woensdag, september 30, 2020

Verhaal 18 September Van Nederland naar Portugal terug.

 

Eind augustus rijden we met een prachtige zonsondergang  voor de laatste keer van het noorden naar Nieuwegein terug. We hebben gezellige bezoekjes afgelegd bij lieve vrienden en zullen daar nog vaak aan terug denken . Stijn zijn quarantaineperiode na werkbezoek in Tanzania zit er op en gelukkig is hij kerngezond.


We hebben nog tijd om een paar uurtjes te  ” kamperen ” bij Maurik. Onze vrienden Piet en Geertje staan er met familie op de camping aan het water. Het had die nacht flink geregend en de campingplek is modderig. Dat moet voor ons wadlopers geen probleem zijn. Er waait een stevige wind maar de zon doet haar best. Koffie nog in de voortent, maar de borrel kan al buiten genoten worden.


Van een tochtje over het meer zien we af. Leuker om het stadje Buren te bekijken. Schattig oud plaatsje.



Bij Wijk van Duurstede gaan we na een wandeling door het stadje en langs de restanten van een kasteel heerlijk eten. We moeten van de ober per koppel aan een ronde tafel zitten een beetje uit elkaar. Dat heeft weinig zin als we al de hele dag met elkaar omgaan.



Een aantal van ons eten heerlijke gloeiend hete mosselen. De damp slaat er van af. Veel te snel zijn ze op.



Op het nippertje, als we de auto weer in moeten leveren, maken we een omweg langs Zoutkamp waar we met Marc en Carola afgesproken hebben. Ze wonen nog steeds aan boord van hun schip de Eva Kristina .We leerden hen in 2016 kennen in Alvor  maar brachten vooral veel tijd samen door op de Canarische Eilanden. Toen we vanwege een kapotte motor en stormen wekenlang op Feurteventura vast lagen hebben we veel gewandeld, gebarbecued en Kerst en Nieuwjaar gevierd. De wafels van Marc en de slagroom van Carola zijn onovertroffen.

We treffen het dat Frits zijn jongste broer Maarten er ook  is met zijn nieuwe  motorcat die hij net uit Engeland heeft overgevaren. Hij neemt ons een stukje mee uit varen, in de regen weliswaar.




Ook veel te snel is ons verblijf in Nederland alweer verleden tijd. Half september nemen we afscheid van onze schatten. Ze zwaaien het vliegtuig van opa en oma uit.



Trouwens, in Zuid Afrika gaat het ook goed. Sander en Kristin appen regelmatig een foto of filmpje van Josephine, nu 9 maanden en al een hele meid. Ze heeft 2 tandjes,  kruipt en loopt m.b.v. een loopkarretje. Sander heeft nog steeds werk. Per 1 oktober  opent Zuid Afrika de grenzen weer voor buitenlanders. Voor ons natuurlijk heel goed nieuws!



Spotty treft het minder: hij heeft een gebroken nagel en gaat tijdelijk op 3 pootjes door het leven. Dat lukt hem zo goed dat je je af kan vragen waarom viervoeters eigenlijk geen drievoeters zijn.


Alvor gaat bij aankomst op 13 september onder in de rode lucht van de zon.




Tijdens onze afwezigheid heeft een reiger op een andere verlaten catamaran drie jongen grootgebracht. Onze Engelse buren Les en Marie hadden het opvoedingsproces gevolgd en zeiden dat ze net uitgevlogen waren. Eentje kiest er voor om terug te keren op de thuisbasis maar hij kiest deze keer,  terwijl we boodschappen doen, onze scoop uit om te rusten. Jammer nou dat we hem verstoren. Hij kiest het  “ reigerpad ”. Het water staat extreem hoog en laag deze dagen.




