. Nog vijf uur te gaan voordat het vertrekt.
Met ook nog een uur vertraging hangen we eindelijk in de lucht. In Dubai zouden we anderhalf uur de tijd hebben voor de volgende vlucht maar door de vertraging moeten we nu een heel eind rennen, een trein nemen, weer rennen en we zijn er. Het wordt goed aangegeven en een stewardess wijst waar we naar toe moeten. Het rennen was niet nodig geweest: ook deze vlucht heeft een vertraging van een half uur. We hoeven geen covidcontrole meer omdat we vaccinatiepapieren kunnen weerleggen. Alleen nog even door de visumcontrole. We staan duidelijk in de verkeerde rij. Het duurt meer dan een uur aanschuiven voordat we aan de beurt zijn. Nu snappen we waarom dit de kortste rij was. Koffers zijn al van de band gehaald. Door de glazen deuren zien we twee jongetjes enthousiast zwaaiend op de nek van hun ouders zitten. Julius en Merijn hebben ons gespot. O wat zijn ze blij ons te zien. Eerst toch ineens wat beduusd als we écht voor ze staan maar dan branden ze los. Gezellig weerzien met elkaar en ook erg leuk om Ellis, Steve de tuinman en Paulo de bewaker terug te zien. De vreugde is wederzijds.
We hebben nog tien dagen de tijd voordat we serieus met inpakken bezig moeten. We doen gezellige dingen tussen het alvast opruimen door. Julius heeft al vakantie maar Merijn gaat nog dapper een week naar school. Super dat we zijn kerstoptreden mee kunnen maken op zijn school. Op voorschrift van de school moeten de jongens voor hun optreden een rode lange broek aan met een witte bloes met lange mouwen beide van dikke stof, en een rode strik ( hoe verzinnen ze het in die hitte.) Lonneke laat de kleren naaien bij een naaiatelier. Een dag later kan ze de bloes al ophalen. Het atelier bevindt zich in een stoffig zandstraatje, zoals bijna alle straatjes, en is niet groter dan 3m bij 4m. Er staan 3 Singernaaimachines opgepropt tussen de bergen stoffen, de kleren die in de maak zijn, hopen restanten. Twee verlegen meisjes zijn druk bezig. Lonneke komt er vaak maar ze blijven verlegen. Ze hebben het druk met al die kerstoutfits die besteld zijn.
De middag van het kerstspel zijn alle kinderen prachtig uitgedost. Merijn lijkt een hele gentleman in zijn rode broek, witte bloes en rode strik. Bij de opening wordt het Tanzaniaanse volkslied gezongen in het Swahili. Ik zie dat Merijn meezingt alsof dat de gewoonste zaak van de wereld is. Zijn klas doet een dansje op een kerstlied. Een paar jongens waaronder Merijn begeleiden de dansers op een gitaar van karton die ze gemaakt hebben. Merijn is het enige blanke kind en de enige die weet hoe je een gitaar goed vast houdt. Alle stukjes van de kinderen zijn leuk vanaf peuter tot een jaar of acht. Verbazingwekkend hoe ze met bijna geen middelen toch iets leuks neerzetten. Geen podium, geen gordijnen die open en dicht gaan maar twee juffen die een groot kleed vasthouden om te verbergen wat daar achter gebeurt. Primitief maar knap. De muziek knalt uit de boxen en na elk optreden gaat een soort sirene af die aan de kermis doet denken. Geen Kerstmis maar Kermis. We hadden Ellis meegenomen en wat heeft ze genoten.
Ik ga een avond mee met Lonneke en haar vriendinnen om bij een bar aan het water iets te drinken en te eten. Het is een zwoele avond met mooie lucht. Er speelt live muziek oude en nieuwe nummers, het is gezellig om met al die jonge moeders te praten die hier neergestreken zijn.
