donderdag, augustus 15, 2019

Verhaal 4 Van Rio Guadiana naar Spanje en terug naar Alvor.


Op zondag 14 juli varen we van Ayamonte zo’n   … mijl verder de rivier op tot het dorp Laranjeiras aan de Portugese oever. We kennen het dorp van 3 jaar geleden toen we de boot er achter lieten aan een boei onder beheer van een Engelsman, om mijn ouders in Spanje te bezoeken. Deze formule hebben we herhaald. De Engelsman verhuurt nog steeds boeien voor 5 Euro per dag en hij regelt vervoer om ons weer terug te brengen naar het begin van de rivier. Met een veerbootje steken we  over naar Spanje , lopen 20 minuten en halen de huurauto op die we geregeld hebben. Door Spanje rijden is een feest met zijn wisselende landschap van ruige grijze rotsige bergen en geel gedroogde valleien met olijfbomen. Overal onderweg in the middle of nowhere zijn de drukke bars met de heerlijke tapas. Het verbaast ons hoeveel mensen er dan toch aan de bar hangen voor een snelle koffie met getoast brood of toch liever alvast een biertje met een tapa. De obers vliegen af en aan om alles bij te benen, kopjes en bordjes kletteren. Dat hoort er bij in Spanje. Buiten is het bloedheet, binnen lekker koel. We zijn alles bij elkaar vanaf de boot tot ons pension 10 uur onderweg, pauzes meegerekend.




Bij aankomst bij het pension is de laatste rotonde afgezet door de politie. Het is een gedrang van auto’s en mensen en de vuurpijlen knallen er op los. Het blijkt het feest te zijn van de Maagd Carmen en vandaag is de grote ontknoping. Nadat we toch eerst nog ons pension bereikt hebben en uitgepakt hebben, lopen we in schemerdonker naar de feestvreugde op het strand en zien nog net hoe de Maagd op een bootje te water gaat, begeleid door een tiental kleine bootjes met lampjes aan. Het vuurwerk knalt oorverdovend en de mensen op het strand applaudisseren. Het vuurwerk gaat nog lang tot na middernacht door. Onze slaapkamer ligt op de eerste verdieping precies boven het terras waar gasten tot ver na middernacht eten, drinken, praten, lachen… We komen pas heel laat in slaap. Gelukkig kunnen we na 2 nachten een kamer aan de andere kant van het pension krijgen. Voor ons niet-Spanjaarden met een ander ritme toch beter. Zij gaan eten als wij al voorzichtig richting bed denken. De avonden zijn zwoel en dus blijven we lang flaneren op de strandboulevard of zitten we op een bankje lekker te observeren .

Een drankje op zijn tijd is ook niet verkeerd. ( Meer ijs dan drankje.)


Het pension is een kwartier rijden van mijn ouders . Natuurlijk is het een leuk weerzien, ook met mijn broer en vrouw die daar inmiddels  vlakbij wonen. We blijven een aantal dagen een we hebben het gezellig. We maken van de gelegenheid gebruik om alvast een kijkje te nemen in de haven Almerimar, honderd km oostelijker omdat we overwegen deze haven als  “overwinterplek” te gebruiken.

Terug op de Rio Guadiana varen we nog even door voor een paar dagen in het dorpje Alcoutím aan Portugese zijde en we ontmoeten volgens plan Coos en Martine, vrienden waarmee we in 2010 Kerst en Oud en Nieuw  hebben gevierd op Tobago in het Caribisch gebied. Er hangt wel iets van de Caribische warmte over de Guadiana. Het is erg warm, net als in Nederland. We zoeken de koelere zeewind op richting Ayamonte en worden op de rivier gecontroleerd door een hele grote rubberboot met een tien man sterk Portugees douaneteam dat onze papieren wil controleren, terwijl we gewoon door kunnen zeilen . Alles in orde en we gaan per uitzondering een nacht in de haven van Ayamonte vanwege de harde wind. 
We moeten er nog bootspullen kopen en bergen wasgoed verzetten. Ik doe het echt niet meer in emmers, maar we brengen het naar de selfservice wasserette, stoppen het in een reuzenwasmachine, halen het er een half uur later heerlijk geurend weer uit, brengen het weer naar de boot, hangen het op en een uur later is alles weer droog. Wat een overheerlijke luxe.