Tijdens onze afwezigheid hebben een aantal voorwerpen er de brui aan gegeven. Zijn we te lang weg geweest? Direct merken we al dat de koelkast minimaal aanslaat en niet  koelt, een probleem dat zo niet 1,2,3 op te lossen is. Vitor regelt een monteur die komt kijken en doormeten waar het probleem zit. De verdamper blijkt verstopt. Een nieuwe bestellen kan vele weken duren maar we hebben eerst geen keus. Gilda biedt aan dat we hun koelkastje gebruiken op hun  catamaran de Catja omdat ze daar op dit moment geen gebruik van maken. We lenen een piepschuim koelbox van hen om voor 1,20 euro om de 2 dagen 10 kilo ijs op te halen bij de visafslag. Ik heb 3 waterflessen van 5 liter onthoofd om te vullen met spullen en ijs. Het ijs smelt binnen een dag maar het water blijft nog lang ijskoud. Er kunnen alleen dingen in die nat mogen worden. De rest schik er omheen. Elke dag giet ik het smeltwater in een emmer dat we dan weer kunnen gebruiken om te soppen en vul ik de waterflessen met nieuw ijs. De koelbox zit ingepakt in een dubbel donsbed. Het is wat omslachtig maar het werkt wel. Op de valreep van september is de nieuwe unit  in onderdelen gearriveerd. Weten we direct waarmee we oktober kunnen starten.



Wat het lastiger maakt is dat de boei waar we aan liggen er vandoor ging in windkracht 6. Frits ziet toevallig het kleine bootje vlakbij wel heel erg dicht bij komen. Alarm! Wij zijn het die wegdrijven en het bootje dreigen te overvaren. Op topsnelheid haal ik stootballen uit het luik en knoop ze net op tijd aan onze reling. We zitten tegen elkaar aan maar de stootballen vangen het op. Ik moet de twee lijnen waarmee we aan de boei vast zitten los zien te krijgen maar er staat heel veel spanning op en ze klemmen. Het lukt maar ik kan niet voorkomen dat de preekstoel van het bootje ons aantikt en een kras veroorzaakt. Jaap is in zijn bijboot gesprongen en komt bij ons aan boord om te helpen. Altijd fijn, een helpende hand. Frits heeft al zijn aandacht nodig bij de motoren en het sturen. Het kleine bootje danst behoorlijk heen en weer in de wind. De eigenaar  is niet aan boord.


We zoeken een andere ankerplek maar er is bijzonder weinig ruimte. Jaap geeft aanwijzingen. Als het laag water is liggen we drooggevallen op de zandbank. Niet erg want als het water opkomt maken we het onderwaterschip schoon. We zijn alleen een beetje scheef geland alsof we een poging willen ondernemen naar de maan te vliegen.



Er is een dag met veel regen maar dat levert wel “ een pot goud ” op en prachtige luchten.



Ik wil op de computer werken maar de ventilatoren van de omvormer maken een angstig klinkend geluid en blazen hun laatste adem uit. Omdat ik ook geen accu in mijn laptop heb ( ook begeven) ben ik afhankelijk van de omvormer die van 240 Volt 12 Volt maakt. De omvormer moet gekoeld worden. Frits bedenkt koeling door het kastje van de omvormer gewoon open te laten. Opgelost. In een electrozaakje kunnen ze dezelfde ventilatoren bestellen. Kwestie van weer inbouwen en solderen . Opgelost. Idem dito voor het ankerlicht dat niet meer wou branden.



De WC aan stuurboord pompt geen water op: de ingang zit verstopt met mosselen. Frits prikt met een buigzaam staafje vanuit de bijboot de mosselen stuk. Opgelost.

Als we dan toch bezig zijn: de buitendouche laat te weinig water door. Dat was al een tijdje zo. Frits haalt het kastje los waarin de douche en de slang zijn opgeborgen en trekt de hele slang er uit: aan het begin bij de aankoppeling is de slang op twee plekken vervaarlijk geknikt. We zullen een nieuw stukje slang moeten regelen. Ook dat lukt. Opgelost.


De knopjes van de afstandsbediening om het anker op te halen of te laten zakken breken af. Nu ligt het binnenwerkje ( de printplaat ) open en bloot en moeten we overgaan op pinkbediening in de gaatjes. Benieuwd hoe lang dat goed gaat. Als de elektronica nat wordt is het over en uit. We doen er een doorzichtig plastic zakje omheen. Opgelost.

Een latje onder het luik bij de deur is helemaal ingewaterd en moet vervangen worden door een nieuw latje: oude er uit slopen, hout halen, passen en meten, lijmen, verven… en je ziet er niets van terug want het zit onder een luik. Beetje jammer van de moeite eigenlijk. Alleen al zorgen dat we de juiste materialen  vinden kost ons een dik half uur lopen naar een bouwmarkt en dan weer terug.


Begin september heeft alles in zich wat een zomer in zich moet hebben om een zomer te zijn. Alhoewel de ochtenden naar herfst ruiken, brandt de zon nog de mussen van het dak.

Op haar laatste dag als zomer heeft ze het moeilijk. De herfst zet nu toch echt de eerste stappen.  ’s Avonds nog een sfeervolle lucht, ’s morgens mist alom op het moment dat we verkast zijn naar de uitgang om op een zandbank droog te vallen en te beginnen met schilderwerk en reparaties. We kunnen de zandbank niet zien in de grijsheid om ons heen en Frits komt weer in bed. Het is de eerste ochtend dat de heteluchtkachel even aan gaat om te testen. Hij doet het. Je begint na 30 jaar boot nu toch te twijfelen.



Onze vrienden Diederik en Nicole ( reis Canarische Eilanden 2017) hebben maandenlang  aan het opknappen van hun hele schip gewerkt. Nu is het klaar en ze vroegen ons om een middag mee te zeilen de zee op om hun nieuwe zeilen uit te proberen. Ze zijn nog spierwit. Het is ideaal weer, warm en een licht windje van 10 knoop. We zeilen een stuk aan de wind. Wat glijdt het schip soepel door het water. Ik ben onder de indruk van het prachtig gerestaureerde schip. Het meest opvallend zijn de blinkend rood geverfde gladde masten en het dek dat helemaal geschuurd is en waar ze alle voegen opnieuw hebben gevoegd. Frits stuurt de heenweg en op de terugweg neem ik het  “reuzenrad” over. Een gaaf gevoel. Automatisch ga ik wijdbeens staan. De zeilen hijsen en binnenhalen is zwaar werk ondanks de enorme lieren. Terwijl de anderen daar mee bezig zijn vertrouwt Diederik er op dat ik het schip goed tussen de havenhoofden  van Alvor mik. Beetje aanwijzingen van Frits aangaande wind en stroom en we kunnen ankeren. We sluiten deze dag af met gezellig samen uit eten bij Portugese vrienden. Wij worden er niet veel armer van maar voor hen is het erg moeilijk het hoofd boven water te houden door Corona. De hoofdstraat die anders altijd zo druk is met vooral Engelsen, Ieren en Schotten, zelfs in het najaar, is nu nagenoeg leeg.







We maken zelf een korte zeiltocht naar Portimao en ankeren vlakbij het strand van Ferragudo. Nu daar geen cruiseschepen meer komen is het er druk met boten die ankeren. Het strand is altijd leeg op een paar vissers na die hun hengels uitgooien. We hebben hen nog nooit iets zien vangen terwijl het stikt van de harders die vaak vlakbij onze scopen plankton grazen. Een grote groep in een langgerekte sliert die dan plotseling als een spiraal in elkaar opwindt tot een cirkel en weer uit elkaar spat. Elke vis weet blijkbaar zijn plek. Als ik ga zwemmen verdwijnen ze van schrik voor die dikke walvis.  Bij harde wind drijven we bijna het strand op en bij laag water hangen we bijna aan de haak van een visser. We verkassen naar dieper water en steken veel ketting. Een schakel van de ketting komt dwars in de ankerlier en wil niet verder. Dan maar eens die hele ketting van 50 meter + nog 100 meter lijn uit de ankerbak halen en uit de war halen. Mooie gelegenheid om de ankerbak schoon te maken. Bij de bouw ongeveer30 jaar geleden klom Frits makkelijk in en uit dat diepe gat. Nu lukt dat logisch niet meer door stijve schouders en spieren van de ouder wordende mens. De lange stofzuigerslang biedt de oplossing. Het zou wat zijn als Frits er nog wel in kon maar er niet meer uit.


Er is een stukje van de rail waar het voornet aan vast zit, uit de voorbalk los getrokken. Frits lijmt het weer vast met epoxieplamuur.

De laatste tijd begonnen we door “matglas” ramen van de tent te kijken. Na 4 jaar is de glans van het plastic er toch af. Hier vlakbij zit een bedrijfje en Maria naait in 2 dagen in alle onderdelen nieuwe ramen en ze repareert kapotte naden. We zijn er superblij mee. We hebben weer uitzicht . Het is nog te warm om de hele tent te gebruiken, maar één zijkant en de voorramen tegen  de tocht is wel fijn.




Er drijft een dikke landvast langs de romp van de boot. Die zal je maar in de schroef krijgen. We kunnen hem samen binnenhalen en leggen hem in het voornet om uit te druppen. Later brengen we het zware geval in de bijboot naar de visafslag. Voor ons is hij een maatje te groot.


Om nog even terug te komen op de orka’s die zo speels en onschuldig om onze boot heen zwommen dit voorjaar hebben ons krantenartikelen bereikt dat deze orka’s niet voor iedereen zo aardig waren. Zowel langs de Zuid Spaanse kust als in Galicië in het noorden zijn een flink aantal jachten agressief aangevallen door groepen orka’s die het vooral op de roeren hadden gemunt. Met een beschadigd roer valt niet meer te varen en de jachten moesten door de kustwacht naar binnen gesleept worden. Spanje heeft honderd kilometer kust in Galicië gesloten voor jachten. Het is wetenschappers een raadsel waar dit orkagedrag vandaan komt. Het is ons een raadsel waarom ze ons niet aangevallen hebben. Ik geloof absoluut niet in de uitspraak van sommige wetenschappers dat het de wraak is van de orka op de mens omdat de mens hun leefgebied zou verstoren.

Ook een nieuw fenomeen in de wateren van Alvor zijn de enorme donkerpaarse kwallen van 2 voetballen groot met lange dikke tentakels. Ze schijnen te branden bij een beet. Zo maar even zorgeloos zwemmen is er niet meer bij. Ik heb ze hier nog nooit gezien. Of is dit ook een aanval op de mens ?

Maar  het meest verontrustende nieuws  dat ons bereikte is het bericht van piraterij tussen Faro en Cadiz. Een Duitse catamaran die vanuit Faro de zee opging naar Cadiz is geënterd door een grote zwarte Rib. De gemaskerde mannen probeerden om over te springen maar omdat er golven stonden van 2 meter hoog en de man en de vrouw aan boord zich verdedigden met stokken , een naburig schip opriepen die dan weer de kustwacht benaderde werd de aanval afgeslagen. De Spaanse kustwacht was snel ter plaatse en de piraten vluchtten richting Afrika. Er wordt aangeraden dicht onder de kust te varen.

Tijd om afscheid te nemen van september en van Diederik en Nicole, die voor een half jaar naar Brussel terug gaan, met - hoe kan het ook anders - een etentje. Jose-Anne en David van catamaran Zilt gaan mee. We leerden hen al kennen in Cadiz in 2019. Nu liggen ze in de haven van Portimão voor het winterseizoen. Ook wij hebben er een plek gereserveerd voor 3 wintermaanden.




Ook afscheid van mijn 62ste levensjaar en op naar het volgende, hopelijk Coronavrij voor iedereen op deze aardbol.


Er staat een heel leuk promotiefilmpje op Youtube van de haven van Almerimar. Verrassend vaak zijn de catamaran van Jorg en die van ons in beeld. De meeste beelden zijn genomen van het dakterras van de flat waar wij op uitkeken. Iemand moet onze beide catamarans erg mooi hebben gevonden. Geef hem of haar eens ongelijk.


















































zondag, augustus 30, 2020

Verhaal 17 Augustus: zomer in Nederland

 

Augustus begint in Alvor met een harde maar droge hete wind. Op het water voelt dat heel lekker.

