maandag, augustus 30, 2021

Verhaal 8 Augustus " Van Nederland naar Tanzania"

 

Het weerzien met mijn zussen is inderdaad een feestje met heerlijke gerechten waar we uren over doen. Tapas, gegrilde watermeloen met romige geitenkaas, een salade met bulgur en granaatappelpitjes, carpaccio van dungesneden verse tonijn met een heerlijke dressing, vlees op de grill, vanille ijs met een chocoladesaus van echte chocola en rood fruit om het af te maken… Ik krijg nog het water in mijn mond als ik dit opschrijf. Tine ( links op de foto) is de hoofdkok en Marijke assisteert wat ze kan. Vic is oppermeester vlees grillen en Steven zorgt voor de tafelschikking. En wij? Wij schuiven aan en genieten van dit feestje.


De volgende dag logeren we bij mijn oud-collega logopediste Reinhilde en haar man Joris. Zij was logopediste in Stadskanaal en A en Hunze. Joris werkte bij Welstad in Stadskanaal. Drie jaar geleden keerden ze terug naar hun roots in het Belgische Gent, de stad waar ook ik opgegroeid ben . Twee dagen voordat ik 21 werd kreeg ik een baan als logopediste in Stadskanaal. Reinhilde en Joris kwamen een jaar later. De vriendschap is altijd gebleven. Het leuke aan deze ontmoeting na drie jaar is dat we , toen het eindelijk ophield met regenen, we een stadswandeling van een paar uur door de stad hebben gemaakt. Overal herkenningspunten maar veel was ik vergeten. Joris is een Gentenaar en kent zijn stad op zijn duimpje. We lopen langs zijn geboortehuis, langs een winkelpand van zijn oma, en bij het café waar hij vroeger gewerkt heeft, strijken we neer op het terras buiten. Overal zijn de terrassen gezellig vol. Het late zonlicht zet de stad met zijn prachtige gebouwen, gevels, kathedralen en kasteel in een warme gloed.






We halen bij de GGD onze tweede prik tegen hondsdolheid. Ook Groningen is een mooie stad om in rond te wandelen.



Er is tijd om vrienden in het museumdorp Zweeloo te bezoeken . We hadden hen al zeker zes jaar niet meer gezien maar de draad werd opgepakt alsof er geen gat in de tijd is geweest. Bij sommige mensen zoals Janni en Bert gaat dat als vanzelf.


Met de kinderen bezoeken we Marc en Carola op hun schip in Zoutkamp. We hebben hen leren kennen op onze reis naar de Canarische Eilanden in 2016. Zij zijn er verantwoordelijk voor dat we hiken in de bergen leuk zijn gaan vinden.

Als verrassing zijn er nog een stel vrienden aan boord. Ruud is nu 82 en vaart nog steeds .We hebben hem leren kennen in 1982 toen wij met Frits zijn eerste kleinere catamaran naar het Caribisch Gebied wilden varen. We ontmoetten hem en zijn toenmalige vriendin in Noord Spanje op hun boot. Later kochten ze een stuk grond op de Rio Guadiana en bouwden er een huis. Toen wij onze reis naar het Caribisch Gebied moesten staken vanwege Frits zijn gezondheid, hebben we onze boot op de Rio Guadiana vóór zijn stuk grond achtergelaten. Frits en zijn broer Maarten, Joke en ik hebben toen een zwaar betonblok gemaakt dat als anker moest dienen. Hij woont er nog steeds met een andere vriendin. In de zomermaanden ontvluchten ze daar de hitte en varen in Nederland op een kleine boot door de kanalen. Dat is toch petje af als je ook in een schommelstoel bij het raam had kunnen zitten, kijken wie er langs lopen.




We vieren Sander en Stijn hun verjaardag, na een uitgebreide zoomsessie, in Eernewoude met een heerlijke lunch.


Het is helaas slecht weer die dag. Jammer want de dag er voor was het volop zomer. De kinderen deert het niet. Zodra het droog is kunnen ze toch nog even piraatje spelen op het houten speelschip.



In het geleende huis in Marum hebben we het reuze naar onze zin. Zo ook Lonneke, Stijn en de kinderen. De laatste twee dagen van ons verblijf daar zijn zó zomers dat een bbq niet kan uitblijven. Wat ruikt dat toch altijd heerlijk.