Salon en Seamotions van Coos en  Martine
We willen een zeiltocht maken en hebben min of meer met Coos en Martine afgesproken om naar Cadiz te zeilen. Zo ver is het voor ons nooit gekomen. We varen een dag later dan zij. We treffen een zwaar bewolkte dag ( de enige in weken) met hoge deining, golven van 2 m hoog die schuin achter en later dwars inkomen. De zee bonkt tegen de rompen, we hebben een Noordzeegevoel en trekken warme kleren aan. De dolfijnen die Coos en Martine gisteren zagen houden zich nu verdekt opgesteld. Niet helemaal berekend op deze zeegang valt een lichtgewicht fles olijfolie om in de keuken. Natuurlijk vliegt de dop eraf en zit de hele keukenvloer onder de olijfolie, zowel er op als er onder. Twee keukenrollen zijn nodig om het te deppen. Een scharniertje van de hordeur tegen de muggen breekt af , de tussenstop bij El Rompido is niet vertrouwd en dus zeilen we door naar Mazagón vlakbij Huelva. Als we er willen ankeren merkt Frits dat de bakboordmotor niet mee doet en een ander geluid maakt. Er zit niets anders op dan zijn duikpak aan te trekken. Eén blik door zijn duikbril is genoeg om te zien dat de complete schroef verdwenen is!


Dat wordt een dingetje: op één motor is lastig manoeuvreren. Frits heeft alle reserveonderdelen om een nieuwe schroef in elkaar te zetten behalve een borgmoer m16 van roestvrij staal. We varen een stuk terug naar Punta Umbría waar we eerst aan een buitensteiger kunnen liggen, nog een spannende operatie met één motor, harde wind en stroming. We zijn een team: Frits stuurt, ik gooi de landvasten om de bolder en vast is vast. De havenmeester is uitermate vriendelijk. We mogen er blijven liggen en omdat het zondag is en de winkels dicht , neemt hij ons mee naar het magazijn van de haven en doorzoekt tientallen bakjes naar de moer die we nodig hebben maar kan tot zijn spijt niet de juiste vinden. Hij neemt alle tijd om ons op een plattegrond een viertal opties uit te leggen om de volgende dag op speurtocht te gaan. Bij de eerste winkel is het al raak. Wachtend op laag water om aan de overkant droog te vallen maken we een fietstochtje . Behalve een typisch Portugees kerkje en de toren van een fort uit de 17de eeuw ter bescherming van aanvallen vanuit Noord Afrika is er niet veel bijzonders aan oudheid te melden. Wel strand alom, een brede wandelboulevard en een autoloze straat waar terrasjes een aaneengesloten ketting rijgen.



We “parkeren “ bij laag water de boot op het strand. Hij komt helemaal scheef te staan wat ook enigszins de bedoeling was om aan de schroef te kunnen werken. Bijzonder toch dat een mens vrij snel  “onthand”  is als de bodem onder zijn voeten niet meer horizontaal is. We kunnen binnen bijna niet meer lopen laat staan koken; ik kook alles pan voor pan en de pan moet ik vasthouden anders glijdt hij van het gasstel. Wat schaft de pot? Worteltjes, courgette, aardappeltjes en spekjes.  Frits is druk bezig met de schroef. Het moet klaar zijn voordat het water weer opkomt. Verdorie: de borgmoer past niet: De schroefdraad heeft een andere spoed dan de originele. Frits springt in de bijboot en gaat er als een speer van door  om voor sluitingstijd de moer om te wisselen. Er is een moer m16 met fijner schroefdraad maar dan niet van roestvrij staal. Dat moet dan eerst maar.





  ’s Nachts om 2 uur komen we weer los en varen in het donker tussen het strand en de mosselbanken. Veel ruimte en diepgang  is er niet en we zien geen hand voor ogen door de lichten van de wal en het komen en gaan van vissersschepen. Het anker komt klem te zitten in de kluis en ik moet er met geweld op schoppen om het los te krijgen. Zonder anker beginnen we niks. We halen landvasten en stootballen te voorschijn voor het geval het ankeren mis zou gaan en we onze toevlucht zouden moeten zoeken aan de steiger. Het lukt om dichtbij het strand te ankeren. We kunnen niet onmiddellijk naar bed en daarom staan we om 3u ’s nachts gezellig de afwas te doen die zich gedurende de dag opgestapeld heeft in een teiltje want ook kopjes en bordjes willen graag  op horizontale voet staan.
In de schemerochtend voor zonsopgang varen we naar Tavira voor een tussenstop. Er komt geen koelwater uit de bakboordmotor. Een slang bij de motor zit verstopt . Er is opvallend veel zeewier in allerlei soorten: draden, grassprieten, slabladeren…. Het probleem is snel opgelost. We zijn weer op Portugese bodem en hebben een uur tijdwinst. Maar dat betekent wel dat het om 21u15 pikdonker is. Wat een verademing vind ik het als alle menselijke en gemotoriseerde geluiden verstorven zijn en alleen nog scholeksters piepen, een ooievaar door het rood van de in brand staande lucht vliegt tegen de zwarte contouren van de heuvels.


Met een rustig gangetje waarbij de vishengel uitstaat varen we naar het eiland Armona. Ze willen niet bijten. De niet betonde ingang tussen Culatra en Armona  ziet er bij extreem laag water tricky uit met korte warrelende golven en branding. We volgen het spoor van een nog uitgaande boot en ankeren wachtend op hoog water bij Culatra waar scheepjes bezig zijn zand op te graven tot hun gangboord in het water gaat en ze in slakkengang terug varen naar Olhao.


We gaan zoals voorgenomen in Olhao in het kleine restaurantje van de vissenkop eten, maar dan nu staat heerlijk gegrilde kip met frietjes op het menu; Er staan drie tafeltjes buiten op straat want de stoep is te smal en de auto’s rijden op 2 decimeter langs. De serveerster, een super slank pittig ding, past net tussen tafeltje en auto. De muren afgebladderd, andere juist weer fris in de verf, krakkemikkige deuren, Frits zijn stoel tegen een roestig verkeersbord aan… wat een charme.



Omdat we bij Armona een fijne ankerplek weten gaan we daar weer naar toe. De eerste dagen zijn er vredig zoals altijd. Ik zoek kleine mosseltjes op het strand zoals de Portugezen ook urenlang kunnen volhouden. Ik heb na drie kwartier maar een handje vol  en geef ze aan een groepje jongens. Ze zijn er zo blij mee en in ruil krijg ik een kleine tong die ze toevallig in het zand zien spartelen. De oudste jongen legt me uit hoe ik hem moet bakken en dat doe ik dan maar. We houden er elk twee theelepeltjes heerlijke tongfilet aan over. Lekker aperitiefje.




Frits haalt ook de andere schroef uit elkaar om hem te vergelijken met de schroef die net vervangen is. Er blijkt nog een ring te ontbreken. Dat betekent dat de naaf nu rechtstreeks op de zinkanode slijt. We mogen deze motor liever niet gebruiken. Frits heeft het er maar druk mee met uitzoeken welke onderdelen nodig zijn en met het bestellen er van in Nederland. Al een geluk dat Lonneke met gezin binnenkort op vakantie komt en alles mee kan nemen.
We lopen  een deukje op in onze rotsvaste overtuiging dat alle Portugezen aardig zijn. We liggen er al een paar dagen als een Portugees jacht, de Santa Therezinha ( Heilige Theresa), veel te dicht bij komt ankeren. Omdat boten nu eenmaal draaien op wind en stroming geven we hem aan dat hij te dicht bij ligt. Hij vindt dat wij weg moeten gaan. Eigenlijk liggen we op zijn plek, de enige plek waar hij met zijn diepgang kan liggen roept hij. Hij is zo lomp dat we maar verder niet in overleg gaan. Hij verlegt uiteindelijk zijn boot naar een plek waarvan hij had kunnen weten dat die misschien te ondiep zou zijn voor zijn schip. ’s Nachts om 1 uur wordt er agressief keihard op onze romp gebonsd. Vijf keer een serie van 3 harde slagen. Het klinkt heel beangstigend. Als we beiden buiten komen zit de drie man sterke bemanning van de Heilige Theresa luid door elkaar heen schreeuwend ons uit te schelden in het Portugees. Drie dikke lijven doen een wedstrijdje wie het hardst kan schreeuwen; de vrouw doet niet onder voor de mannen. De kapitein verblindt ons met een sterke lamp. We doen nog een poging in het Engels om een gesprek te voeren maar het heeft geen zin. We volgen de tactiek van het uit laten razen tot ze leeg gelopen zijn en niks zeggen. Uit op ruzie gaan ze ontevreden weg. Een half uur later rammelt hun ketting en komen ze op pakweg 15 meter pal naast ons liggen, nu dus uit op wraak. De kapitein vaart in zijn rubberboot op ons af voor een nieuwe scheldpartij, Deze keer is Frits hem voor: bij de eerste klap op onze romp springt Frits luid scheldend in het Nederlands en met een sterke lamp om hem te verblinden naar voren. Daar heeft hij niet op gerekend. Na nog met zijn motorboot onze boot te rammen vertrekt hij. Alles behalve Heilig dus. Iemand moet dan de wijste zijn. We ankeren een stukje verder van hem af. Helemaal zeker dat het akkefietje gesust is zijn we niet. Achter ons ligt plots een vissersbootje met 2 vissers en in de boot voor ons gaat het licht aan. Vriendjes waren opgetrommeld. Moeten zij ons in de gaten houden of wij hen? We houden nog een tijd de wacht totdat het vissersbootje verdwijnt. De volgende ochtend toen we naar Culatra vertrokken, geen teken van leven daar aan boord.

Culatra blijft ook zo mooi!. Een paar palmbomen ontbreken om het Caribisch te maken. De ochtend dat ik een strandwandeling maak verandert het weertype; er komt bewolking en om de zon verschijnt een prachtige compleet ronde halo.



Halo Culatra
Het is nog vroeg
Culatra rekt zich uit
De slaap nog in de ogen;
Een enkele voetafdruk in het mulle zand
Een verlaten zandkasteel,
De torens fier op de vestingmuur.
Sierlijke meeuwenpootjes rijgen
Een spoor door de witte duinen,
Het strand nog in rust
De meeuwen en ik
Ik en de meeuwen.
Schelpen overal verstrooid 
De meeste stuk gebroken tot scherven.
Geveld door de ouderdom?
Ik probeer ze als puzzelstukjes in elkaar te passen
Maar wat stuk is blijft stuk.
Ik maak er een collage van,
Variatie op een thema:
“Schelpen brengen geluk.”



We ontmoeten er Addy die we kennen van de reis naar de Canarische Eilanden in 2017. Hij is nog steeds solozeiler en is net terug uit Porto Santo. Een paar maanden relaxen en zeilen en dan stapt hij weer aan boord als kapitein van een schip om de kas te spekken.
Coos en Martine nodigen ons uit om met Vlaamse vrienden van hen te lunchen. Ook deze mensen hebben een heel eigen verhaal van hoe het anders kan in je leven als je van de gebaande weg wil afstappen. Ze hebben gezeild maar hebben zich 12 jaar geleden in Portugal gevestigd. Inmiddels hebben ze vier huizen verbouwd of gebouwd om te verhuren en zelf te wonen. Het volgende plan is het bouwen van een catamaran.

Op Sanders verjaardag, 8 augustus, halen we het anker op tegen 6u15. De lucht kleurt al roze, kleine vissersbootjes zijn druk in de weer en de meeuwen hopen een visje mee te pikken.


We varen terug naar Alvor eerst op 1 motor met tegenwind maar zon in de kuip. Nu laten zich wel een paar dolfijnen zien maar zin in spelen hebben ze niet. We vangen direct al een mooie makreel maar hij spartelt tegen en ontglipt. Hij waarschuwt zijn soortgenoten en al die uren onderweg hapt er geen vis meer. Frits stelt een nieuwe regel vast aan boord: “Voor de koffie wordt er niet gevist! ” Later kunnen we 8 knoop zeilen aan de wind en de jas gaat aan en over de bergen hangen mistflarden. Verder op zee is een dichte witte muur van mist. Na een lekker zeiltochtje ankeren we weer op onze geliefde plek bij het mooie huis. Nu hebben we alle tijd om nog de laatste voorzieningen te treffen voordat  Lonneke met gezin op vakantie komt. We hebben samen netten om de zeereling “geborduurd” , een pittige klus voor rug en knieën (als we met “die netten” bezig gaan verbasteren we het tot: “ Zullen we met “Dynette”  bezig  gaan?” waardoor de klus er net iets leuker op wordt !), netten bij de kinderbedden en achterkant gemaakt, zwemvesten geregeld, luiers en andere boodschappen ingeslagen.


Laat ze nu maar komen! Als we hen tenminste op kunnen halen want nu heeft de motor van de bijboot het begeven. Frits haalt hem uit elkaar, maakt alles schoon, haalt er Vitor en een vriend bij… het mag niet baten. We krijgen van alle kanten hulp met vervangende bijboot, motor , ophaalservice. Super lief maar we willen niet afhankelijk zijn en bovendien zijn we het “gemodder” met de Selvamotor meer dan zat. In 2016 hebben we hem nieuw gekocht maar hij heeft altijd problemen opgeleverd. We hakken een knoop door en kopen een nieuwe motor Honda 6 pk. Ik en de motor passen precies bij Gilda op de achterbank . Ze heeft al 2 sterke vrienden geregeld die klaar staan op de steiger, de motor als een lucifersdoosje op de schouder naar onze bijboot dragen en hem monteren. Frits hoeft niet veel meer te doen dan uitproberen of hij start. Bij het eerste rukje loopt hij als het zonnetje: het klinkt ons als muziek in de oren.




Het is volle maan, een zwoele avond sinds lang geleden. De baan van het maanlicht op het water heeft een onontkoombare aantrekkingskracht op mij. Ik ga het water in en zwem de maan tegemoet.





























dinsdag, juli 23, 2019

Verhaal 3 23 juli ’19: Van Portimão tot Rio Guadiana

Van Portimao tot Rio Guadiana


De herrie van Portimao ontvlucht ankeren we  na een zeiltocht van wisselend wel  of niet kunnen zeilen bij het strand van Isla Deserta ( woestijn) , een onbewoond eiland met uitgestrekte zandbanken: pure natuur bij de ingang naar Faro. Omdat het weekend is zijn wel veel gezinnen toegestroomd met hun motorboten en iedereen lijkt zijn eigen radiozender te willen horen. Wij horen die liever niet en zoeken een eindje verderop ondiep water waar niemand meer komt. Over zandplaten en een wandelsteiger  lopen we naar zee. Het pad eindigt in een druk maar prachtig gelegen restaurant waar af en aan toeristen met taxiboten gedropt worden. Je betaalt er niet alleen voor het eten maar ook voor het uitzicht.




Er is  een rubberboot bij ons het strand opgegaan. Drie mensen slepen hun tassen en handdoeken een eind de zandplaat op en zitten uitgebreid en gezellig zonder ophouden te kletsen en te kletsen. Als wij na onze wandeling terugkomen, kletsen ze nog. Plotseling springt de eigenaar overeind; hij is de tijd vergeten en heeft het zakkende water niet goed in de gaten gehouden. Niet wetende dat Frits gekneusde ribben heeft en denkende dat hij Popey de Sailerman is ( en ik Olijfje) vraagt hij of we zijn boot los kunnen duwen. Hij vergeet dat er een hele zware motor achter hangt. Er zit niks anders voor hen op dan wachten tot het water 4 uur later weer opkomt. Als de zon weg gezakt is worden ze toch bibberig met slechts een handdoek om hun schouders. Het koppel komt aan boord bij ons om op te warmen met koffie. De eigenaar staat bij een andere boot die ook met man en macht niet meer los te krijgen was. In schemerdonker zijn ze weer los. De man krabbelt nog snel zijn telefoonnummer op een briefje omdat hij ons een lunch wil aanbieden en dan spoeden ze zich naar Faro. De vrouw is jarig en ze willen nog uit eten.  We zijn weer alleen met de roep van de wulpen , de meeuwen en de zwaluwen. We hebben de man nog 2 keer gebeld om iets af te spreken maar hij had zich blijkbaar bedacht en was van zijn impulsieve uitnodiging afgestapt.



We ankeren een paar dagen dichter in de buurt van Faro waar elke ochtend witte reigertjes rondscharrelen .


Geluk
Mijn rug koestert  zich
In de late warmte van de zon.
Stilte omringt mij,
Slechts onderbroken door piepende vogelgeluiden.
Ze praten in alle talen.

Trippelende scholeksters over het wad,
Hun rode snavel prikkend in het natte zand.
Zwevende meeuwtjes duikend naar de laatste zilvervisjes
Voordat het donker wordt.
Kwebbelende wadvogeltjes op zoek naar een slaapplek.

De zon zakt lager,
Het licht wordt geler.
Wat eerst nog wit zand was,
Verandert in goud.
In de ranke witte vuurtoren gaat het licht aan.
Geluk stroomt door mijn aderen.
Blijheid
Vrijheid
Onthaast
Zout op mijn huid.

En toch
Waarom dan 
Soms
Een traan rollend over mijn zoute wang?
Gevoelige muziek raakt een emotionele snaar:
Mooie herinneringen spelend door mijn hoofd,
Onze lieve  kinderen ver weg,
Vrienden en collega’s uit beeld.
Ben ik in een soort overgang?

Elke dag gaan we met de bijboot naar het stadje Faro. Het heeft een mooi historisch centrum, vele gezellige straten en pleintjes waar te kust en te keur terrasjes en eettentjes zijn. Het is niet te geloven dat je er nog steeds voor 7,50 euro een dagmenu eet: brood en olijven,  hoofdschotel met vis of vlees, flesje bier of glas wijn, toetje naar keuze, koffie na. En nog lekker ook.






We bezoeken een mini Fadoconcert van João Cuña die met verve en fanatisme op het typische fado instrument speelt, en tekst en uitleg geeft over de geschiedenis van de Fado. Vlakbij luisteren de ooievaars mee op hun nest.



We bezoeken de grootste kerk, de Igreja do Carmo, zowel buiten als binnen imposant. Bijzonder is de aangebouwde kapel die helemaal is opgetrokken uit botten en schedels van monniken. Deze kapel dateert uit 1816 en om hem te bouwen werden de botten van lang geleden overleden monniken opgegraven van de overvolle begraafplaats. Bij de ingang staat een spreuk gebeiteld: “ Stop hier en denk aan het lot dat je zal overkomen.”  Op deze manier wilden de monniken de levenden wijzen op de kwetsbaarheid en de vergankelijkheid van het leven. In de streek van de Algarve en Alentejo zijn meer van deze bottenkapellen te vinden.




We varen de vele ankerende boten bij Culatra voorbij en ankeren voor het strand van het volgende eiland Armona. We hebben hier  goede herinneringen aan van twee jaren geleden: er is niets veranderd. Het zandpad en de kleine huisjes er langs zijn nog precies hetzelfde. Van hieruit kunnen we makkelijk met een veerboot naar de plaats Olhao aan de overkant. Met zijn vele kleine autoloze straatjes ingelegd met kleine straatsteentjes, verveloze deuren of kozijnen , doet het meer dorps aan dan Faro. De hoofdstraat is versierd met parapluutjes.



Ook hier vinden we een heel klein restaurantje met maar een paar tafeltjes. Het wordt gerund door vader, moeder , 2 dochters en een zoon. De keuken is open en vanaf onze tafel zien we precies wat moeder en dochters in de keuken doen. Vader en zoon zorgen meer voor de bediening. In een mum van tijd staat een bord vol qualderada geurend voor onze neus. Het is een visgerecht waarbij de vis “zwemt” in tomatensaus met aardappelen, uien en knoflook. Mijn vader maakte het vroeger thuis ook wel klaar. De moeder wijst me er lachend op dat het een hele grote vis was. En inderdaad, er zit heel veel vissenvlees aan de graten, die zo groot zijn dat ze meer op botten lijken. De hele familie komt me om de beurt nieuwsgierig vragen of ik het lekker vind. Ze glunderen als ik “Muinto bom” zeg en mijn duim opsteek alsof ze mij hebben willen verwennen met dit speciale grote stuk vis. Als één kant opgegeten is draai ik de vis om want aan de ander kant zit ook nog een hele portie vis. Plotseling, als de saus en de aardappeltjes op zijn, zit ik oog in oog met mijn zo lekker stuk vis. En dan zie ik ook pas de bek met de scherpe tandjes er nog in. Ik heb de kop van een roofvis opgepeuzeld en hoewel ik het heel lekker vond moet ik nu toch even “slikken” . We gaan er vast nog wel eens eten, maar dan kies ik toch liever kip van de grill met frietjes.


We schuiven nog 2 eilanden op en ankeren tussen Isla Tavira en Isla Cabana. Het water is er eindelijk glashelder maar ook nog steeds ijzig koud. Het weerhoudt me niet om er ’s morgens in te duiken bij wijze van bad en ’s middags om op te frissen. Tot nu toe is het op het water overwegend fris met een harde frisse wind in de middag terwijl de ochtenden juist vaak windstil opstarten. Het contrast met het vaste land is groot.
We varen naar de Rio Guadiana en vangen twee kleine makrelen. Van aluminiumfolie had ik een soort blinkertje gemaakt om ze te lokken. Het werkte, maar weer staarden die grote ogen mij aan..  Ze zijn toch in de pan gegaan.


Al bij de ingang bij Ayamonte lijkt het alsof nu de zomer begonnen is. Een warme wind waait zwoelig tot na zonsondergang. Flarden van Portugese en Spaanse muziek wapperen over het water. Er zal wel ergens een feestje zijn.
Op een heerlijk zomerse avond waarbij het lijkt alsof niemand meer in zijn huis wil zijn maar elkaar op straat of op een plein ontmoet, beklimmen we de steile straatjes van Ayamonte naar het hoogste punt. Het mooie uitzicht over het dorp en de Rio loont de moeite . Weer afdalend passeren we de kerk van Antonio. Gezang en gitaarklanken lokken ons door een poortje en voorzichtig kijken we wat er gaande is op een binnenplaatsje. Een mannenkoor is fanatiek en vol overgave aan het zingen begeleid door drie gitaristen. We vallen met onze neus in de boter. We krijgen een stoel aangeboden en mogen bij de repetitie blijven. Ze zingen Portugese en TexMex liederen met prachtige volle stemmen, nu eens  hard en overtuigend, dan weer zacht, subtiel en bijna zoet gevoiced. Ze hebben er samen veel plezier in en waarderen ons applaus. We vinden het zo mooi dat we blijven zitten tot de zon ondergaat , de zwaluwen opgewonden en met schelle stemmen elkaar najagend door het beeld vliegen, en de halve maan haar best doet steeds feller te schitteren.









vrijdag, juni 28, 2019

Verhaal 2 28 Juni 2019 Einde periode Alvor

Verhaal 2      28 juni 2019  Einde periode Alvor.


Sinds het eerste verhaal half mei is er weinig spannends gebeurd en toch hebben we niet stilgezeten. Spannend hoeft niet altijd met grote avonturen samen te gaan maar kan ook onder de oppervlakte zitten bij nieuwe klussen of een onverwachte situatie. Frits heeft de laatste weken heel wat werk verzet dat maar op één manier goed kon gaan anders was er meer schade dan goeds.

Hij heeft het plafond gesloopt in de bakboord slaapkooi om de oude lier te slopen en om een gat in het dek te zagen voor een nieuwe selftailing elektrische  lier: een lier die met een paar slagen van een lijn er omheen zichzelf opwindt. Voor ons beiden met gevoelige schouders en zwakke rug een uitkomst om niet meer aan lijnen te hoeven sjorren. 





Ook de bijboot kunnen we er mee optakelen zonder inspanning. De bijboot is nieuw en een slagje groter dan de oude, maar gewillig hangt hij in de takels als hij gelift wordt. De beugels , de lijnen en de blokjes waar de lijnen doorheen gaan zijn vervangen omdat Frits vreesde dat ze nu niet sterk genoeg meer zijn. Zou jammer zijn als de bijboot ineens met een klap in het water zou vallen. Er moest een stopper verplaatst worden om de lijn handiger vast te zetten. Ik naaide de hoes van het grootzeil met de hand maar naald en draad én mijn haar vlogen weg in de wind . Uit de buitenboordmotor van de bijboot kwam geen koelwater meer en Vitor hielp met een vislijndraadje om het gaatje weer open te prikken. “Vitor Magic” noemde hij het wondermiddel.

Oud en nieuw naast elkaar.
Als de nieuwe lier past moet hij aangesloten worden met dikke kabels vanuit de kooi naar de meterkast en alles moest netjes afgewerkt worden ( van mij). Frits sloot een nieuwe minicomputer aan, maakte de snoeren van de zonnepanelen netjes geordend en we lieten een nieuwe zitting maken voor de kruk bij de kaartentafel. Via Gilda kregen we plakletters  “SALON.AUX “ om op de bijboot te plakken en Frits spoot de motorkap  van de buitenboordmotor groen als voorzorgsmaatregel om de kans op diefstal te verkleinen. Hier in Alvor hoeven we daar trouwens niet bang voor te zijn.
’s Morgens is het meestal rustig en zonnig weer; in de namiddag kan de wind flink aantrekken en wordt het echt fris. Nog weinig zwoele avonden gehad. Wel een paar leuke contacten met Nederlanders en Engelsen, die inmiddels al weer zijn vertrokken. Dat maakte het ’s avonds wat eenzaam voor Frits toen ik onvoorzien voor 15 dagen naar Nederland ben teruggegaan in mijn   “oma-rol”.
Julius ( 1 jaar) was al een aantal weken flink ziek van waterpokken, krentenbaard, loopoor, neusamandelen er uit, buisjes geplaatst, ijzertekort….en dus natuurlijk al  weken niet willen slapen ten koste van ieders nachtrust. Stijn moest bovendien een week voor zijn werk naar Ethiopië en wat is dan handiger dan dat een oma op pensioen op het vliegtuig stapt om bij te springen en m.n. de nachten overneemt zodat Lonneke en Stijn door konden slapen. Het waren 2 hele leuke weken ondanks dat het ook pittig kon zijn. Maar dat weegt niet op tegen het weerzien van Lonneke en Stijn en de kindertjes. We hebben allerlei leuke uitstapjes gemaakt o.a. naar zee en ik heb genoten van het groen in de natuur, van het zomaar op de fiets kunnen stappen, van Merijn zijn “show”  bij peutergym, van het ophalen van Julius van het Kinderdagverblijf, van het “sparren” met Lonneke en Stijn, van het weerzien met de schoonfamilie…


en van het weerzien met vriendin Carla. Met een schoolreisjesgevoel zijn we allebei naar Zwolle getreind en we hadden een heerlijke dag.


Ik denk nog regelmatig aan school, collegae en kinderen maar al snel neemt de wind die gedachten mee en laat ze zweven als de meeuwen boven zee.

Aan Frits zijn klussenlijst lijkt geen einde te komen. Terwijl ik in Nederland was heeft hij nieuwe netten gemaakt tussen de boegen, de meterkast opgeschoond, 2 voetschakelaars voor de nieuwe lier gemonteerd in de kuip, motorolie ververst ( vieze klus), roestvrij staal gepoetst, 3 dagen lang Vitor geholpen met het werken aan de boot die hij uit het Carieb heeft gehaald. Hij leerde Vitor en zijn vader hoe te werken met glasmat en epoxy.


Als ik terug ben op 20 juni doen we een paar dagen heel relaxed. Frits voelt zijn rug en mijn beide knietjes protesteren. Wandelen, lezen, naar de markt, broodjes halen,de was doen ( gelukkig is er een wasserette selfservice in Alvor achter de Super Marché: terwijl de was draait kunnen we boodschappen doen),  ik oefen met sturen in de bijboot  , soms ’s avonds een hapje eten met Vitor en Gilda… en voor we het weten is er weer een dag om.




Een hoogtepuntje wat “spannend” betreft was het uitstapje op de catamaran van Vitor en Gilda. Ze vroegen ons mee te gaan op  “The Adventure Trip”. Vitor vaart dan met een groep naar de grotten bij de kust en daar stapten we over in kajaks. Zijn helper Francisco leidde ons roeiend door de grotten: niet altijd even makkelijk door golven, sterke stroming tussen rotsen door  en nauwe doorgangen;  één kajak belandde op de scherpe rotsen en één kajak ging zelfs ondersteboven. Ik was blij dat Frits achterin zat om te sturen. We kwamen er heelhuids vanaf.



We kunnen merken dat de zomer is begonnen: het wordt iets drukker met ankerende boten maar met een beetje geluk houden we mooi uitzicht op de zandbanken en op het dorp.
We zijn nog een paar dagen gebleven om Jaap en Anky te treffen die hier ook al jaren met hun boot aan een boei liggen en natuurlijk hoorde daar een gezellig etentje bij in een typisch Portugees restaurantje.


Noodgedwongen doen we nog een dag kalm aan in Portimao omdat Frits de dag dat we uit Alvor wegvaren in een openstaand luik is gestapt en nogal wat schaafwonden aan zijn heup , gekneusde ribben en een blauw been heeft opgelopen. Gelukkig komt hij er met stijve spieren van af. Waar is zuster Ilse?
Het wordt tijd om op te schuiven richting Faro en dan Rio Guadiana. Zin in lekkere Spaanse tapas !