Augustus

Eén augustus slaat zijn zwoele vleugels uit,

De zomer ten top.

De zon klimt en klimt,

Schroeit de aarde.

Hete wind wakkert aan

En maakt alles en iedereen loom,

Behalve de visdiefjes,

Onuitputtelijk duikend, een visje uit zee verschalkend.

Pas aan het eind van de dag

Als de lucht oranje kleurt waar de zon is weggezakt,

Als de mensen van het strand zijn terug gekeerd, moe en bruin gebrand,

Dan zakken de wind en de temperatuur

Voor een aangename verkoelende avond,

Bootjes dobberend in het schijnsel van de nog net niet volle maan.


We nemen afscheid van Coos die de boot naar een haven onder Barcelona wil varen, van Jaap die ook weer naar Nederland vliegt en van Vitor en Gilda die een oogje op de boot zullen houden tijdens ons verblijf in Nederland. 

Les is zo aardig om ons om 6u45 in zijn bijboot naar de wal te brengen waar de taxi naar Faro wacht. Het is nog fris en de spijkerbroek , sokken en jasje voelen best lekker. In geen vijf maanden aan gehad. Nog een snel ontbijtje in de eerste zon en dan moeten we inchecken.

De terugreis wordt een lange dag met mondkapjes op in de taxi, op het vliegveld, in het vliegtuig, in de bus naar het station van Eindhoven, in de trein naar Emmen met een busonderbreking vanwege werkzaamheden aan het spoor. Piet haalt ons in Emmen op en het mondkapje kan af. Het verbaast ons toch een beetje dat in het straatbeeld hier nergens een mondkapje te zien is. Geertje heeft heerlijk gekookt en na een gezellige avond kruipen we moe in bed. De volgende dag rijd ik met de trein vanaf Meppel waar we onze vrienden Meine en Wies hebben bezocht, naar Lonneke in Nieuwegein terwijl Frits weer naar Ter Apelkanaal rijdt omdat hij nog naar de huisarts moet de volgende dag. Welkom in Nederland. Eerste bekeuring vanwege 1 km te hard rijden!

Het is heerlijk om weer in Huize van Geel te zijn en de kleinkinderen te zien. Merijn van 4 kletst honderduit en wil bij oma in bed slapen nu opa , de kat, van huis is. Julius van 2 kijkt de kat liever even uit de boom maar gooit na tien minuten al zijn charmes in de strijd om mijn aandacht te winnen. Wat zijn ze toch op een vermakelijke leeftijd. Julius begrijpt veel en praat steeds meer waardoor ze ook steeds leuker en beter kunnen spelen met elkaar.


Lonneke heeft een vakantiehuis geregeld in Wingene in West Vlaanderen, een dorp op een half uur rijden van Brugge en Zeebrugge. Op Sanders verjaardag  gaan we er 5 dagen vakantie houden met zijn allen en eten Vlaamse gebakjes op zijn gezondheid. Het is een bosrijk gebied en dicht bij zee. Water hebben we wel nodig want we zitten midden in de hittegolf en de temperatuur stijgt naar 36 graden zonder wind om af te koelen. Gelukkig hadden we een opblaaszwembadje meegenomen voor de kinderen en voor oma. Geen gezicht. Ik pas er maar net in maar de kinderen doen circus op oma en hebben veel plezier. Stijn moet ook af en toe koelen. Zijn hoofd gloeit van het Swahili.


Jammer dat Julius 5 dagen ziek was met flinke koorts en een herpesvirus in zijn mondje waardoor alles pijn deed en hij niet wou eten en drinken en oververhit raakte tegen uitdroging aan. Lonneke heeft dus slechte nachten gehad en liep soms met hem in de buggy midden in de nacht buiten om af te koelen. Door ibuprofendrankjes was hij af en toe wel weer aanspreekbaar. Toen we weer in Nieuwegein terug waren was hij weer beter, dat zul je altijd zien.