\Op 15 augustus vliegen Lonneke en gezin naar Tanzania terug na 5 weken verblijf in Nederland vanwege hun vaccinaties. Het afscheid valt niet zwaar want we hebben besloten hen een week later achterna te vliegen. Tot en met september is het nog niet zo heet en vochtig en dus lijkt ons dat allemaal de beste periode.

De laatste week voor vertrek is druk met alles wat er nog geregeld moet worden. ( visum, pcr-test, formulieren printen, hotel regelen bij Schiphol, nog een pittige boodschappenlijst voor onszelf en voor Lonneke afwerken waarbij een paar kilo kaas en chocola niet mogen ontbreken, een taxi organiseren die ons naar Schiphol brengt omdat we het gesleep met de zware koffers in de trein niet zien zitten…)

Toch is er nog een gaatje om een stukje met Frits zijn broer Maarten mee te varen op zijn motorcatamaran. Hij heeft hem uit Engeland overgevaren en inmiddels al bewoonbaar gemaakt met een keukentje, een dubbele bank en tafel, een hoogslaper, een tent voor het slechte weer, zonnepanelen op het dak… Maarten wacht ons op in Nieuwe Statenzijl. Het is eerst nog regenachtig, maar bij Beerta en Nieuw Beerta klaart het op. Wat een mooie weg langs prachtige herenboerderijen. We varen een stuk de Westerwoldse A af tot Oudesluis ongeveer en draaien dan weer om. Onze magen knorren en terwijl Maarten in zijn keukentje aan een lekkere pasta gaat kokkerellen wandelen wij even in de zon en in de loeiende wind naar het haventje aan de waddenkant en naar de grens met Duitsland. Even een schapenrek oversteken en onze voetstappen zijn op Duits grondgebied. Ditzum is slechts 15 km verderop. De pasta smaakt heerlijk na de hongermakende buitenlucht. En als er dan geen kurkentrekker aan boord is, dan vinden de broertjes er wel wat op met de boormachine, een schroef en een klauwhamer. Plop. Gelukt.





Er is nog een gaatje om met Carla gezellig te lunchen en te struinen door Emmen en wat is het dan heerlijk als Jakob ondertussen gekookt heeft en wij, ook Frits,  slechts voetjes onder de tafel hoeven te schuiven.

En dan een nieuw hoofdstuk:  op 23 augustus staan we op Schiphol al om 8 uur aan te schuiven in een lange rij om in te checken. Vanwege corona moet iedereen alle papieren laten zien, inclusief negatief coronabewijs en visumpapieren. Het is al na 10 uur als we tijd hebben voor een ontbijt en dan is het nog maar even en we kunnen aan boord. Het is een prima vlucht met tussenlanding  van een uur bij de Kilimanjaro. We kunnen blijven zitten maar omdat het pikkedonker is zien we niets. Met een goed boek vliegt de tijd en we landen op Dar es Salaam rond 23u. Dan begint het feest van aanschuiven, eerst voor weer een coronasneltest die niet veel meer voorstelt dan wat gekriebel in een neusgat, dus totaal onbetrouwbaar en zinloos . We wachten heel lang op de testuitslag. Als het negatief is wordt je naam omgeroepen en kan je naar de douane met je koffers. Onze namen zijn er iet bij, een kleine groep blijft wachten totdat een vrouw komt zeggen dat we onze mail moeten checken. We mogen door, de koffers zijn al van de band gehaald. Stijn heeft een chauffeur geregeld die ons naar huis rijdt. Leuk om alvast een indruk te krijgen die eerste drie kwartier ook al is het donker. We zijn er!!! Een Masai poortwachter opent the gate en Lonneke en Stijn slaan hun armen om ons heen . “Karibu Tanzania “ – “Welkom in Tanzania”

Een hemelbed met klamboe tegen de muggen is heerlijk. Wel even wennen aan de vreemde geluiden in de tuin. Er is een vogel die keihard een voetzoeker nadoet en daarna korte geluidstootjes geeft van zacht naar steeds harder. Eerst dacht ik dat er vuurwerk vlakbij was. Er zitten heel veel kraaien in de bomen die het op hun heupen krijgen als er twee aapjes in de tuin een stuk fruit komen opeten. Dat is een uitzonderlijk tafereel want ze zijn hier nog niet eerder gezien. Julius staat de eerste twee ochtenden heel enthousiast om 6 uur naast ons bed: “Opa en oma, jullie moeten opstaan, het is al licht!”