Lonneke krijgt het geregeld dat Frits en ik als gasten mee aan boord mogen varen op een Lepard 42, een catamaran van Zuid Afrikaans ontwerp. De schipper is een oude krasse baas . Hij doet het stuurwerk en voor het zwaardere werk heeft hij drie bemanningsleden. Er is een zeilwedstrijd uitgaande van de Yachtclub. Daar kom je niet zo maar in. Het is een elitebedoening. Lonneke en Stijn hebben een tijdelijk membership. Ze moet een formulier invullen met twee handtekeningen van de Yachtclub om ons te introduceren. Het is haar gelukt en erg leuk, ze mag ook mee. De catamaran is toch een maatje groter dan de onze. Ik vind het heerlijk om weer eens te zeilen bij ideale warme omstandigheden en ik blijf bijna de hele tijd voor op de boeg zitten. Heerlijk zo vlakbij de golven, wind om mijn hoofd. Het vestje had ik wel thuis kunnen laten. Zelfs op het water blijft het heel warm. Overdag 32 graden in de schaduw, ’s nachts 28 graden. We halen een aantal schepen in maar winnen niet. De winnaar is het meisje Aziz van 9 jaar dat in een optimistje ( klein zeilbootje) als eerste over de eindstreep komt. Ze glimt van trots en met haar al haar vriendjes. Ik probeer met ze te praten maar zij kunnen geen Engels en ik geen Swahili. Met handen en voeten komen toch nog een eindje.
Er staat nog een architectonische citytour op het programma. Lonneke regelt een gids en met Stijn er bij gaan we een ochtend in de bloedhitte door de stad gebouwen bekijken. De gids Bernard start in The Old Boma, een vroeger Gasthuis van de Sultan van Zanzibar en gebouwd in 1866, nu ingericht als informatiecentrum. Er zijn geen voorwerpen, slecht posters met oude foto’s voor elke periode in de ontwikkeling van Dar es Salaam, begonnen als een dorp met hutten en uitgegroeid tot een heuse stad met weinig tot geen oude gebouwen maar bij de haven waar de boot naar Zanzibar vertrekt staan 3 enorme hoge opvallende en beeldbepalende gebouwen hoofdzakelijk voor kantoorruimte. Dar es Salaam heeft ook een Duitse periode gekend van 1887 tot 1916. School” heet hier “Schule”. Te grappig. In 1916 werd Dar es Salaam veroverd door de Engelsen en werd het onafhankelijk in 1961.
We lopen langs een paar Christelijke kerken waarvan één de deuren open heeft en langs een aantal moskeeën in de stad. Er zijn niet veel oude gebouwen meer. Op straat is heel veel te zien. Mensen leven op straat; de bedrijvigheid is op straat: groente- en fruitstalletjes; fietsers met aan beide kanten bungelend aan het stuur manden met kokosnoten; karren met sappige pruimen en zoete mango’s; mannen die handkarren voortduwen met pinda’s in de dop of waterflessen; schoenpoetsers die in een teiltje schoenen staan te wassen; mannen achter naaimachines op de stoep tegen de gevels aan; mannen en vrouwen met zakken meel of manden met bananen op hun hoofd; scooters met drie volwassenen er op, auto’s, tuktuks, bussen, fietsers… krioelen door elkaar. Overal kleine winkeltjes, restaurantjes… Gebouwen kijken is leuk maar het leven op straat vind ik veel boeiender. Bernard trakteert bij een piepklein kraampje op ijskoud suikerrietsap. Er past net een machine in het hokje die het sap uit de suikerrietstengels perst. Een andere man giet het sap door vier zeven in een beker, de pulp blijft in de zeef. Dekseltje op de beker, rietje er in en het resultaat is een ijskoud zoet godendrankje.
We hadden alvast veel voorbereid voor de verhuizing naar Nairobi vanwege Stijn zijn werk maar de dag voordat de verhuizers beginnen met het stevig inpakken van alle spullen in karton en bubbeltjesplastic moeten we toch een hele dag alle zeilen bijzetten om klaar te komen. Merijn en Julius zijn nu zo oud dat ze kunnen meehelpen met allerlei klussen. Het loopt gesmeerd. Wij verhuizen met heel wat koffers naar het huis van vrienden van Lonneke en Stijn. Vlakbij. Zo kunnen de verhuizers 3 dagen hun gang gaan en de verhuisauto tot tegen de laadklep volstouwen. De vrienden zijn op vakantie in Nederland en hebben hun huis te leen aangeboden. Dat is super lief en handig.
Sander komt 5 dagen voor Kerst over uit Zuid Afrika om samen Kerst te vieren. Zo gezellig om als gezin weer eens bij elkaar te zijn. Sanders koffer was in Nairobi blijven staan maar wordt de volgende dag keurig afgeleverd. We kunnen nu relaxen en zijn vaak aan het strand bij de Yachtclub te vinden. Het zeewater is heerlijk warm. Het is alleen uitkijken voor zee-egels. Dat kan Stijn beamen die na een tochtje kanoën met Sander en de kinderen uit de kano stapt midden in de scherpe stekels van zo’n beest. Er blijven wat stekels in zijn voet achter die er niet zo maar uit te krijgen zijn. Er waren nog meer ongemakken: eerst was Julius een kleine week flink ziek met hoge koorts en natuurlijk werd daarna Merijn een week flink ziek met hele hoge koorts. Wat het is weten we niet maar zonder flinke porties ibuprofen zouden ze het niet gered hebben. Frits en ik hebben buikloop en zijn ook aan de medicijnen. Hopelijk krijgen we het daarmee onder controle. We vermoeden dat het van het andere eten en de kruiden komt. We hebben er altijd last van als we hier zijn. Kerst valt grotendeels letterlijk in het water. Tot in de namiddag onweert het en regent het pijpenstelen. De regen hier kan net zo plotseling ophouden als dat hij begonnen is en we kunnen in de late namiddag nog naar het strand.
De koffers zijn weer ingepakt om op 28 december naar Naïrobi te vliegen. Daar gaan we ook weer in een tijdelijk huis totdat de verhuiswagen gearriveerd is bij hun echte huis op een compound vlakbij een park met giraffen. Sander vliegt op hetzelfde tijdstip naar Cape Town terug. Tot Naïrobi vliegt hij met ons in hetzelfde vliegtuig. Daar nemen we afscheid van elkaar. Over een aantal weken zien we hem in Cape Town weer terug.
Aankomst in het nieuwe thuisland Kenia.
Met een tot de nok toe met koffers gevulde taxibus, er in passend als puzzelblokken, rijden we over Keniaanse asfaltwegen langs Naïrobi National Park, waar springbokken, zebra’s en struisvogels ons welkom heten: “Karibu!”. Op het eerste gezicht zijn de wegen hier beter, meer asfalt. Maar ook hier verandert asfalt in zand zodra je van de hoofdweg afgaat. Deze wegen zitten vol met diepe kuilen en stenen en veranderen in modderpoelen bij regen. Dan wordt er stapvoets gereden. Over asfalt vliegen de auto’s, busjes, tuktuks, motoren en fietsers je om de oren. We rijden langs de grootste sloppenwijk van Naïrobi. Het tijdelijke huis waar we verblijven ligt buiten het centrum van de stad op 1600 meter hoogte. Vijftien graden kouder dan we gewend zijn.
De eerste 2 dagen verkennen we de buurt en moeten we acclimatiseren aan het toch totaal andere klimaat. In Dar es Salaam was het vochtig heet en droop het zweet de hele dag en nacht. Het was uitkijken voor de malariamug en Frits en ik slikten braaf elke dag een malariapil. Hier is het in de ochtend fris. We hebben een lange broek aan en een trui. Tegen de middag brandt de zon. Het is een droge warmte. In de schaduw en in de wind kan het fris aanvoelen in de soms harde NO passaat. ’s Avonds koelt het af en ’s nachts trekken we zelfs een dekbed over. In Dar es Salaam was een laken al te veel. Er zijn gewone muggen maar ze zijn minstens zo irritant. Werden we in Dar es Salaam gewekt door krijsende vogelgeluiden, hier zijn het jankende katten, blaffende honden en brullende apen ( Black Faced monkeys ) die ons uit de slaap halen. Ze zitten regelmatig op het dak achter het huis, op de tuinmuur, sommigen met een babyaapje aan hun buik vastgeklemd, te loeren of er iets te eten te halen valt. We zagen dat de buren bananen over de schutting gooiden. De brutaalste aap zat al in de opening van de keukendeur. Het is uitkijken: hun enorme gebit is niet voor de poes. Later zit een aapje ongemerkt in de keuken een avocado op te peuzelen. Hij is door het raam dat op een kier stond naar binnen geslopen. Ik zit op een paar meter van hem af met mijn rug naar hem toe en heb niets gehoord. Geraffineerd als ze zijn.
Ook hier zijn er langs de kant van de weg in de berm allerlei handeltjes van armere Kenianen: bloemenstalletjes, fruitstalletjes, kunst, fietsbanden, brommers, manden, vloerkleden, Wc-potten, grafzerken, meubels, bloempotten gecombineerd met kleurige hondenmanden en andere manden… Een grote tegenstelling met de grote winkelcentra met luxe winkels en supermarkten. Er is veel te krijgen, vergelijkbaar met Europese winkels maar de prijs is hoog.
We nemen een kijkje in het nieuwe nog lege huis van Lonneke en gezin. Eén van de kleinere huizen voor expats zei Lonneke. Het wachten is op de verhuiswagen. Door de feestdagen is alles vertraagd. Eind december heeft hij nog steeds geen groen licht om te gaan rijden.
In de buurt is een uitgestrekt eucalyptusbos waar we een rondje van bijna 3 km wandelen met de kinderen.
Lonneke heeft voor Oudejaarsdag en voor 1 januari een uitstapje georganiseerd. Met een Uber rijden we weg van Naïrobistad richting platteland op 2000 meter hoogte. ( Nog kouder). Het landschap is heuvelachtig en erg groen. Er is veel te zien onderweg, de wegen zijn goed. Bij het park Zereniti heeft Lonneke een Penthouse geregeld: het bovenste appartement van een gebouw met een groot dakterras waar de jongens kunnen voetballen. De rest van het gebouw is nog niet klaar, dus we zitten er alleen. Er is een groot park aangelegd met heel veel verschillende soorten uitbundig groeiende beplanting van bloemen tot struiken tot bomen. Er is net een trouwfeest geweest en de partytent wordt afgebroken. Overal in het park vinden we restanten van mooie bloemstukken met fresia’s en witte, roze, rode en zalmkleurige rozen. Er wordt niets meer mee gedaan en de jongens plukken er bloemen uit en stellen een boeketje samen voor mama en oma. Staat super mooi in de kamer. Het is nog niet de bedoeling dat we zelf gaan koken: er is nog geen water in de keuken, geen gasfornuis, geen koelkast. Geen nood: we kunnen in de tuin ontbijten, lunchen en dineren. Op Oudejaarsavond is er een uitgebreid lopend buffet en BQ in het donker. Door extra kleren en twee grote vuren, brandend in een soort van enorme paellapannen met een gat onderin om de as af te voeren, hebben we het niet koud. Na het eten zitten we dicht bij het vuur en kijken naar de glasheldere maan en de sterren en planeten. De jongens vallen al sterrenkijkend tegen 21u30 in slaap en ze worden naar bed gebracht. Wij spelen met z’n vieren een paar potjes scrabble om warm te blijven en aangezien we geen oven hebben heeft Frits het briljante idee om de oliebollen, gekocht bij een Nederlandse bakker, voor een straalkacheltje te zetten. Dat werkt echt. Om 24 uur knalt de kurk van de fles en begint 2023. Frits kan er niet volop van genieten. Hij voelt zich grieperig en snotverkouden. Ook Lonneke en Merijn snotteren en niezen wat af. Helaas geen zuivere zeelucht meer hier maar pollen , bomen en grassen. Voor zeelucht moeten we vijf uur rijden naar Mombasa. Beetje te ver voor nu.