Ondanks zieke Julius hebben we leuke uitstapjes gemaakt naar de Colpaerthoeve in het bos met een hele leuke speeltuin voor jonge kinderen die grappig genoeg vol zat met opa s en oma s die op hun kleinkinderen pasten. Stijn heeft elke morgen digitale cursus Swahili 3 uur lang. Geweldig hoe snel hij het oppikt en al in hele volzinnen kan praten, en het klinkt ook nog Afrikaans. Petje af, daar in de bloedhitte onder de dakpannen van het huis.


Het uitstapje naar Zeebrugge is een hoogtepunt voor de kinderen, mooi strand om te spelen, een klimboot, een ijsje, een trapauto voor ons vijven. Wij noemden het vroeger als kind  een autooke van de zee. Wat waren we als kind blij als we daarin mochten rijden over de strandboulevard. Opa stuurt en haalt gekke fratsen uit. We hebben allemaal de slappe lach en de kinderen gieren het uit. Als er een agent had gelopen dan had opa een  bekeuring gehad voor gevaarlijk en onvoorspelbaar rijgedrag



De frietjes met veel mayonaise aan een picknicktafel bij een frietkot op de boulevard kunnen de dag niet meer stuk maken.

We hadden nog net een dag over om Stijn zijn verjaardag te vieren voordat hij voor zijn werk tien dagen naar Tanzania moet.


Het is nog steeds prachtig weer en we gaan naar een strandje vlakbij aan de Lekdijk waar de kinderen en wij lekker kunnen zwemmen. Het is zo leuk om te zien wat voor waterratten die kinderen zijn. Pas als Merijn het klappertanden niet meer kan bedwingen en hij over zijn hele lijf staat te rillen komt hij er uit, droogt zich even af en rent al weer weg. Wat een mooie omgeving en zo dichtbij voor hen.



Stijn vertrekt voor een intensieve reis naar Tanzania en wij gaan door met regelmatig leuke uitstapjes maken met de kinderen of gewoon , snuisteren in de speelgoedwinkel.

We bezoeken de prachtige tuinen van Kasteel De Haar, steeds met uitzicht op het kasteel. Werkelijk prachtig. Zelfs de kinderen hebben genoten. Het kasteel, de tuin, de leeuwen bij de trap, het doolhof, de hertjes… , alles boeit hen. Merijn waarschuwt wel voor de processierupsen. “ Pas op voor de processierupsen oma, die zijn gevaarlijk”. Julius: “Waaaat?”







Het uitstapje naar Ijmuiden dreigt even in het water te vallen. Net vertrokken, de kofferbak volgeladen met strandspullen en picknick, begint het regenen. Bij het strand van Ijmuiden aangekomen wurgt de blauwe lucht zich door de grijze wolken en na de picknick onder een kleed vanwege nog een paar spatjes wordt het een stralende dag. De kinderen spelen in zee, wij houden het op zandkastelen en vulkanen bouwen.







Het varen zit Frits toch in het bloed. Kan het niet op zee, dan maar door de stad Utrecht. Frits is de kapitein en de kinderen zijn stuurmannen. Vroeg geleerd is oud gedaan. Het is nog vroeg in de morgen en fris maar dat kan de pret niet drukken. Af en toe neemt de lucht een dreigend kleurtje aan maar dan schuilen we onder een bruggetje.





" Tegenligger opa ! Beetje naar rechts !"

"Oef, goed zo opa !"





We gaan vaak naar het speeltuintje om te voetballen, te schommelen, te steppen, te fietsen, politietje te spelen en opa en oma zijn de boef. We worden opgesloten in het doel van het voetbalveldje. Gelukkig laten ze ons toch ook steeds wel weer vrij.

We bakken nog een taart en wat is dan fijner om de kloppers van de mixer af te likken.


De ouders van Stijn kwamen heel gezellig koffie drinken. De zomer houdt niet op.


Stijn komt 26 augustus uit Tanzania terug en moet verplicht 10 dagen in quarantaine. 

Tijd voor ons om de laatste dagen van augustus in het noorden door te brengen. Wat hebben we toch veel plaatsen die een thuiskomengevoel geven en het is altijd leuk om vrienden hier te ontmoeten.