De eerste dagen doen we kalm aan, wandelen in de omgeving, halen geld bij een bank met veel bewaking waar we gescand worden op corona. Er komt een heel pak briefjes uit de automaat.  10.000 Tanzaniaanse Shilling is 3,70 euro. Vanaf het huis lopen we zowel oost als west naar de Indische Oceaan. Het is warm in de zon maar door de bijna constante zuidoost passaatwind hebben we er geen last van. Het straatbeeld bevalt me wel, écht Afrika. Veel fruitkraampjes aan de kant van de weg, mensen met emmers of manden op hun hoofd, kleine kindjes in een doek op de rug van hun moeder, palmbomen overal, meubelmaker gewoon op de stoep, fietsen met grote manden als fietstassen vol met kokosnoten, karren met lange suikerrietstengels waar ze het sap uit persen, de typische Baobabbomen, de kleine autootjes “bajajs”( badjads)  , een soort tuktuk, de Masai in hun klederdracht van rode of blauwe stoffen, de stoffige zandwegen met diepe kuilen en overal mensen aan de kant van de weg, prachtige Caribisch uitziende stranden, een watertemperatuur om van te zwijmelen, prachtige trimarans op het strand gemaakt van smalle uitgeholde mangoboomstammen, die vis aanvoeren en ter plekke verkopen. Er zijn mooie restaurants aan zee met prachtig uitzicht op de ondergaande zon. Goedkoop is het niet, ook niet in de supermarkten. Kaas en chocola is een luxe artikel, een potje cottage cheese waar Frits en de kinderen zo gek op zijn gaat naar de 5 euro.                                       We bezoeken  een atelier in de buurt waar honderden schilderijen met Afrikaanse kunst hangen en waar kunstenaars aan het werk zijn. Er is ook genoeg prachtig houtsnijwerk te koop.                                                                                                                                                                                                                                                                    













We maken een uitstap met Mohammed , de chauffeur, naar de overkant van de baai in oostelijke richting. Met de veerboot steken we over naar het vast land. Hier is het een gekrioel van mensen, al dan niet met iets op hun hoofd,  tussen de auto’s die mee aan boord gaan. Een bijzonder kleurig tafereel met al die mooi gekleurde Afrikaanse stoffen. Ik durf er geen foto van te maken want dat is niet toegestaan. Bij aankomst bij de veerboot heb ik onwetend een foto gemaakt maar een strenge politiebeambte had mij gezien en ik moest onmiddellijk de foto verwijderen. Hij bleef er bij staan en ook alle foto’s die ik onderweg van uit de auto had gemaakt moesten weg. Ik deed er nog één en dat accepteerde hij. Op de veerboot heb ik toch nog snel een foto van de skyline gemaakt en Stijn maakte nog één toen we weer op straat stonden en opgepikt werden door Mohammed. We rijden in zuidelijke richting naar South Beach, naar een prachtig strand waar we de halve dag met de kinderen in het warme water spelen van de Indische Oceaan, waar we een eind wandelen langs het witte strand Kikipea, eventjes begeleid door een Masaiherder met zijn kudde geitjes, waar we een picknick kunnen bestellen onder grote rieten parasols.              









Tussen de uitstappen door zijn we thuis, doen we met Stijn en Lonneke klussen in huis, spelen we met de kinderen in het zwembad. In de ochtend gaan ze naar een Engelstalige peuter kleuterschool en 1x in de week gaan ze nog twee uurtjes naar de Nederlandse school.

De eerste week Tanzania is omgevlogen en we hebben volop genoten. Dat zal ook zeker voor de komende weken gelden.

We hebben ook nog een boot in Portugal. Dat zouden we bijna vergeten ! Deze foto kregen we toegestuurd door de Engelse buurman Les. De late avondzon verlicht Salon prachtig tegen de pikzwarte lucht na een bosbrand.


















 


 








0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage